Dominee C. F. Beyers Naudé wordt tachtig vandaag. Voor zijn aandeel in de strijd voor de mensenrechten ontvangt hij op zijn verjaardag een koninklijke Nederlandse onderscheiding. Zijn reactie is een mengeling van verbazing, vreugde en dankbaarheid. Naudé: “Het is toch iets heel uitzonderlijks, want ik ben geen Nederlander, ook al voel ik mij in mijn hart heel erg thuis in Nederland. Maar mijn vraag was onmiddellijk: waarom ik en niet anderen?”
Beyers Naudé behoeft nauwelijks introductie. Hij is de wereldberoemde Afrikaner dominee die tijdens Zuid-Afrika's zwarte jaren van apartheid door zijn Nederduits Gereformeerde Kerk in de steek werd gelaten en door de regering monddood werd gemaakt vanwege zijn onverholen kritiek op het systeem. In 1984 werd de door de regering opgelegde 'banning' - die zeven jaar duurde - opgeheven, en verleden jaar werd hij tijdens de nationale synode door zijn eigen kerk ook weer in ere hersteld.
Zichzelf wegcijferend en zijn eigen aandeel in de lange strijd tegen apartheid bagatelliserend, vervolgt hij: “Ik denk aan tal van vooral zwarte Zuidafrikanen die veel grotere offers hebben gebracht in de strijd voor bevrijding en gerechtigheid, maar van wie dat niet zo bekend was. Ik denk dat het heel toevallig is dat de hele geschiedenis zo gelopen is, en dat ik daardoor meer bekendheid gekregen heb. Maar ik wil beslist niet zeggen dat ik de onderscheiding meer verdiend heb dan die anderen. Ik ben heel dankbaar en ik aanvaard dit als een van de strijders, namens ons allen.”
Zou het niet van veel grotere symbolische waarde geweest zijn als u die onderscheiding had ontvangen gedurende het apartheidstijdperk?
“Zeer zeker. Als zo'n erkenning gekomen zou zijn in het tijdperk van mijn 'banning', dan zou dat zeker voor de zwarte Zuidafrikanen geweldig geweest zijn. Dat zou een onmiskenbare boodschap geweest zijn. Zelfs als de erkenning gekomen zou zijn voor De Klerk zijn historische toespraak van 2 februari 1990 hield, dan zou die boodschap hier een heel bijzondere en symbolische klank gehad hebben.”
Hij draagt een overhemd met een fijn bruin ruitje en een grijze broek. In de huiskamer domineert donker eiken. Aan de muur hangen Zuidafrikaanse landschappen. Op de koffietafel ligt een fotoboek over Soweto. Voor het interview verhuizen we naar zijn met kranten bezaaide studeerkamer, waar hij aan zijn autobiografie werkt die eind dit jaar verschijnt. In het Afrikaans, zegt hij nadrukkelijk. “Ik ben Afrikaner, ik heb mijzelf altijd als Afrikaner gezien. Ik zie geen reden waarom ik daar beschaamd over zou moeten zijn. Ik wil graag in mijn moedertaal de boodschap van mijn leven overdragen.”
Dit is het huis waar Allan Boesak zo hatelijk naar verwees toen hij onlangs in NRC/Handelsblad opmerkte dat ook Beyers Naude op donorgelden leefde. Geïrriteerd zegt hij: “Laat ik onmiddellijk zeggen wat er gebeurd is. Toen ik gebanned werd kon ik niets verdienen. Wij hadden een huis gekocht, en 25 procent van de koopprijs moet je zelf betalen. We worstelden toen met de maandelijkse afbetaling. De evangelisch gereformeerde kerk van Noordwest-Duitsland heeft toen aangeboden om de financiële last te verlichten. En ik heb dit met grote dankbaarheid aanvaard. Wat Allan misschien niet weet is dat mijn vrouw en ik besloten hebben dat als wij beiden dood zijn, het deel van het geld dat geschonken is niet aan onze kinderen behoort. Dat gaat in een fonds voor behoeftige mensen.”
Affaire Boesak De hele Boesak-affaire zit hem dwars. Ook al was Boesak tijdens het corruptieschandaal geen predikant meer, toch heeft de controverse rond zijn persoon de kerk geschaad. “Ik ervaar het als een gevoel van 'hartseer', van werkelijke droefheid. Boesak is moderator geweest van de NG Sending Kerk, hij was president van de Wereldbond van hervormde en gereformeerde kerken, hij was een bekende internationale theoloog. Daarom vind ik het werkelijk een tragedie dat dit gebeurd is.”
De corruptie, die in het nieuwe Zuid-Afrika tot norm verheven lijkt, is een van de uitwassen die de kerk met al haar energie zal moeten bestrijden. Vinnig: “Ik kan niet zien hoe wij het nieuwe Zuid-Afrika kunnen opbouwen wanneer een cultuur van corruptie als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Wij moeten als kerken een nieuwe visie van echte moraliteit gaan verkondigen. Wat hier de afgelopen twee jaar gebeurd is, ging zo vlug en was zo overweldigend dat tal van mensen het intellectueel en emotioneel nog niet hebben kunnen verwerken.”
Rol kerk Het is daarom tijd voor een heroverweging van de rol van de kerk. Sinds Mandela aan de macht is, heeft de kerk zich opvallend stil gehouden. Te stil, vindt Naudé. “De kerk wil het ANC niet te snel bekritiseren. Het argument dat steeds gebruikt wordt is dat wij het ANC meer tijd moeten geven om 'zijn voeten te vinden'. Maar men moet niet vergeten dat onze staatspresident de kerken heeft gezegd: 'Er is een open deur voor jullie. Als er kritiek is, problemen die jullie willen bespreken, ik sta tot jullie beschikking'. En ik denk dat de kerk daar veel meer gebruik van moet maken”.
Het zwaartepunt van het kerkelijk werk moet liggen op het vlak van armoedebestrijding, betoogt Naude. “Het meest fundamentele probleem van onze samenleving is de grote kloof tussen rijk en arm, waarin een kleine, vooral blanke minderheid op financieel en materieel gebied enorm bevoorrecht is. Als wij deze kloof niet dichten zal er nooit vrede met gerechtigheid komen.”
Zijn vrouw brengt koffie. In tegenstelling tot Beyers, is zij de blanke NG Kerk altijd trouw gebleven. Die keuze heeft nooit tot spanningen geleid, bezweert hij. “Mijn vrouw en ik hebben er lang over gesproken. En zij heeft mij gezegd dat zij er hoegenaamd geen bezwaar tegen had om ook lid te worden van (de zwarte) NG Kerk in Afrika. Maar zij zei ook: 'Wat betekent dat concreet voor mij? Ik kan niet alleen naar Alexandra (de zwarte township waar Naudé dominee nu is, maar tijdens zijn 'banning' niet heen mocht) gaan, ik ken geen zwarte taal, ik zie voor mij geen betekenisvolle bijdrage voor de gemeente daar. Ik heb behoefte aan geestelijke gemeenschap met een christelijke vrouwengroep uit mijn eigen kring. En die krijg ik hier en nergens anders'. Ik heb gezegd dat ik dat begreep en dat ik hoopte dat de dag zou komen dat het niet meer nodig zou zijn dat er twee verschillende kerken zijn.”
En uw politieke ideeën deelde zij?
“O ja, hoewel zij altijd heeft gezegd dat mijn denken te radicaal is. Maar zij heeft nooit gezegd dat mijn denken verkeerd is. Ze heeft gezegd dat ik de zaken misschien beter inzie dan zij.” En omdat hij die zaken inderdaad heel goed inzag krijgt hij vandaag dus een lintje. Een prachtige blijk van waardering.
Maar als u voor uw verjaardag werkelijk iets zou mogen veranderen in het huidige Zuid-Afrika, wat zou u dan kiezen?
Langzaam en nauwkeurig formulerend: “Dan zou ik willen dat wij zo spoedig mogelijk de grondslag leggen voor een samenleving met grotere economische rechtvaardigheid, waarin iedereen de mogelijkheid heeft om onze hulpbronnen en rijkdom te delen. Een samenleving waarin allen actief meewerken om iets op te bouwen wat een voorbeeld kan zijn voor de rest van de wereld. Want Zuid-Afrika is een microkosmos van de gehele wereld. Talloze van de ernstige vraagstukken vind je hier terug. En zolang dit onrecht blijft, hier en overal ter de wereld, zal er nooit vrede zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.