*

 
dossier

Archief

Geld weghalen bij crèches gaat Lodders te ver

LEX OOMKES − 17/01/97, 00:00

DEN HAAG - Het CDA heeft de anderhalf jaar geleden door partijleider Enneüs Heerma gevraagde toon te pakken. De gezinspolitiek zal centraal staan in het nog te schrijven programma voor de verkiezingen van 1998. “Het CDA is de partij van het gezin. Dat zal je moeten weten als je overweegt voor ons te kiezen”, zo zei Heerma gisteren toen hij het rapport van het wetenschappelijk instituut van het CDA over gezinspolitiek in ontvangst nam.

Het heeft twee jaar oppositievoeren gekost voor de christen-democraten een min of meer uitgewerkt alternatief voor paars op papier hadden. Min of meer, want het rapport 'De verzwegen keuze van Nederland, naar een christen-democratisch familie- en gezinsbeleid' bevat dan wel veel aanzetten, maar nog weinig concrete, op alle gevolgen nagerekende voorstellen.

Dat daar nog wel het één en ander mis kan gaan, bleek uit de aarzelende reactie van voorzitter Tineke Lodders van de commissie, die het CDA-verkiezingsprogramma gaat schrijven. Zij onderschreef de richting van de voorstellen, maar aarzelde onmiddellijk toen het er op aankwam aan te geven hoeveel geld het CDA zou moeten inzetten voor een gezinsvriendelijk beleid. Daar waar de voorstellen duidelijk geld gaan kosten, zoals een door de overheid te betalen zorgloon voor ouders of een sociaal minimum waarbij rekening gehouden wordt met de aanwezigheid van kinderen, kwam zij niet verder dan in de politiek wel vaker gebruikte termen om de boot af te houden als 'een waardevolle suggestie'.

Achterhaald

Het wetenschappelijk insituut van het CDA vindt dat de partij zich nu voor eens en altijd neer moet leggen bij de constatering dat het traditionele kostwinnersmodel achterhaald is. Althans, mensen die daar in de toekomst nog voor willen kiezen moeten dat vooral doen, de overheid moet zich concentreren op het stimuleren van in deeltijd werken van beide partners en het gezamenlijk verzorgen van de kinderen. Of zoals Lodders constateerde: “Niemand wordt door het CDA het huis uit en de arbeidsmarkt op gejaagd. Maar er wordt ook niemand terug naar het aanrecht gestuurd. De zorgfunctie van het gezin staat voor ons centraal, maar ouders zijn wel overbelast. Full-time werken door beide partners betekent te weinig tijd voor zorgtaken.”

Dat er door in deeltijd te werken tijd overblijft voor verzorging (van kinderen, maar ook van ouders en andere familieleden) is een centrale keuze in het rapport. Collectieve vormen van opvang, door de overheid beschikbaar gesteld of door sociale partners opgezet, zijn bij het wetenschappelijk instituut niet populair. Immers, voor de overdracht van waarden en normen dient het zwaartepunt bij het gezin te liggen en verzorging door anderen kan dat slechts doorkruisen. Kan het gezin op enig moment niet voor opvang zorgen, dan legt het rapport een voorkeur aan de dag voor opvang in gastoudergezinnen, liever dan in crèches.

Het wetenschappelijk bureau denkt door die keuze dan ook meteen geld voor andere wensen vrij te spelen door te bezuinigen op het nu door de overheid in kinderopvang gestoken geld. Maar daarvoor kreeg men bij Lodders gisteren de handen niet op elkaar. “Informele opvang door gastouders is een goede zaak om onvoorziene gaatjes mee te dichten, maar ik ben er zeer huiverig voor geld af te halen van het nu door de overheid voor kinderopvang beschikbaar gestelde geld.”

Om een aantal jaren werken in deeltijd mogelijk te maken wordt een aantal subsidievormen voor het gezin voorgesteld. Partners die ervoor kiezen in deeltijd te werken dienen een 'opvoedgeld' te krijgen van 250 gulden netto per maand. Het ene jaar de ene partner, het andere de andere. Er dient een betaald ouderschapsverlof te komen en (een gedeeltelijk betaald) geboorteverlof voor de vader.

De huidige overdraagbare basisaftrek dient te worden omgevormd tot een zorgloon. Niet de werkende partner moet een basisaftrek hebben, maar de verzorgende partner krijgt een vast, niet meer van het inkomen afhankelijk, bedrag van 250 tot 300 gulden per maand.

Met deze maatregel komt het CDA, zo erkende voorzitter Kastelein van de commissie (in het dagelijks leven beleidsmedewerker sociale zekerheid bij het CNV) die het rapport over gezinspolitiek opstelde, dicht in de buurt van de PvdA. In een rapport over modernisering van de sociale zekerheid kwam kandidaat-partijvoorzitter Karin Adelmund tot een zelfde voorstel.

Ook de in dat rapport gesuggereerde mogelijkheid om via de WW rechten op te bouwen om tijdelijk op te houden met werken voor verzorging of studie, komt in de CDA-voorstellen terug. Zij het in een wat vagere vorm. Het CDA gaat niet verder dan de wens dat tijdelijk uittreden mogelijk moet zijn en dat drempels om later weer betaalde arbeid te aanvaarden verlaagd dienen te worden.

Verder wordt in het rapport op tal van punten waar de overheid nu het draagkrachtbeginsel hanteert, gesuggereerd om de aan- of afwezigheid van kinderen mee te wegen. Zo dient het sociaal minimum voor mensen met toeslagen voor kinderen te worden verhoogd en dient het huurwaardeforfait voor mensen met kinderen verlaagd te worden (in de huursubsidie geldt nu al een aparte tabel als er sprake is van kinderen).

Het PvdA-Kamerlid Mieke van der Burg, de laatste voorzitter van de Rooie vrouwen, constateerde na afloop van de presentatie van het rapport niet ten onrechte dat het wetenschappelijk instituut van het CDA verder gaat met de herwaardering van de rolverdeling in het gezin dan de fracties van de christen-democraten in Tweede en Eerste Kamer.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de oproep in het rapport om te komen tot een wettelijk recht op deeltijdarbeid. Weliswaar wil het instituut nog wachten op een evaluatie van wat werkgevers en werknemers zelf hebben gedaan op dit terrein, maar het is duidelijk dat de schrijvers niet kunnen wachten op wetgeving.

Een initiatief-wet van GroenLinks-fractievoorzitter Rosenmöller om te komen tot een wettelijk recht op deeltijdwerk is echter door de Tweede Kamerfractie van het CDA afgewezen. En ook in de senaat dreigt dat te gebeuren.

Er zitten genoeg precaire verschillen in de opstelling van de fracties en dit rapport. Heerma voelde dit ook aan en weigerde in te gaan op verzoeken de voorstellen punt voor punt de revue te laten passeren. Het CDA mag dan volgens zijn wens wel de partij van het gezin worden, hoe dat zich concreet in wensen en doelen vertaald is niet alleen afhankelijk van een rapport van het wetenschappelijk bureau.

mailIcon print |