RUHINGA (Reuter, AP) - Dagelijks sterven vijftien mensen in opvangkampen in Burundi waarin het Burundese leger burgers heeft ondergebracht om hen te beschermen tegen aanvallen van Hutu-rebellen. De kampbewoners lijden aan malaria, diarree en tyfus. Dat heeft een Burundese officier die verantwoordelijk is voor het kamp Ruhinga gisteren gezegd. Volgens een woordvoerder van de Nederlandse afdeling van Artsen zonder grenzen is vooral de verspreiding van tyfus alarmerend.
In Ruhinga, 65 kilometer ten noorden van de hoofdstad Bujumbura, verblijven twaalfduizend ontheemde burgers. Volgens de VN in Genève heeft het Burundese leger de afgelopen maanden minstens tweehonderdduizend mensen uit hun woonplaatsen gehaald en in kampen ondergebracht, volgens de autoriteiten omwille van hun eigen veiligheid.
Politieke tegenstanders beschuldigen het Burundese leger ervan concentratiekampen op te richten. “Om mensen te beschermen verwijderen jullie ze van het slagveld, maar hen samenbrengen en door ziekte en honger uitroeien is wel een eigenaardig soort van bescherming”, aldus Augustin Nzohibwani, secretaris-generaal van de (Hutu) Frodebu-partij.
Bujumbura's buurlanden kondigden vorig jaar een economisch embargo af nadat Buyoya de macht greep. Ze willen Burundi dwingen met de Hutu-rebellen te onderhandelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.