De auteur is pastor van de Keizersgrachtkerk te Amsterdam.
Nu pleit de werkgroep ervoor, op grond van het feit dat niet elke wijkgemeente meer over een predikant beschikt of kan beschikken in de toekomst, dat ook ouderlingen en/of diakenen gerechtigd zijn de sacramenten te bedienen. Hoe krijg je dat nu in de kerkorde? De werkgroep kiest ervoor om zich te beroepen op het slotartikel van de concept-kerkorde, 'De orde van de kerk in tijden van nood'.
In dat slotartikel lezen we: 'Indien en voorzover buitengewone omstandigheden van land en volk het normaal functioneren van het leven van de kerk onmogelijk maken, treffen de daarvoor in aanmerking komende lichamen van de kerk of hun leden de door de omstandigheden tijdelijk geboden, van de orde van de kerk afwijkende maatregelen.' De werkgroep wil dit artikel zo in de kerkorde laten staan, maar vindt dat die situatie nu al geldt voor de kerken in de grote steden. De werkgroep schrijft: 'Hierbij valt te denken aan situaties waar de gemeente naar bestuurlijke normen geen bestaansrecht meer heeft, maar om Christus' wil niet zou mogen verdwijnen.' In zo'n situatie breekt nood wet.
Het normale is in het rapport van de werkgroep de orde van de kerk zoals deze bestaat. De vraag wordt gesteld om het abnormale, het afwijkende gedrag toe te staan met een beroep op de 'tijden van nood'. Zijn die tijden van nood over, dan ga je weer over tot de 'normale' orde van de dag.
Ik vind dit een oneigenlijk gebruik van het kerkorde-artikel. Waarom niet uitgaan van de praktijk zoals deze de afgelopen jaren op veel plaatsen is gegroeid en een pleidooi voeren voor ruimte voor deze alternatieve praktijken? Waarom steeds de kerken in de grote steden als noodkerken afschilderen? Het zijn ook plekken waar ontdekkingen gedaan worden die voor de kerk als geheel van belang zijn, ook als de financiële nood nog niet zichtbaar is.
In de gemeente waar ik pastor ben vieren we elke week de maaltijd van de Heer. Dat is een moment van vreugde in de dienst. Maar voor mij is het de afgelopen jaren ook steeds meer een leermoment geworden. Want is het wel zo dat - zoals de concept-kerkorde zegt, art. IX.2 - 'tot de maaltijd van de Heer zijn uitgenodigd zij die Jezus Christus belijden en instemmen met de lofprijzing en door geloofsonderricht in dit geheimnis zijn toegeleid?'
Door de jaren heen zijn wij steeds meer open gaan uitnodigen. De eerste keer was dat in de Kerstnacht in 1988. De tekst van die uitnodiging was:
'Wie geraakt door het Licht in de nacht/ ontroerd door deze God van kleine mensen/ mee wil lopen in de beweging van breken en delen/ nodigen we uit om op te staan./ Wie niet of het wel kan,/ wie denkt niet goed genoeg of niet gelovig genoeg te zijn,/ maar hunkert naar een teken,/ een stukje brood, een slok uit de beker,/ nodigen we uit om op te staan en mee te lopen/ op zoek naar een wereld waar voor allen een schuilplaats is.'
Voor een enkeling die al jaren af en toe in de kerk kwam, was dit een teken van er helemaal bij mogen horen.
We hebben als gemeente gesproken over dit 'open uitnodigingsbeleid'. In een studieverlof heb ik me verdiept in verschillende avondmaalstheologieën. De theoloog Jürgen Moltmann voert een hartstochtelijk pleidooi voor een wekelijkse open viering in de kerken. In een boek dat hij twintig jaar geleden schreef, 'Kerk in het krachtveld van de Geest', schrijft Moltmann o.a.: 'Omdat de tafelgemeenschap haar basis vindt in het feit dat Christus ons onvoorwaardelijk en zonder te kijken naar wat we hebben gepresteerd heeft uitgenodigd, zal men haar niet mogen reserveren voor de 'kerkelijk getrouwen' of voor de 'hechte groep' van de gemeente. . . . Men zal zich af moeten vragen, of doop en belijdenis ook in de toekomst nog als drempel beschouwd mogen worden op grond waarvan men tot de maaltijd wordt 'toegelaten'.'
Onze ervaring is dat mensen de maaltijd van de Heer als een plek van verbondenheid ervaren. God geeft je brood en beker in handen, je hoeft je hand alleen maar op te houden. Voor mij wordt daarin Gods genade zichtbaar en ik zie hoe mensen opademenen en lachen omdat ze er onvoorwaardelijk bij mogen horen. Is dat wellicht niet het geheimenis van Gods koninkrijk? Dat is niets mysterieus, laat staan een mysteriemaaltijd waartoe alleen ingewijden mogen komen.
Een andere vraag die de afgelopen jaren in onze gemeente opkwam, was: Waarom kunnen gemeenteleden niet voorgaan in de viering? Het is immers de gemeente van Christus die viert en het is de gemeente die zusters en broeders aanwijst om voor te gaan in de viering. Het behoort tot de goede orde in de kerk dat dat predikanten zijn, maar het behoort niet tot de noodzakelijke orde. Na lange bezinning besloot de gemeente dat gemeenteleden voor mogen gaan in de viering.
We hebben dat voornemen besproken met de kerkeraad en de classis. Het ging hun te ver. Zij pleitten voor het voorgaan van ambtsdragers in de viering. Dat is nu de praktijk in onze gemeente.
Wanneer je je verdiept in het werk van verschillende theologen, ontdek je de grote ruimte die gegeven wordt op grond van een zorgvuldig luisteren naar het bijbels getuigenis. Theologen als Schillebeeckx, Markus Barth, Moltmann, Kraus, Schussler Fiorenza en Hoekendijk voeren pleidooien voor open vieringen, waarin niet vantevoren vaststaat wie er voor gaat. Voor ons zijn de vieringen meer en meer een zaak van de gemeente als geheel geworden.
Het is opvallend dat dit aspect nauwelijks in discussie komt; het zijn vooral collega-predikanten die met grote weerzin reageren op dit soort voorstellen. Immers, waartoe zijn we dan in het ambt bevestigd, als de exclusiviteit van het voorgaan bij de sacramenten niet meer gekoppeld is aan het ambt van predikant? Ik vind dat een wat angstige reactie.
Het lijkt een verloren strijd, maar ik wil hier graag een pleidooi voeren voor de wijze waarop professor Dingemans bouwstenen aanleverde voor een Kerk en een kerkorde van de toekomst (in zijn boek 'Een huis om in te wonen'). Hij pleit ervoor de sacramentsbevoegdheid terug te geven aan de gemeente.
Ik stel voor om artikel IX zo te veranderen dat het avondmaal bediend wordt door diegenen die daar door de gemeente toe geroepen worden en dat de maaltijd van de Heer open is voor ieder die uit Gods hand brood en beker wil ontvangen. Kijkend naar de wonderbare spijzigingen kan ik me Jezus niet als gastheer voorstellen die de belijdenis als voorwaarde hanteert voor het meedoen aan de Maaltijd.
De maaltijd van de Heer een 'allemensmaaltijd'? Ja, een maaltijd waaraan duidelijk wordt dat voor God alle mensen even veel waard zijn. Als ik die veelkleurige stoet voorbij zie trekken, zie ik elke zondag even iets van Gods Koninkrijk. Ik ben er heilig van overtuigd dat een bezinning op de Maaltijd van de Heer een nieuw elan aan de gemeente van Christus kan geven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.