Van een onzer verslaggeefsters DEN HAAG - Twee afgewezen Iraanse asielzoekers die gistermiddag op het vliegtuig naar Teheran zouden worden gezet, mogen voorlopig in Nederland blijven. Op het nippertje, de twee zaten al klaar op Schiphol, schortte directeur Nawijn van de Immigratie- en naturalisatiedienst de uitwijzing op: de Nederlandse ambassade kon het tweetal wegens 'festiviteiten' niet opvangen.
De twee Iraniërs zijn weer overgebracht naar het Grenshospitium in Amsterdam-Zuidoost. De een verblijft daar omdat hij na een eerste afwijzing van zijn asielverzoek uit de asielprocedure is gestapt en illegaal door Nederland zwierf. De ander is volgens het ministerie van justitie uitgeprocedeerd en wordt daarom in vreemdelingenbewaring gehouden. Advocaat P. van Schijndel zal voor hem een voorlopige voorziening aanvragen, waardoor hij voorlopig niet uitgezet kan worden.
Het gaat om de 38-jarige Jafar Pooyeh Khoic, die in Iran lid was van de verboden communistische partij Sazman-e-Cherika-e-Fedaie-Khalgh. Midden jaren '80 werd hij veroordeeld tot tien jaar cel. Hij kwam vervroegd vrij op voorwaarde dat hij niet meer politiek actief zou zijn.
Tijdens een demonstratie in Ghazwin, in augustus 1994, werd hij herkend door de veiligheidsdienst. Nadat die zijn huis was binnengevallen, vluchtte hij naar Nederland. Ook hier nam hij deel aan demonstraties van Iraniërs. Dat kan hem bij een gedwongen terugkeer naar Iran duur komen te staan. Volgens Van Schijndel riskeert zijn cliënt zelfs de doodstraf.
Justitie gaat door met de 'uitzettingsmaatregelen' en wil het tweetal volgende week woensdag op het vliegtuig zetten. De twee Iraniërs zijn de eersten die daadwerkelijk worden uitgezet, nadat de Rechtseenheidskamer op 2 november 1995 uitsprak dat Iran niet meer voor iedereen een 'onveilig land' is.
De reden van het opschorten van de uitzettingen is, aldus de woordvoerder van Justitie, dat de Nederlandse ambassade in Teheran momenteel niet is berekend op de komst van twee uitgezette Iraniërs. Er zijn daar allerlei festiviteiten aan de gang en daarom kon het personeel niet tijdig ingelicht worden over “welk gezicht bij welke persoon” hoort, aldus de woordvoerder.
Maar volgens VluchtelingenWerk (VVN) liggen de zaken iets anders. VVN-bestuurslid Vermolen belde gisterochtend met IND-directeur Nawijn over de dreigende uitzetting, waarna Nawijn een spoedberaad belegde op het ministerie. Gebleken is namelijk dat de rechtbanken het onderling niet eens zijn. Zo houden de rechters in Zwolle en Amsterdam asielaanvragen van Iraniërs die vóór 25 januari 1995 zijn ingediend 'ambtshalve' aan, terwijl de rechtbank van Haarlem dat (nog) niet doet. De Haarlemse rechter wees op 2 februari het asielverzoek (gedaan in december 1994) van Jafar Pooyeh Khoic af. Maar vreemd genoeg kondigde hij diezelfde dag aan, dat hij nog komende asielzaken van Iraniërs in navolging van Zwolle zal aanhouden.
Op 25 januari stuurde staatssecretaris Schmitz een brief naar de Kamercommissie, waarin zij meedeelde dat Iran niet langer een gedoogland is. Die beleidswijziging wordt nu juridisch aangevochten, omdat deze bestuursrechtelijk niet zou deugen. De vreemdelingenrechters wachten op een nieuwe uitspraak van hun hoogste college, de Rechtseenheidskamer vreemdelingenzaken in Den Haag. Die wordt half maart verwacht en wellicht komt er dan wèl duidelijkheid in de juridische chaos rond al dan niet gedoogde asielzoekers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.