*

 
dossier

Archief

Nederlandse sport boekt Pyrrusoverwinning

JOHAN WOLDENDORP − 09/02/98, 00:00

NAGANO - Staatssecretaris Erica Terpstra was 'hartstikke' blij dat ze geen IOC-lid is geworden - omdat ze, hoewel 'stikjaloers', de prins van Oranje voorrang verleende - Ard Schenk twijfelde aan de verstandelijke vermogens van Samaranch, de drie andere sollicitanten kunnen waarschijnlijk wel met hun afwijzing leven, maar de eveneens gepasseerde Wouter Huibregtsen werd er doodziek van.

“Het was slikken, slikken en nog eens slikken”, zei de voorzitter van NOC-NSF na zijn verlate aankomst in Nagano. “Want natuurlijk vind ik het niet leuk dat ik niet ben gekozen. En natuurlijk ben ik teleurgesteld.” Juan Antonio Samaranch heeft beschikt, en het resultaat daarvan heeft in de Nederlandse sportwereld een heuse aardverschuiving teweeggebracht. De beroemde losse opmerking die de Spaanse markies eind september in Amsterdam maakte, is kennelijk door iedere reflectant geheel verkeerd begrepen. “Why not?” antwoordde hij luchtig op de vraag of het niet hoog tijd werd een mannetje of vrouwtje in het pluche van de tweede Nederlandse IOC-zetel te plaatsen. Huibregtsen had daarvóór van Samaranch al min of meer de verzekering gekregen dat hij kansrijk was in de race. “Hij heeft me tenminste duidelijk gemaakt dat ik een goede kans zou maken. Maar het IOC blijft een heel andere cultuur. Ik vraag me af wat hem er toe heeft bewogen de keus te maken zoals hij die heeft gemaakt.”

Huibregtsen heeft, zoals bekend, getracht een breed draagvlak te creeren door de olympische bonden te vragen zijn kandidatuur te ondersteunen. De preses van de grootste sportkoepel besloot die enquête te houden, nadat Ard Schenk zich ook in de strijd had geworpen. “Wij in Nederland denken altijd dat een democratisch proces het eerlijkst is. Maar we weten niet hoe dat er in andere landen aan toegaat. Het is duidelijk dat onze aanpak niet de beste was.” Huibregtsen is blij voor de kroonprins, hij is een actief beschermheer van NOC-NSF, heeft een hart voor de sport en zal zich in het IOC-gezelschap geen vreemde in Jeruzalem voelen. “De functie is niet belangrijk, maar wel de manier waarop die wordt ingevuld.”

Wat dat aangaat is het de vraag of Nederland als 'sportnatie' met de benoeming van Willem-Alexander niet een Pyrrusoverwinning heeft geboekt. De vorige week is in deze krant al gesteld dat W. A. van Buren zich niet ongeremd kan uitleven als IOC-lid, als hij dat tenminste al zou willen. Door het gekrakeel dat is ontstaan door de opeenstapeling van kandidaten - iets waarop Samaranch niet gesteld is, hij vindt de dans om een IOC-zetel geen veredelde Postcode-loterij - is in elk geval de Nederlandse sportwereld behoorlijk te kijk gezet.

Het gaat niet eens zozeer om de persoon Willem-Alexander en diens toekomstige functie in de internationale sportgemeenschap. Het IOC is een grensoverschrijdend orgaan. Leden die in allerlei commissies actief zijn, dienen niet primair het land dat in hun paspoort staat vermeld. Samaranch verzamelt kwaliteiten en die recruteert hij uit de landen die de wereldkaart van het IOC moeten inkleuren. Dat werkt uiteraard mannetjesmakerij in de hand. Het IOC is nu eenmaal iets anders dan het bestuur van een buurthuis, hoewel er soms op hetzelfde niveau wordt gekibbeld.

Huibregtsen had het allemaal mooi voor zichzelf uitgestippeld. Het voorzitterschap van NOC-NSF is een leuk opstapje naar een fraaie internationale positie. Het bestuurslidmaatschap van het Europese Olympische Comité, een weinigzeggende continentale sectie van het IOC maar wel een uitermate geschikt lobbycircuit, past perfect in dat profiel. Bij zijn werkgever McKinsey bekleedt hij inmiddels een functie die hem wat meer gelegenheid biedt om in de sport zijn vleugels uit te slaan. “Er valt iets te bereiken in de sport”, zei hij zaterdag. “Ik wil ergens naar toe omdat ik denk dat ik dat kan bereiken. Als het niet linksom is, dan maar rechtsom. Nogmaals, de prins is oké, aan hem heeft het IOC een goede.”

Voor de Nederlandse sportwereld is Huibregtsen van grote betekenis gebleken. Hij smolt NOC (voorheen een reisbureau voor Olympiagangers) en NSF (voorheen een veredeld administratiekantoor voor de georganiseerde sport) om tot één krachtige club, die het gezicht van de sport in dit land bepaalt. Mede dankzij hem is de maatschappelijke betekenis van het fenomeen sport sterk toegenomen. Dat uit zich niet in de vele uren die de audiovisuele media aan sport besteden - dat is slechts een afgeleide - maar wel aan de sterk gestegen plaats op de politieke agenda, zoals dat zo fraai heet. Het lijsttrekkersdebat over sport, de afgelopen maand, was een historische. Een paar jaar geleden zouden drukbezette mensen als Bolkestein, Wallage en De Hoop Scheffer er nog hun neus voor hebben opgehaald.

Huibregtsen is een gedreven, toegankelijke bestuurder met een ver vooruitziende blik. De kans is reëel dat hij volgend jaar, wanneer hij aftredend is, afhaakt als voorzitter van NOC-NSF. Een concreet antwoord op die vraag wilde hij zaterdag niet geven. “Ik weet niet of ik doorga”, zei hij letterlijk. Terpstra mag dan hebben geroepen dat met de benoeming van Willem-Alexander tot IOC-lid het eerste goud binnen was, voor de sport in Nederland is de afgelopen week mogelijk een hele slechte geweest.

mailIcon print |