*

 
dossier

Archief

Seks om te helpen

GONNY TEN HAAFT − 18/01/97, 00:00

Honderden intieme, seksuele contacten heeft Mariska als hulpverleenster in dienst van de Stichting Alternatieve Relatiebemiddeling (Sar) al gehad. Opmerkelijk genoeg, zo vertelt ze zelf, had ze haar “beste ervaring” met een wel heel bijzondere cliënt, op een heel bijzondere plaats. In een bewaakte gastenkamer van een TBS-kliniek vrijde Mariska met een man die opgesloten zat omdat hij verscheidene vrouwen met messen had bedreigd. “Geen moment vond ik het eng, ik zou het zo weer doen.” Om privacy-redenen is Mariska een gefingeerde naam

In Nederland is, onder goede begeleiding, voorzichtig geëxperimenteerd met deze seks-oefentherapie, waaraan Mariska (53) zonder aarzeling haar medewerking verleende. “Ik heb jaren als verpleegkundige in een psychiatrisch ziekenhuis gewerkt. De grens tussen psychiatrie en de door een rechter opgelegde TBS is soms maar klein, ook in de psychiatrie heb ik veel psychopaten en agressie meegemaakt.”

Van de vijftien mensen die voor de Sar werken, is Mariska de enige die ook afspraken maakt met psychiatrische patiënten. De overige veertien - elf vrouwen en drie mannen - verlenen hun diensten aan de doelgroep waarvoor de Sar in 1982 werd opgericht: lichamelijk en geestelijk gehandicapten die behoefte hebben aan lichamelijk contact. Ook de meeste klanten van Mariska wonen in gezinsvervangende tehuizen, instellingen voor gehandicapten, verpleeghuizen of thuis in hun eigen woning.

Pas in de afgelopen jaren krijgt de Sar ook verzoeken tot bemiddeling uit psychiatrische ziekenhuizen en nog weer later zochten ook twee TBS-klinieken contact. En zo kwam het dat Mariska op verzoek van 'Oldenkotte' te Rekken lichamelijk contact had met eerst een pedofiel en later een man van wie zij wist dat hij enkele vrouwen had aangerand. “Deze laatste had ook vrouwen urenlang met een mes bedreigd. Zoiets schrikt natuurlijk af, ik begrijp best dat mijn Sar-collega's zulke cliënten liever niet doen, maar nodig zijn hun angsten niet.”

De oefentherapieën met beide TBS-gedetineerden duurden, zoals van tevoren nadrukkelijk op schrift was vastgelegd, niet langer dan zes keer. Zowel Mariska als de mannen spraken voorafgaand aan de eerste ontmoeting uitvoerig met de begeleiders van het experiment en ook na afloop van elke sessie vond een evaluatie plaats.

Omdat Mariska zelf getrouwd is geweest met een pedofiel - van wie ze om die reden ook is gescheiden - had ze naar haar zeggen geen enkele moeite het bed met haar eerste TBS-cliënt te delen. Deze pedofiel viel niet op jongetjes maar alleen op kleine meisjes, ook al ontkende hij dit zelf. “Tegen zijn behandelaars zei hij steeds dat hij wel degelijk voortdurend aan vrouwen dacht. Hij voelde zich onbegrepen en zou niet in een TBS-kliniek horen, want hij verlangde naar een vrouw en niet naar meisjes. Wel had hij nog nooit seks met een vrouw gehad: de contacten met mij dienden onder meer om zijn seksuele voorkeur te onderzoeken.”

En zo probeerde Mariska een band op te bouwen met een “vrij jonge jongen” die tot op dat moment vooral kleine meisjes had benaderd. Al de eerste keer vertelde hij haar hoezeer hij in zijn jeugd was verwaarloosd en zelfs zonder dat hij dit hoefde te verhalen, merkte ze dat hij lichamelijke intimiteiten nauwelijks kende. Een lichte aanraking, een tikje op de wang en zelfs een aai over de bol, waren hem onmiskenbaar vreemd. Toch merkte ze, naarmate ze elkaar beter leerden kennen, dat hij niet echt op vrouwen viel. “Hij genoot ervan als ik hem streelde en zei dat hij het fijn vond zich te mogen overgeven aan iemand die dit voor hem deed. Maar ook bij onze derde of vierde ontmoeting moest het nog steeds allemaal van mijn kant komen: bij hem bleef het bij wat gelaten genieten, hij had geen enkele behoefte om ook bij mij te voelen.”

Zelf vond zij dit moeilijk, herinnert Mariska zich nog goed, want te veel opdringen wilde ze zich ook niet. Voor het doel van deze seksuele oefentherapie zou het mooi zijn als het tot 'seks van twee kanten' zou kunnen komen en juist omdat hij nog nooit met een vrouw gemeenschap had gehad, had ze zich erop voorbereid dat hun contacten uiteindelijk tot de geslachtsdaad zouden leiden. “Maar omdat hij zo passief bleef, voelde ik me de verkrachter. In de gedachte van 'seks als therapie' kan ik me vinden, maar niet als dit een halve verkrachting zou moeten worden. De drang tot penetreren moest van hem komen, vond ik.”

Deze drang kwam echter niet, ook al hadden ze het samen goed en ook al voelde hij zich, zo verzekerde hij haar voortdurend, volledig bij haar op zijn gemak. Na een keer of vijf was het voor Mariska duidelijk hoe het zat: een voorkeur voor vrouwen zou hij wel nooit krijgen. “Zijn penis werd heus elke keer wel stijf, maar verder bleef hij maar passief. Ik herkende dit van mijn ex: klaarkomen lukt heus wel, maar de mannelijke lust ontbreekt. 'Sorry, deze man is niet op een vrouw gericht', heb ik uiteindelijk tegen zijn behandelaars gezegd. Nogmaals: het initiatief wilde ik niet nemen, dat zou hem naar mijn gevoel alleen maar hebben beschadigd en hem zeker niet hebben veranderd.”

Hoe anders ging het met de tweede man te Rekken, met wie de eerste voorzichtige contacten uiteindelijk overgingen in pure romantiek. De eerste ontmoeting vond Mariska echter ronduit zwaar. “De afspraak was dat we elkaar totaal zes keer zouden treffen, waarbij we elke keer een stukje verder mochten gaan. In het begin mochten we alleen naar elkaar kijken en moesten we zeggen wat we mooi aan elkaar vonden. Vreselijk vond ik dat: daar stond ik dan bloot met mijn middelbare lichaam.”

Zowel voor hem als voor haar was dit een confrontatie, blikt Mariska terug. Hij omdat hij onzeker was met een vrouw alleen; zij omdat ze, ondanks haar ervaring, niet gewend was om zo letterlijk van top tot teen beoordeeld te worden. “In bed weet ik wel hoe ik een man gek moet maken, of hoe ik met mijn lingerie kan 'spelen', maar nu stond ik daar ineens in een kale kamer zonder sfeer. Achteraf gezien viel zijn 'benoeming' me nog mee, al heb ik later wel mijn spataderen laten weghalen.”

Zelf wist ze van deze man (“een goed gespierde dertiger”) dat hij vrouwen zichzelf had laten uitkleden, onder de bedreiging van een mes. Wat echter niemand wist maar wat hij aan Mariska voor het allereerst vertelde, was dat verscheidene vrouwen hem hadden gezegd dat zijn piemel maatje-pink was. Al de tweede keer - de sessie waarin ze elkaar ook mochten gaan strelen - bekende hij Mariska deze voor hem zo grote frustratie. “Dat hij zich zo bespot had gevoeld door deze vrouwen. Dat hij zich uitgelachen voelde. Dat hij met zijn piemel in hun vagina geen grip kreeg.

VERVOLG OP PAGINA 2

SEKS OM TE HELPEN VERVOLG VAN PAGINA 1

Waarop ik zei dat de lengte er niet toe doet: ja, het klinkt raar hè, dat ik hem dit zo moest inprenten.''

Bijna wonderbaarlijk snel groeide hun vertrouwen, maar ze hielden zich goed aan het protocol, dat voorschreef dat vergaande seks, inclusief geslachtsgemeenschap, tot de vijfde of zesde keer moest wachten. Tussentijds hoorde Mariska al wel dat hij vrolijker en opener was geworden; de bekentenis over zijn frustratie bleek een opluchting te zijn. “En uiteindelijk bleek hij de perfecte minnaar: 'de vrouw die jou krijgt, heeft geluk', heb ik hem gezegd.”

Hoewel ook Mariska “erg genoot” van het vrijen met deze man, kapte zij na de therapie alle verdere contacten af. “Hij was echt verliefd geworden, dat vond ik niet goed. Met een etentje hebben we afscheid van elkaar genomen. Dat was heel romantisch: hij had heerlijk voor me gekookt en zag er piekfijn uit.”

Zelf denkt Mariska dat haar inzet bij beide mannen zinvol is geweest. Bij de pedofiel werd immers, in tegenstelling tot wat hij zelf beweerde, duidelijk dat hij niet op vrouwen valt en bij de agressieve man kwam al snel een zachte kant naar voren. “Van de verpleging hoorde ik later dat ik bij deze tweede man echt voor een doorbraak heb gezorgd. Omdat hij met mij over zijn complex had kunnen praten, kwam hij over een dood punt.”

Voor contacten met een derde seksuele delinquent is Mariska nog niet benaderd. Begrijpelijk, zo vertelde men haar te Rekken, want potentïele kandidaten worden streng geselecteerd en een dergelijk experiment kan alleen als de situatie voor de vrouw veilig wordt geacht. Wel hebben de behandelaars haar gevraagd of ze over haar ervaringen mogen publiceren en zelf hield ze één keer een lezing in Brussel voor een zaal van 450 mensen. Bang is ze in de TBS-kliniek geen enkel moment geweest, wat ze verklaart door haar vorige werk als psychiatrisch verpleegkundige, toen ze bijvoorbeeld ook wel messen heeft gezien. “Bovendien worden die mannen natuurlijk altijd gefouilleerd. En mocht er iets gebeuren, dan kan ik waarschuwen met een bel.”

Tegelijkertijd vormden haar ervaringen in de psychiatrie een belangrijke motivatie om te gaan werken voor de Sar. Onvoorstelbaar en zelfs mensonterend noemt ze het gebrek aan aandacht voor de lichamelijke behoeften van patiënten. In een psychiatrisch ziekenhuis maakte ze mee dat het personeel licht erotische plaatjes van de muur haalde uit de kamer van een jonge man. “Dat deden ze zelfs zonder overleg, op een moment dat de jongen in de separeer zat. Alleen aan de binnenkant van de kastdeur mocht hij nog iets hangen, kreeg hij achteraf te horen.”

Toen ook een dementerende man die lichamelijk contact zocht door haar collega's als een melaatse werd behandeld, besloot ze niet meer binnen psychiatrische muren te willen werken. Juist in die tijd las ze in een verpleegkundigen-tijdschrift over de Sar: “eindelijk” een stichting die dezelfde noden signaleerde. Wel geeft ze toe dat ook het slechte huwelijk met haar man een rol in haar beslissing heeft gespeeld. “Seks en ook knuffelen en strelen had ik in tien jaar al niet ervaren. In de contacten met gehandicapten krijg ik ook veel terug.”

Alle vijftien dienstverleners die voor de Sar werken, hebben of hadden een verzorgend beroep. Het zijn vrouwen en mannen die niet verbaasd zijn naakte lichamen te zien, die doorgaans goed kunnen communiceren en begrip hebben voor seksuele behoeften van patiënten. De vraag naar deze alternatieve relatiebemiddeling stijgt volgens een woordvoerder van de stichting “explosief”, maar het aanbod aan dienstverleners blijft helaas nog achter. “Voor de buitenwereld is het toch net alsof je een hoer bent”, verklaart Mariska. “Dat lijkt natuurlijk ook zo, maar er is toch een groot verschil. Wij werken vaak met beschadigde mensen en voor mijn meeste klanten ben ik ook verzorgster: zo help ik bijvoorbeeld met aan- en uitkleden, plassen en de tillift gebruiken.”

Bovendien ontmoeten deze dienstverleners hun klanten hooguit een keer in de maand, op een tevoren afgesproken datum, dus niet 'op afroep' zoals in de prostitutie. Per keer - Mariska blijft nooit langer dan anderhalf uur - betaalt een ieder het daarvoor geldende tarief, namelijk 150 gulden. Toen Mariska vijf jaar geleden bij de Sar begon, had ze enkele contacten per week, inmiddels zijn dit er zo'n 25 in de maand. “Soms heb ik nu twee bezoeken per dag, dat had ik een paar jaar geleden nog niet gekund. Dit moeten echter geen twee moeilijke contacten op een dag zijn, dan wordt het veel te zwaar.”

'Moeilijk' noemt Mariska bijvoorbeeld diegenen die meteen “alles willen”, bij voorkeur als ze koud de drempel over is. Gelukkig zijn dit soort typen echter in de minderheid; vaak heeft Mariska het gevoel echt iets te kunnen doen en groeit het wederzijdse vertrouwen snel. “Ik heb nu al vier keer gehad dat mannen voor het eerst in hun leven tot een zaadlozing kwamen. Velen hebben vanaf hun geboorte in een instelling gewoond; bij sommigen ben ik de enige op hun kalender, één keer in de maand.”

Gestaafd door veel goede ervaringen, zei Mariska onmiddellijk ja toen ook de TBS-kliniek om haar diensten vroeg. Wel erkent ze dat 'vrijwillige seks met een delinquent' aan de buitenwereld nog moeilijker uit te leggen is, maar gelukkig is haar behoefte aan begrip sowieso nooit groot. Aan haar kinderen - vier zonen van 30, 27, 24 en 18 - heeft ze pas kortgeleden verteld wat ze precies doet. “Voorheen wisten ze wel dat ik met gehandicapten werkte, maar niet dat het om seks ging.”

Uit hun reacties werd echter duidelijk dat de zonen al langer hadden vermoed dat hun moeder met invaliden “niet alleen postzegels aan het plakken was”. Eén zoon vindt het nu moeilijk de waarheid te weten, de andere drie hebben neutraal tot “enthousiast” gereageerd. Op de buurvrouw na, heeft Mariska in haar omgeving verder nog geen openheid gegeven. “Maar bijvoorbeeld aan mijn zusje zal ik dit denk ik nog wel doen. Eigenlijk hou ik het ook niet bewust geheim, ik ben altijd een solist geweest. Alleen mijn kinderen heb ik het niet eerder willen zeggen: ze waren te jong om hen daarmee te belasten.”

Verliefd op een klant? Nee, dat is Mariska nog niet geweest, al sluit ze niet uit dat zoiets ooit gebeurt. Al haar klanten zijn zelfs potentiële kandidaten voor een tweede huwelijk, want wat dat betreft is ze ouderwets. “In leeftijd variëren mijn cliënten van 21 tot 81, maar getrouwd is er geen een, die grens passeer ik niet.”

mailIcon print |