*

 
dossier

Archief

Srilankese leger en rebellen hebben baat bij escalatie

JAN BEZEMER − 23/05/95, 00:00

Na een adempauze van drie maanden is de twaalf jaar oude strijd op Sri Lanka weer in alle heftigheid losgebarsten. Er zijn schuldigen en er zijn heel erg schuldigen. Voor vredesactivist Tamil Selliah Manoranjan, zelf een Tamil, zijn de Tamil-Tijgers de grootste boosdoeners. Ze doden niet alleen militairen maar ook eigen mensen die niet precies zo denken als zij. Maar ook het leger deugt van geen kant. De regering van president Chandrika Kumaratunga is te zwak om vredeskansen te benutten en de guerrillastrijders èn het leger in toom te houden. Manoranjan blijft toch hopen, op termijn.

“Zij zijn zonder reden opnieuw de strijd aangegaan en de Singalezen op Sri Lanka zijn opnieuw wantrouwend geworden. De bevolking vraagt zich af waarom de vredesonderhandelingen geen kans mochten krijgen.” De 34-jarige Manoranjan is leider van de vredesbeweging op Sri Lanka die campagne voert met de leuze: 'Vrede-ja, maar mèt democratie'. Hij is enkele weken in Europa en bezoekt Londen, Amsterdam, Brussel en Genève om uitgeweken Tamils, maar ook westerse politici te overtuigen van zijn opvattingen. “De Tijgers worden hier vaak nog als vrijheidstrijders gezien, maar in werkelijkheid gaat het om een gewelddadige, onderdrukkende organisatie, die geen vrijheid toestaat, kinderen recruteert, gevangenkampen inricht, mannen martelt, vrouwen verkracht.”

Volgens Manoranjan hebben de Tijgers bij de hervatting van de strijd niet alleen tientallen soldaten gedood maar ook Tamils, die ervan werden verdacht afvallig te zijn, teveel op de hand van de president Chandrika Kumaratunga en haar streven naar vrede.

De burgeroorlog die sinds 1986 meer dan 30 000 slachtoffers eiste, is sinds 19 april na 12 weken rust, weer zo heftig opgelaaid dat niemand meer en dubbeltje voor het vredesproces geeft. Toch geeft Manoranjan de moed niet op. Hij ziet op langere termijn kansen. De journalist begon klein door als Tamil Singalese dorpen te bezoeken en te proberen vertrouwen te wekken tussen beide bevolkingsgroepen. Hij vertelt hoe Singalese mannen en vrouwen huilend excuses aanboden nadat hij verteld had over de positie van de Tamil-minderheid. Zijn privé-campagne is uitgegroeid tot een beweging die vredesmarsen, dorpsbijeenkomsten en seminars organiseert. Er sluiten zich steeds meer mensen bij aan: “Als militante Singalezen een racistisch getinte bijeenkomst beleggen gaan we er met een man of 25 heen om tegengas te geven, te discussiëren en pamfletten uit te delen.”

“Het ergste dat ons kan overkomen is dat de president wordt vermoord. Dan loopt de zaak zo uit de hand, dat niemand er meer wat tegen kan doen.” Hij sluit zo'n moord niet uit, want zowel het regeringsleger als de Tijgers hebben belang bij escalatie.

Het volk op Sri Lanka mort, de regering van president Chandrika Kumaratunga is te zwak om het land uit het moeras te trekken. Hoewel die kritiek ook de president zelf treft, begrijpt iedereen dat de vrede zonder haar helemaal kansloos is. Manoranjan ziet de partij die Chandrika aan de macht bracht (Peoples Alliances) als een 'racistische partij' die nog steeds uitgaat van een Singalese overheersing. “Maar Chandrika zelf is geen raciste. Zij heeft nog het vertrouwen van de bevolking, van de Singalezen èn de Tamils. Het wordt echter tijd dat ze de strijd met haar eigen partij aangaat en daar een brede discussie op gang brengt over een multiraciale samenleving voor alle bevolkingsgroepen op Sri-Lanka.” De vredesactivist staat helder voor ogen wat er moet gebeuren. “De president moet niet wachten op goedkeuring van de Tamil-Tijgers maar zelf een pakket maatregelen aanbieden dat vertrouwen wekt bij de Tamil-bevolking. Ze moet initiatieven nemen en daarvoor de steun verwerven van haar eigen partij èn de Singalese meerderheid.” De belangrijkste maatregel is gelijkschakeling van de taal van de Tamils. Nog steeds hebben het Singalees en zelfs de taal van de voormalige kolonisten, het Engels, een officiële status. Elke tekst in de Tamil-taal wordt door ambtenaren van de hand gewezen. Die achterstelling zit de trotse Tamilbevolking zeer dwars. “Chandrika moet de Tamils als haar eigen volk behandelen en niet als vreemden.”

De president moet in de ogen van Manoranjan ook het leger kort houden. Hij ziet het regeringsleger, dat al jaren volstrekte vrijheid van handelen heeft, als een groot struikelblok. De militairen zijn ontevreden. Ze menen dat het regeringsleger in de wapenstilstand prestige heeft verloren.

Processen

Hun voorspelling dat de Tijgers na een adempauze hard zouden toeslaan is uitgekomen en ze wrijven dat de president aan. Chandrika heeft één keer publiekelijk van zich afgebeten met teksten als: “De legerleiding denkt dat zij het land regeert, maar ik ben de president!” De misdaden van militairen en politie tegen de bevolking zijn daarmee echter niet gestopt. Na 19 april is de politie weer gewone Tamils gaan oppakken en mishandelen. Chandrika staat voorts onder zware druk om de pas sinds kort aanhangig gemaakte processen tegen legerofficieren en politiemensen te stoppen, nu de veiligheid in het land weer op scherp staat.

De bevolking voelt zich volgens Manoranjan nauwelijks beschermd door het leger. “Hoge officieren gedragen zich als koningen en zijn zeer corrupt. Militaire eenheden verschansen zich in dorpen en de burgerbevolking voelt zich als schild misbruikt. 'Het leger is er niet om ons te beschermen. Wij beschermen het leger', zeggen de mensen.” De militairen blokkeren regelmatig initiatieven van Manoranjan. Bijeenkomsten worden verboden en activisten opgepakt met als argument dat de bevolking “week wordt gemaakt en niet meer bereid zou zijn oorlog te voeren”.

De misdaden van het leger bieden volgens Manoranjan nog enige rechtvaardiging aan de harde strijd van de Tamils. Hoewel de Tijgers veel krediet hebben verloren en de journalist graag de ware aard van de organisatie blootlegt begrijpt hij de Tamilstrijders wel. “Er is toch enige bewondering voor de Tijgers. Het is in de ogen van veel Tamils een heilige organisatie, met een onfeilbare leider, die vecht voor zijn eigen land. Daar is de Tamilbevolking zo mee vergroeid geraakt, dat dat geweldadige streven niet is te stoppen, ook al zou de grote leider Prabhakaran zelf daartoe oproepen. De druk is te groot, alleen al vanwege de vele doden, die in de afgelopen jaren gevallen zijn voor de zaak.”

“De Tijgers, die alle andersdenkende Tamilgroeperingen kapot hebben gemaakt, worden helaas nog steeds als de enige hoop gezien op verbetering van de positie van de Tamils. De bevolking, die de misdaden van het leger ook scherp in het achterhoofd heeft, zit zo gevangen tussen de duivel en een diepe zee.”

mailIcon print |