Het lijdt geen twijfel dat de gisteravond overleden Chinese leider Deng Xiaoping zich een plaats in de geschiedenis zal verwerven als een van de belangrijkste personages van de twintigste eeuw. Al was het alleen maar om het feit dat hij, als absoluut heerser over communistische partij en land, de afgelopen decennia het lot van meer dan een miljard mensen bepaalde. Het ligt dan ook voor de hand bij zijn dood een eerste balans op te maken.
De belangrijkste constatering is dan dat Deng er in is geslaagd om een achterlijke maoïstische staat om te vormen tot een serieuze economische macht. Hij maakte een einde aan de massale en vreugdeloze landbouwcommunes en gaf de Chinese boer en boerin hun verantwoordelijkheid terug.
Het lang onderdrukte privé-initiatief kreeg ook in de steden weer een kans en bracht, door de bank genomen, een enorme verhoging van de welvaart voor de Chinezen.
Dat mag gerust gezien worden als een grote verdienste. Want het China van zijn voorganger Mao was een barbaars en chaotisch land, waarin het individu ondergeschikt was aan het belang van de partij en de eenheid van het uitgestrekte rijk. Dat ging, zeker ten tijde van de Culturele Revolutie, ten koste van miljoenen mensenlevens. Achter het gordijn van de marxistische ideologie ging chaos schuil.
Het was Deng die daarin - vaak met harde hand - orde aanbracht, en die China bevrijdde van de ideologische ballast. Maar hij hield wel genoeg over om de absolute macht van de partij overeind te kunnen houden. Een macht die hij, in 1989, gebruikte om een democratiseringsbeweging hard neer te slaan. Er vloeide bloed op het plein van de Hemelse Vrede, en de rust in China keerde weer. Ondanks dat, of misschien zelfs wel mede daardoor, zal hij eerder aan de goede dan aan de slechte kant komen te staan van de scheidslijn die de geschiedenis zal trekken tussen de belangrijkste personen van deze eeuw.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.