TIRANA (Reuter, AFP) - De Albanese regering begint een hardere houding aan te nemen tegen de protesten van de bedrogen spaarders.
Eerst verhoorde de politie drie oppositieleiders, die ze vervolgens in staat van beschuldiging stelde. Daarna maakte de politie een einde aan een protestbetoging. Alle sportwedstrijden van het komende weekeinde zijn verboden. President Berisha zei gisteren er niet over te piekeren nieuw geld te laten drukken om de spaarders schadeloos te stellen. “Inflatie is de ergste vijand van de armen”, legde hij zijn beslissing uit. Het was de eerste keer dat de president het woord voerde sinds het begin van de onrust.
De gedupeerden hadden hun geld belegd in spaarfondsen, die een onwaarschijnlijk hoge rente betaalden. Later bleken de fondsen die rente te bekostigen uit de inleg van nieuwe deelnemers. Toen de zeepbellen uiteenspatten waren honderdduizenden Albanezen hun geld kwijt. Soortgelijke drama's waren er eerder in onder andere Roemeniƫ en Egypte.
Berisha beloofde gisteren dat de spaarders zeventig procent van hun inleg zullen terugkrijgen. Rente ontvangen ze dus niet. Geld voorlopig evenmin, want Berisha, leider van de rechtse Democratische Partij had het over 'gefaseerde terugbetaling in bonnen of aandelen'. Een uitzondering lijkt de president volgens optimistische exegeten van zijn woorden te willen maken voor arme gezinnen, die misschien wel meteen geld zullen krijgen. De regering bekostigt de terugbetalingen uit tegoeden van de 'spaarpiramides', waarop ze beslag heeft gelegd. Het gaat daarbij om ruim vijfhonderdmiljoen gulden. Volgens schattingen hebben de gedupeerden ruim drie miljard gulden verloren.
Er zijn vier spaarpiramides failliet gegaan. Het in beslag genomen geld komt uit de kas van twee piramides. Het is onduidelijk of de regering dat geld wil verdelen over alle spaarders, of alleen onder degenen die spaarden bij de twee 'piramides' waar nog wat geld is teruggevonden. De 'gefaseerde terugbetalingen' beginnen op 5 februari.
De politie maakte een einde aan een massabijeenkomst waar vakbondsleider Hazem Hajdari zou spreken. Hajdari leidde als student in 1990 het verzet tegen het bewind van de communistische president Alia. Tegenwoordig leidt hij een onafhankelijke vakbond met 130.000 leden. Hij predikt een een 'allesomvattende oplossing' van het spaardersprobleem. In de hoofdstad Tirana ondervroeg de politie de secretaris-generaal van de Socialistische partij (opvolger van de communisten) Rexhep Meidani, en de leiders van de Sociaal-democratische partij en de Democratische Alliantie, Jinushi Skender en Arben Imani. Ze zijn in staat van beschuldiging gesteld vanwege 'onverantwoordelijk gedrag'. Buiten de hoofdstad pakte de politie nog eens vier kaderleden van de Socialistische Partij op.
Het hooggerechtshof slijpt intussen de messen voor de berechting van de leiders van het voormalige communistische regime, onder wie oud-president Ramiz Alia. Het hof beschuldigt hen van volkerenmoord en massale deportaties, en kan daarvoor de doodstraf opleggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.