*

 
dossier

Archief

Politie-instituut moet zijn weg nog vinden

Door: redactie − 08/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Niet om echt vrolijk van te worden: je bent een blauwe maandag directeur van een splinternieuwe politiedienst en dan is er zo'n ouwe rot als de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt die je publiekelijk naar de barbiesjes wenst.

Nordholts toorn trof het Nederlands Politie-instituut, de pas afgelopen zomer opgerichte branche-organisatie voor de politie. Opheffen die handel, er komt narigheid van, luidde de nieuwjaarsboodschap van de bijna afgezwaaide korpschef.

Die dreun zal nog wel nagalmen op het hoofdkwartier van het NPI aan de statige Nassaulaan in Den Haag. Nee dus. “In feite heeft Nordholt gelijk”, zegt D. van de Meeberg, baas over de veertig NPI-medewerkers. “Het is een beetje raar wat we doen, ook een tikkeltje kunstmatig, ja.”

En zolang Amsterdam braaf meebetaalt aan het NPI, mag Nordholt wat hem betreft zeggen wat-ie wil. Tikkeltje vreemd vindt Van de Meeberg de kritiek wel. Want Nordholt stond zelf als lid van de Raad van hoofdcommissarissen aan de wieg van het NPI en hij is ook nog nauw betrokken bij enkele beleidsprogramma's die onder de vlag van dit instituut worden uitgevoerd.

In het staartje van z'n laatste nieuwjaarsrede tot het Amsterdamse korps - de man treedt in september terug - ging Nordholt met een verbale gummilat over het politie-instituut. Het NPI is een samenwerkingsverband van de driehoek die sinds de laatste reorganisatie over de politie gaat: het Korpsbeheerdersberaad (de burgemeesters), het Hoofdofficierenberaad en de Raad van hoofdcommissarissen (de korpschefs). Het NPI moet uitgroeien tot het centrale aanspreekpunt voor politiezaken, heeft een ondersteunende, coördinerende en stimulerende taak, maar moet zijn weg in het politieveld nog vinden.

Voor Nordholt is er maar één route: de weg terug. Hij ziet binnen tien jaar in Nederland een nationale politie ontstaan, die vanuit één departement wordt bestuurd. Een onafwendbare ontwikkeling, die haaks staat op de huidige situatie bij de Nederlandse politie met 26 autonome regiokorpsen. Een 'merkwaardig' politie-instituut als het NPI is daarom volstrekt overbodig, vindt Nordholt. “Het is een soort semi-besluitvormend orgaan - in de vorm van een bureaucratische 'gebits-prothese', een vreemde, verwarrende, papier producerende, mankracht en tijd verslindende hulp-structie, een soort schaduw-departement.” “Ik vind dat raar en ongewenst”, voegde de Amsterdamse korpschef daar nog aan toe, maar dat was eigenlijk al wel duidelijk.

Van de Meeberg, afkomstig uit de top van het Korps landelijke politiediensten, gaat een heel eind mee met de visie van Nordholt. Ook de NPI-directeur denkt dat er op termijn een nationale politie zal ontstaan, die veel slagvaardiger grote grensoverschrijdende criminaliteitsproblemen (drugs, milieu, internationale fraude) kan aanpakken. “Het NPI vult tot het zo ver is een vacuüm in de huidige organisatie op. Binnen de Nederlandse politie is er nu voor een aantal zaken centraal niets geregeld. Daar hebben wij een taak. Wij kunnen een coördinerende rol vervullen op veel beleidsterreinen van de politie, van veiligheidsbeleid tot kwaliteitszorg.”

Een voorbeeld? “De ministeries zijn nu bezig met de uitwerking van de parlementarie enquête opsporingsmethoden. Daarover worden gedachten ontwikkeld en voorheen werden die toegestuurd naar de drie verschillende gremia, de korpsbeheerders, de hoofdofficieren en de korpschefs. Die drie kwamen los van elkaar met reacties en hadden onderling geen raadpleging. Dat gaat nu anders. Met de deskundigheid die we in huis hebben, gaan we om de tafel zitten. De voorstellen van de departementen worden in de drie beraden besproken. Uiteindelijk komt er één gezamenlijke reactie.”

Van de Meeberg is niet gelukkig met de manier waarop Nordholt zijn instituut neersabelde. De woordkeuze zit hem niet lekker. “Hij doet alsof-ie afstand neemt van het NPI en dat neem ik hem kwalijk.” Maar hij troost zich met de wetenschap dat hij uit het politieveld heel andere signalen oppikt.

“Steeds meer regiokorpsen vragen ons, of ze bepaalde expertise bij het NPI kunnen onderbrengen. Zoals de deskundigheid op het gebied van inbraakpreventie in woningen. De korpsen Utrecht en Rotterdam/Rijnmond zijn daarin altijd gespecialiseerd geweest. Ze hebben gevraagd of die deskundigheid niet bij het politie-instituut kan worden ondergebracht, omdat het dan makkelijker is ook andere korpsen van die expertise te kunnen laten profiteren. Het is namelijk niet zo doelmatig, om elk korps de beste manier te laten uitvinden voor beveiliging van een winkelcentrum, als in één korps die ontdekking allang gedaan is.”

“Onze missie is: de toegevoegde waarde zijn van wat die 26 politiekorpsen al met elkaar hebben bereikt. De politie tot een grotere effectiviteit brengen. Daarbij moeten wij ons voortdurend afvragen, wat ons handelen bijdraagt aan het basispolitiewerk. Als we geen bijdrage leveren aan het vullen van de gereedschapskist van de politieman in het veld, moeten we onszelf opheffen.”

Van de Meeberg praat vandaag in Amsterdam met Nordholts beoogde opvolger Kuiper. “Maar die afspraak was al vóór Nordholts nieuwjaarsrede gemaakt, hoor.”

mailIcon print |