*

 
dossier

Archief

Papendrecht nauw met zorgenkind Fokker verweven

HENNY DE LANGE − 24/01/96, 00:00

PAPENDRECHT - “Van het oude dijkdorp is al vrijwel niets meer over. Als Fokker nu ook nog verdwijnt uit Papendrecht, is het helemaal gedaan met ons dorp aan de rivier.”

De oude man staat te wachten op het pontje dat over de Beneden-Merwede heen en weer pendelt tussen Papendrecht en Dordrecht. Slechts een paar fietsers en voetgangers trotseren de ijskoude wind op de kade en horen het zwartgallige relaas van de man aan. “Ik kan al dagenlang over niks anders dan Fokker praten”, zegt hij. Hij krijgt bijval van een vrouw. “Bij ons thuis is het precies zo. We hebben helemaal geen familie die er werkt, maar toch raakt het je. Het raakt het hele dorp.” De man wijst naar rechts, naar de gesloten slagboom voor het Fokker-terrein. “Nog even en dat ding blijft voorgoed dicht. Daar kun je je ogen toch niet droog bij houden.”

De pont is net weggevaren. Het is negen uur in de ochtend en de grootste drukte is voorbij. Vanuit Papendrecht zijn het in de ochtendspits vooral scholieren en kantoormensen die de oversteek maken naar Dordt. In omgekeerde richting pendelen veel werknemers van Fokker. Het parkeerterrein voor de slagboom staat vol. “Je zou hier vanmiddag om één minuut over half vijf nog eens moeten komen kijken”, zegt de oude man. “Dan zie je de hele handel wegscheuren. En een haast dat ze altijd hebben. Dat heb ik nooit gesnapt, die haast. Allemaal roepen ze dat ze zo'n fijne baan hebben bij Fokker. Maar de werkdag mag nooit eens een paar minuutjes langer duren.”

De omwonenden mogen zich dan regelmatig ergeren aan de snelheidsduivels die 's avonds het parkeerterrein van Fokker afscheuren. “Straks zullen we ze nog missen”, realiseerde Henk Visser zich deze ochtend ineens. Hij bewoont een van de statige huizen op de Veerdam, die naar de Fokker-vestiging leidt. Zijn vader liet het huis in 1929 bouwen en Visser die in 1920 werd geboren, woont er al bijna zijn hele leven. “Toen wij hier kwamen wonen, was de vliegtuigfabriek er al, alleen heette hij toen nog Aviolanda. Pas veel later werd het Fokker.”

Visser, tot zijn pensionering directeur van de door zijn vader in 1905 gestichte Alblasserdamsche Waterleiding, heeft de hele geschiedenis van Fokker in Papendrecht meegemaakt. “Van A tot waarschijnlijk ook Z.” Als amateur-historicus schreef hij een boek over de geschiedenis van het Dorp aan de rivier. “Als ik terugblader, valt me pas op hoezeer het dorp en de vliegtuigfabriek met elkaar verweven zijn.”

In zijn herinnering is het bedrijf altijd een zorgenkindje geweest. “Pieken en dalen.” Het ene moment werkten er honderden mensen aan vliegtuigonderdelen. Een paar jaar later vlogen ze er weer uit en moest de fabriek zich staande houden met de bouw van eierbroed- en flessenvulmachines en de montage van vrachtwagens en autobussen. Visser haalt er een boekje bij van zijn plaatsgenoot Pieter van Wijngaarden (Van Aviolanda tot Fokker). “Ik lees hier dat ze zelfs speelgoed hebben gemaakt om de mensen maar aan het werk te houden.”

Dat neemt niet weg dat het bedrijf ook schitterende hoogtepunten heeft gekend. Visser: “Als ik met oudere plaatsgenoten praat, komen we vaak uit op de herinneringen die we hebben aan de 'vliegboten' die in de topjaren van Aviolanda landden op de rivier.” Het bedrijf was gespecialiseerd in de bouw van metalen zeevliegtuigen. Voor de kenners: de Dornier 'Wal' was hèt paradepaardje van het Papendrechtse bedrijf.

In Papendrecht, een uit zijn voegen gegroeid dijkdorp met 28 500 inwoners, zijn er nog maar weinigen die geloven in een gunstige afloop voor de plaatselijke Fokker-vestiging, waar ruim 1 200 mensen werken. Ruim een kwart van het personeel woont in Papendrecht, de rest komt uit de regio. De gevolgen van de sluiting van Fokker zullen in de hele Drechtstreek merkbaar zijn, voorspelt loco-burgemeester Wil de Koning. “Het werkloosheidspercentage in Papendrecht schommelt nu rond het landelijk gemiddelde. Dat gaat zeker omhoog en dat zullen ook de winkeliers in hun portemonnee merken.” De Koning valt in voor Elisabeth Tuijnman, die afgelopen maandag aan haar eerste werkdag als burgemeester van Papendrecht begon. Daarvoor was ze burgemeester in Norg in Drenthe. De Koning: “Van Norg naar Papendrecht is al een behoorlijke overgang, maar nu helemaal, nu ze in één klap met haar neus in zo'n grote berg narigheid valt.”

Op het gemeentehuis en ook op straat valt op dat vrijwel iedereen de ernst van de situatie onder ogen ziet. Gemeentesecretaris D. Groenendijk: “Natuurlijk blijven mensen hopen dat delen van het bedrijf overeind kunnen blijven. Maar iedereen beseft ook dat Papendrecht maar een heel klein pionnetje is in het geheel. De mensen voelen zich machteloos. Ze weten dat ze geen enkele invloed kunnen uitoefenen op de beslissers.” Natuurlijk heeft de gemeente 'brandbrieven' gestuurd naar Den Haag, zegt Groenendijk. “Maar als je hoort welke bedragen er over tafel gaan, duizenden miljoenen, dan voel je je als gemeente toch wel heel erg nietig.”

Het is ook het gevoel van eigenwaarde dat je verliest, zegt een oud-werknemer van Fokker, die bij een eerdere reorganisatie z'n baan verloor. Hij zit aan de leestafel in de bibliotheek. “Ik vreet kranten in deze dagen. Toen ik nog bij Fokker werkte, gaf me dat een zekere status. Ik was er trots op om daar te mogen werken, ontleende daar ook zelfvertrouwen aan. Als ze dat van je afpakken, raak je ook een stukje van jezelf kwijt. Tenminste, zo is het mij vergaan.”

Henk Visser wijst naar de met klimop overwoekerde muur in zijn achtertuin. “Alles heeft hier met Fokker te maken, zelfs die muur.” De muur maakte ooit deel uit van de omheining van het terrein aan de rivier waarop de Rijn- en zeerederij gebroeders Van Driel in 1920 een scheepswerf bouwde. Maar nog voordat het eerste schip van de helling gleed, sloeg de crisis in de scheepsbouw genadeloos toe en ging het bedrijf op de fles. De werf werd verkocht aan de Rotterdamse scheepsbouwer Burgerhout, die deze locatie aan het water ideaal vond voor de bouw van watervliegtuigen. Na de oorlog begonnen de eerste gesprekken over samenwerking tussen de drie vliegtuigbouwers die Nederland toen nog kende: Fokker, Aviolanda en De Schelde. Aviolanda zou vooral het revisie- en reparatiewerk moeten doen. Die samenwerking resulteerde op 31 december 1967 in een definitieve overname van Aviolanda door Fokker. Die periode markeert ook het afscheid van het oude dijkdorp aan de rivier. Visser: “In de jaren zestig woonden hier nog maar zesduizend mensen. Nu zijn het er bijna dertigduizend. Van het oorspronkelijke dorp is met uitzondering van de Veerdam en de dijk haast niets overgebleven. Als Fokker straks weg is, is er helemaal niets meer over van het verleden.”

mailIcon print |