*

 
dossier

Archief

Sepeng, zilver op 800 meter, symbool van nieuw Zuid-Afrikaans tijdperk

ROB VELTHUIS − 02/08/96, 00:00

ATLANTA - Een in domheid volhardende Amerikaan trok het veld op de 800 meter naar de hoogste snelheid ooit in de olympische geschiedenis. Johnny Gray gokte in Atlanta zoals altijd op de meest primitieve tactische middelen. De aanzwellende orkaan vanaf de tribunes zwakte al af voordat de winnaar de finish had overschreden.

Dat was natuurlijk niet Gray, die zich de grootvader noemt van de 800 meter. Al voorafgaande aan wedstrijden pleegt hij met de gebruikelijke Amerikaanse bluf zijn kaarten open te leggen. Een eindsprint heeft hij niet, dus opent hij overweldigend. “Iedereen zal in de schaduw van Johnny Gray lopen.” Het was klip en klaar dat het offensief van de Amerikaan ook op zijn vierde Spelen tot mislukken was gedoemd. Het was afwachten met hoevelen de anderen zich op hem zouden storten. In 1992 viel dat mee en won hij brons, maar in zijn laatste - zo mogen we aannemen - eindstrijd werd hij als zevende weer de grote anonymus. Exact zoals twaalf jaar geleden in Los Angeles.

Het werd een gemêleerd gezelschap van een Noor (Vebjorn Rodal), een Zuid-Afrikaan (Hezekiel Sepeng), een Keniaan (Fred Onyancha) en een Cubaan (Norberto Tellez), dat onder de grens van 1.43 minuten dook. Allen waren sneller dan de onvergetelijke Keniaan Paul Ereng, die met zijn zevenmijls passen in Seoul een olympisch record had gevestigd.

Het was een Keniaan uit Denemarken die de vlag van zijn 'landgenoten' Ereng en Tanui (Barcelona) had kunnen overnemen. Maar Wilson Kipketer, de snelste man van dit moment, weigerde naar Atlanta af te reizen. Als Deen triomfeerde hij in 1995 op de wereldkampioenschappen in Gothenburg en voor Denemarken wilde hij een olympisch hoofdstuk openen. Wat hem ontbrak was een nieuwe nationaliteit, die pas na zes jaar als ingezetene loskomt. Kenia en IOC kwamen op de valreep met een uniek aanbod. Kipketer kon voor de 800 meter worden toegevoegd aan de drie reeds geplaatste Kenianen, een wild card dus. Maar de trotse Kipketer weigerde onder de vlag van zijn geboorteland uit te komen. En onthield de tegenvallende Keniaanse ploeg mogelijk het eerste goud.

Rodal betreurde het besluit van zijn concurrent. Zoals het een groot sportman betaamt, had de Noor gaarne de wapens op willen nemen tegen zijn op papier grootste concurrent. Zodat zijn triomf aan geen twijfel onderhevig zou zijn geweest. “Dat hij voor Denemarken wil lopen is echter zijn probleem.” Dat een Noor, stammend uit de wildernis in het centrum van het land, op het hoogste podium is terechtgekomen, wekte enige verbazing. Vooral omdat de 23-jarige man lang volhardt in training in zijn eigen omgeving, nabij zijn vrouw en kind.

Rodal begon als voetballer, maar verafschuwde de afhankelijkheid van anderen. Op cross-country ski's of als jager voelde hij zich vrijer, met lopen ontlook zijn talent toen hij als vijftienjarige zijn coach Kjell Arve Husby ontmoette. In Barcelona reikte Rodal vier jaar later niet verder dan de halve finale. Wat smalend werd gelachen om die jongensachtige droom van hem, waarin hij de eerste man wordt met een tijd onder de 1.40 minuten. Het mondiale record van 1.41,73 staat al vijftien jaar en tal van grootheden hebben hun achillespezen kapotgelopen op deze tijd van Sebastian Coe. Drie jaar geleden verliet Rodal zijn geboortedorp Berkak, waar hij in de barre winters zijn kwaliteitstraining deed in een 350 meter lange tunnel van een elektriciteitsmaatschappij. In Trondheim heeft hij nu een indoor-accommodatie tot zijn beschikking.

Rodal maakte in de halve finales een zwakke indruk, maar weet dat aan zijn te brutale tactiek, het onverantwoord smijten met energie en een concentratiefout. Op weg naar zijn triomf bewaarde hij zijn geduld; raakte geen moment in paniek door de hoge snelheid waarmee de trein op 49,55 langs de halte halverwege denderde. Na 600 meter schoof hij op van positie zes naar twee, om na de bocht toe te slaan.

Hezekiel Sepeng koos het spoor van de Noor, maar kon hem net niet bedreigen. Desondanks baarde deze Zuid-Afrikaan, twee jaar geleden gepresenteerd als symbool van een nieuw tijdperk, met zilver opzien. Het was de eerste olympische medaille die door een zwarte Zuid-Afrikaan werd behaald. Sepeng, sinds een week onder contract bij de Nederlander Jos Hermens, droeg de plak terstond op aan het land dat in 1992 weer op het internationale podium verscheen.

Sepeng was de atleet die in augustus 1994 de vlag droeg voor de ploeg die in Victoria na 36 jaar verbanning terugkeerde op de Commonwealth Games. Voor de Spelen van twee jaar eerder was hij nog een onbekende die op blote voeten liep, maar in '94 was zijn ster rijzende, wat hij benadrukte met het binnenhalen van de eerste Zuid-Afrikaanse medaille sinds 1958. Destijds was het - zoals gebruikelijk - een blanke. Sepeng is zwart en zegt ondanks alle problemen waarmee hij in het verleden werd geconfronteerd, geluk te hebben gehad.

Sepeng werd 22 jaar geleden geboren op een kippenfarm, waar zijn vader als chauffeur werkt. Hij kreeg er onderwijs, liep eens een sprintje, maar was tot voor vier jaar voetballer. Toen trof een harde trap hem in zijn dij, waarna hij zijn prioriteiten wijzigde. Al snel openbaarde zich zijn aanleg voor de middenafstanden. Zijn coach, Van der Merwe, realiseerde zich een ruwe diamant in handen te hebben gekregen. Deze leraar troonde hem in 1992 mee naar Potchefstroom Boys High School, de enige Engelse school in zijn woonplaats en de eerste die zwarte studenten accepteerde. Hij werd hard door de weerstand, waarmee zijn jaloerse blanke concurrenten hem tevergeefs de baan uit probeerden te kegelen.

Een jaar later was Sepeng tijdens de WK al in hevig gevecht gewikkeld met de Brit McKean en olympisch kampioen Tanui. Bij die gelegenheid concludeerde McKean dat de man die zojuist als vijfde was geëindigd, de volgende olympische kampioen zou zijn. Het bleek net te hoog gegrepen voor het talent dat twee jaar geleden nog een persoonlijk record had van 1.45,32 en in Atlanta uitkwam op 1.42,74. Zijn kracht ligt in zijn vermogen juist op grote wedstrijden het uiterste uit zichzelf te halen. “Ik geloof in mijn kracht, ik had zelfs kunnen winnen als ik geen fouten had gemaakt. Maar ik kan ze achteraf niet uitwissen. Iedereen in de finale is de beste. Maak je een fout, dan is het gebeurd.”

Toen Sepeng twee jaar geleden in Victoria debuteerde, was hij een van de zeven niet-blanke atleten in een ploeg van 112 mensen. Dat had fronsende wenkbrauwen tot gevolg. De autochtonen van Zuid-Afrika hebben een grote achterstand in te lopen waar het gaat om sportaccommodaties. Binnen het huidige olympisch team heerst volgens Sepeng echter harmonie. “Blank en zwart slapen niet bij elkaar op de kamer. Die deel je met een vriend, met iemand in wie je vertrouwen stelt. Maar verder doen we alles samen. De sfeer is fantastisch, we vormen één eigen olympisch dorp.

mailIcon print |