*

 
dossier

Archief

Indonesië: schuld bedrijven wordt tijdelijk opgeschort

Door: redactie − 28/01/98, 00:00

Van onze redactie economie AMSTERDAM - Voor het eerst sinds het uitbreken van de roepia-crisis heeft de regering in Jakarta gisteren maatregelen getroffen in de hoop het enorme schuldenprobleem van het land het hoofd te bieden. Anders dan het IMF dringt de Wereldbank erop aan dat er sociale voorzieningen worden getroffen voor de honderdduizenden mensen die werkloos worden als gevolg van de crisis in Azië.

De regering-Soeharto zegt dat Indonesische bedrijven met buitenlandse schulden de mogelijkheid krijgen hun betalingen tijdelijk op te schorten. Daarnaast zal de centrale bank garant staan voor deposito's en spaartegoeden bij lokale banken. Voorts komt er een overheidsinstelling die noodlijdende banken kan overnemen.

Zowel de Amerikaanse minister van financiën Rubin, als diens inmiddels afgetreden Japanse collega Mitsuzuka staat positief tegenover deze regeringsplannen. De roepia reageerde voor het eerst sinds weken met een lichte koersverbetering. De munt sloot gisteren op 12 500 voor een dollar, na 12 950 op maandag.

De staatsgarantie op banktegoeden zal zeker twee jaar voortduren. Doel is de uitstroom van geld naar buitenlandse banken tot staan te brengen, en ruimte te creëren voor een herstel van de financiële stabiliteit van het land. Het Indonesische bedrijfsleven heeft naar schatting 130 miljard gulden aan buitenlandse schulden. Het nu aangekondigde tijdelijke 'moratorium' bevestigt wat veel analisten al vreesden: voorlopig komt er geen cent van het geleende geld terug.

Volgens schattingen zijn er in Indonesië op het ogenblik 2,4 miljoen werklozen. En voorspeld wordt dat dit aantal de komende maanden zal verdubbelen. Werklozen wonen vooral in de steden; in het goeddeels agrarische land wonen in totaal circa 200 miljoen mensen.

Stringent

Onder leiding van het Internationaal Monetair Fonds is vorig jaar aan Indonesië, Zuid-Korea en Thailand samen ruim 200 miljard gulden aan financiële steun toegezegd. Om de vertrouwenscrisis rond hun economiën te overwinnen heeft het IMF de betrokken regeringen onder meer een stringent bezuinigingsbeleid opgelegd. In contrast daarmee riep de eveneens in Washington gevestigde zusterinstelling Wereldbank de Aziatische crisislanden op de sociale uitgaven juist te verhogen.

“Bescherming van de armen in deze onzekere tijd heeft de hoogste prioriteit”, zo liet Wereldbank-president James Wolfensohn weten aan de vooravond van een tiendaagse rondreis door Azië. Een dergelijk sociaal beleid noemt hij ook van groot belang om onder het volk steun te winnen voor de economische hervormigen die nodig zijn.

Korea, Maleisië en Thailand hebben de armoede volgens de Wereldbank, bijna geheel overwonnen, terwijl Indonesië juist op het punt stond dat doel te bereiken. “Maar ruwweg 10 procent van de bevolking van deze landen leeft met inkomens van 1 tot 1,50 dollar per dag, net boven de internationale armoede-grens. Als de economische omstandigheden verslechteren, kunnen mensen met zulke lage inkomens gemakkelijk in armoede terugvallen.”

Aan de miljardenstroom die het IMF richting Zuidoost-Azië op gang heeft gebracht is circa 16 miljard gulden afkomstig van de Wereldbank. Ook eerder deze maand kwam er al kritiek vanuit de Wereldbank op het bezuinigingsbeleid dat het IMF voorschrijft. Bankeconoom Joseph Stiglitz stelde dat de eis om begrotingstekorten snel weg te werken contraproductief werkt, omdat er veel bedrijven door failliet kunnen gaan.

mailIcon print |