*

 
dossier

Archief

D66 wil kortere asielprocedure

Door: redactie − 03/04/98, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - D66 vindt dat een asielprocedure niet langer mag duren dan drieëneenhalf jaar. Is daarna nog niet beslist over een asielaanvraag, dan heeft de asielzoeker automatisch recht op een verblijfsvergunning.

De Tweede-Kamerfractie van D66 pleit hiervoor in een notitie over het asielbeleid, die ze gisteren heeft gepresenteerd. D66 doet daarin ook voorstellen om de asielprocedure te bekorten, zonder dat de zorgvuldigheid in gevaar komt. Zo moet een rechter in één keer oordelen over toelating, opvang en vertrek. Nu kan een asielzoeker over deze zaken afzonderlijk een oordeel vragen van de rechter.

In hun notitie sluiten de democraten zich op veel punten aan bij het bestaande asielbeleid. D66 wil wel dat de Nederlandse regering het initiatief neemt tot een evenwichtiger verdeling van het aantal asielzoekers over de lidstaten van de Europese Unie. De druk op Nederland is nu te groot, meent D66, ook doordat Nederland te boek staat als een relatief aantrekkelijke bestemming voor asielzoekers. De toelatingsvoorwaarden in Europa moeten op elkaar worden afgestemd; landen die meer asielzoekers opvangen dan andere moeten financieel worden gecompenseerd.

Ontwikkelingshulp

D66 wil ontwikkelingshulp in het uiterste geval inzetten om druk uit te oefenen op landen die weigeren afgewezen asielzoekers terug te nemen. D66 neemt hiermee een standpunt in dat door VVD en CDA al langer wordt bepleit. De regering heeft dat steeds afgewezen, maar ziet zich nu geplaatst tegenover een Kamermeerderheid.

Argument voor het kabinet om tegenover weigerachtige landen niet te dreigen met het stopzetten van ontwikkelingshulp, is dat de inwoners van een land niet het slachtoffer mogen worden van de opstelling van hun regering. Ook D66 wijst op dit risico. Stoppen van de hulp kan bovendien tot gevolg hebben, dat nog meer mensen uit dat land willen vertrekken. Niettemin vinden de democraten: “Heeft Nederland een relatie met dat land in het kader van ontwikkelingssamenwerking, dan kan de ongestoorde voortzetting van die relatie ter discussie worden gesteld.”

Volgens het Kamerlid Dittrich, de opsteller van de notitie, is het niet de bedoeling onmiddellijk de ontwikkelingshulp stop te zetten als een land stelselmatig blijft weigeren onderdanen terug te nemen. “Maar in het uiterste geval moet het uiteindelijk wel kunnen”, lichtte hij mondeling toe. Dittrich heeft overigens nu geen land op het oog waarop zo'n sanctie zou moeten worden toegepast.

mailIcon print |