KINSHASA (Reuters, AFP) - President Kabila heeft gisteren Kinshasa opnieuw verlaten om in Zimbabwe steun te zoeken van zijn buurlanden. Intussen leken de rebellen in Congo de hoofdstad steeds dichter te naderen.
Geleid door Tutsi's uit het oosten van Congo, veroverden zij naar eigen zeggen de plaats Songololo, waarna zij oprukten naar de stad Mbanza Ngungu, het laatste grote obstakel voor de hoofdstad. Mbanza Ngungu ligt 110 kilometer ten zuidwesten van Kinshasa. Regeringsfunctionarissen spraken de berichten tegen.
Volgens diplomaten besprak Kabila gisteravond in Zimbabwe de oorlog in zijn land met de ministers van defensie van Angola, Namibië en Zimbabwe. Kabila bekleedt een dubbelrol als president en minister van defensie.
De situatie in het midden-Afrikaanse land is chaotisch. De meeste buitenlanders die dat wilden hebben het land verlaten, maar de evacuatie was volgens een Nederlandse ooggetuige “een compleet gekkenhuis”. De sfeer tegenover buitenlanders in Kinshasa was bijzonder vijandig, omdat veel mensen denken dat met name Frankrijk de rebellen steunt.
Door de opstand is de situatie in Kinshasa uiterst gespannen. Onder de vijf miljoen inwoners van de hoofdstad brak paniek uit toen in de middag de watervoorziening en elektriciteit uitvielen. Het is niet zeker of de rebellen hiervoor verantwoordelijk waren, maar zij beheersen de Inga-dam, die water en stroom levert aan zowel Kinshasa als Brazzaville.
Zondag kregen de rebellen politieke ondersteuning van de nieuw opgerichte Congolese Democratische Coalitie (CDC). Meer dan twintig militaire en politieke leiders nemen nu deel aan het verbond, dat vermoedelijk nog meer leden krijgt. Tot de leden van de CDC behoren de Tutsi Bizima Karaha, Kabila's vroegere minister van buitenlandse zaken en de legercommandanten Sylvain Mbuki en Jean-Pierre Ondekane.
De opstandelingen beheersen inmiddels grote delen van het oosten en westen van Congo. Behalve de Inga-waterkrachtcentrale hebben zij ook de enige havenstad Matadi, een marinebasis bij Banana en de oliestad Muanda in handen.
Kabila beschuldigt Rwanda en Oeganda, twee oude bondgenoten, van steun aan de rebellen. De president wil de landen in zuidelijk Afrika ervan overtuigen dat de “buitenlandse invasie” moet worden tegengehouden. Met name het militair sterke Angola, dat in het westen aan de rebellenbases langs de Congolese kust grenst, zou het tij voor Kabila's hoofdstad Kinshasa kunnen keren. Kabila sprak zondag met de presidenten van Angola en Namibië in de Angolese hoofdstad Luanda.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.