Amsterdam (Felix Meritis, t/m 27/1 en BIM-huis, 1/3); daarna toernee, o.a Enschede (Concordia, 31/1), Den Bosch (Azijnfabriek, 4/2), Deventer (Bouwkunde, 10/2), Leeuwarden (Theater Romein, 15/2), Alkmaar (Provadja, 16/2), Groningen (Grand Theatre, 21/2).
Uit de woorden van de vrouw spreekt veel wijsheid. Zij doorziet het ongefundeerde optimisme van de man, die na haar vertrek dan ook verscheurd uitschreeuwt: “Kut, kut, kut, OOOHH!” De verhouding is duidelijk: het is de vrouw die beslist. En het is de man die zich, afhankelijk, als slachtoffer opstelt. En die zich groot houdt. Alleen wanneer zij er niet is, durft hij zijn ware gevoelens te tonen, zijn ellende, zijn angst, zijn paniek.
Het gegeven is herkenbaar. Niets is immers zo moeilijk als het goed, spannend en bruisend houden van een liefdesrelatie. Eerst gaat alles nog vanzelf, maar na een tijdje lukt het niet meer, hoezeer je ook je best doet. Gevolg: de ene crisis na de andere, relatieconsulenten, vreemdgaan, scheiding, verdriet, eenzaamheid en - met geluk een nieuw begin.
Het probleem van hoe man en vrouw met elkaar communiceren - proberen te communiceren, moet ik eigenlijk zeggen -, is het onderwerp van de muziektheaterproduktie 'Babylotion', die afgelopen weekeinde in première ging in Felix Meritis. Aan de basis van het stuk staat Jan Hans Berg, die hiervoor muziek componeerde op een tekst van Don Duyns. Vier musici (tenorsaxofonist Tobias Delius, trombonist Wolter Wierbos, gitarist Andy Moor en Berg zelf, afwisselend op basgitaar en contrabas) en twee acteurs (Peter Paul Muller en Saskia Temmink) zetten in Babylotion de emotionele onverenigbaarheid van de seksen neer.
Dat gebeurt in een eenvoudig toneelbeeld. Veel is ook niet nodig: een tafeltje en twee stoelen is genoeg, al staan er elders in de ruimte nog twee stoelen, plus twee microfoonstandaards. Helaas worden de microfoons zelden gebruikt, waardoor de teksten veelal wegvallen tegen de muziek. Vaak is dat niet erg. De ondertitel van 'Babylotion' luidt niet voor niets: 'Taal als muziek! ... muziek als taal!' Soms is het echter jammer, doordat de toeschouwer relevante informatie mist - of die informatie althans denkt te missen.
Op het toneel lopen de musici en acteurs door elkaar heen, ondersteunen elkaar, letterlijk en figuurlijk. Niet alleen zoeken de acteurs die hun rollen buitengewoon gedreven en overtuigend vertolken regelmatig troost bij de musici, zij dienen ook als klankbord. De emoties van de vrouw en man worden vertolkt door de musici, extra dik aangezet in extatische improvisaties of verbeeld in pakkende, rudimentair uitgewerkte thema's.
Meteen al in het begin van de een kleine anderhalf uur durende voorstelling blijkt dat de man en vrouw, die overigens naamloos blijven, niet weten hoe ze met elkaar moeten communiceren. Ze verwijten elkaar van alles, maar weten niet hoe daarop in te gaan. Ze herinneren zich hun eerste ontmoeting tijdens een demonstratie. Hij loofde haar mooie ogen en gaf haar een roos. Maar nu vindt hij dat ze er elke dag hetzelfde uit ziet: “Je haar, je gezicht, je handen. Steeds hetzelfde hoofd. Dit hoofd wordt steeds ouder.” En zij verwijt hem gebrek aan romantiek: “Je snapt niks van vrouwen. Anders zou je geloven dat als een vrouw zegt: 'Ik ga weg', dat ook gebeurt.”
Ze vertrekt inderdaad en laat hem als wrak achter. Dat zij aan het slot weer terugkeert, is een zwaktebod van de voorstelling. Zonder happy end wint het stuk aan overtuigingskracht. Ook de titel 'Babylotion' is een vreemde keuze. Volgens Berg slaat de naam op de ontoereikendheid van taal. “Zij moeten die weg terug naar waar een woord nog klank was, nog voelbaar was, als bij een baby.” Inderdaad begeeft de vrouw zich een kort moment in de brabbelperiode van een baby. 'Stoel', zegt ze. En 'papa' en 'auto'. Maar dan hervat ze weer haar normale taalgebruik: volwassen en ondoorgrondelijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.