*

 
dossier

Archief

Het gevaar van het Euro-cynisme

GIJS DE VRIES − 27/05/95, 00:00

De auteur is voorzitter van de Liberale en democratische fractie in het Europees parlement.

De onverdraagzaamheid uit zich, zowel in Oost- als in West-Europa, vooral in discriminatie en geweld tegen minderheden: van de verkiezing van ranzig rechts in gemeenteraden en nationale parlementen - zoals in Nederland - tot aanslagen op Turkse eigendommen en joodse begraafplaatsen. Maar de onverdraagzaamheid uit zich ook in een andere vorm: populistisch Euro-cynisme zoals dat in Frankrijk wordt verwoord door De Villiers en Le Pen en in Engeland door toonaangevende Conservatieven. Deze Euro-cynici appelleren aan het soort emoties dat dit continent deze eeuw al twee keer in het verderf heeft gestort.

Dat politici om electorale redenen appelleren aan vooroordelen en ressentimenten hoeft ons niet te verbazen. Maar verrassend is wel de combinatie van verlegenheid en onverschilligheid waarmee bonafide democraten op dit populisme reageren.

Mythen

Willen wij een overtuigend antwoord geven op het sluipend gif van het collectivistisch nationalisme, dan moeten twee mythen worden doorgeprikt. In de eerste plaats de valse waarheid dat onze nationale identiteit wordt bedreigd door de Europese integratie. Onze identiteit op dit werelddeel is niet los te zien van de wisselwerking met onze buurlanden. Het is juist die uitwisseling tussen culturen die elke cultuur zijn vitaliteit geeft. Alleen in samenwerking kunnen zij tot volle bloei komen.

Maar samenwerking zonder spelregels ontaardt al eeuwen lang vroeg of laat in het recht van de sterkste. Voor hun voortbestaan hebben de naties van Europa dus de Europese Unie nodig. Het omgekeerde geldt overigens ook. De Europese Unie is een experiment in eenheid in verscheidenheid. Die zijn niet los van elkaar verkrijgbaar.

De tweede valse waarheid is dat nationaal belang en Europese samenwerking ten diepste onverenigbaar zijn. Het tegendeel is waar. Er is geen nationale oplossing voor de werkloosheid in Frankrijk, de luchtvervuiling boven Duitsland of de internationale criminaliteit. Een Belgisch of Nederlands buitenlands beleid dat niet is ingebed in Europees beleid, komt meestal neer op fluiten in het donker: je komt er niet ver mee.

Wil dat zeggen dat landen zoals Nederland in de Europese Unie dus maar over zich moeten laten lopen? Nee, natuurlijk niet. Al te goed is buurmans gek. Elk land komt in Brussel op voor nationale belangen. Nederland doet dat trouwens sinds jaar en dag en dikwijls met succes. Er is dus niets mis mee dat Nederland in Brussel opkomt voor een verantwoorde besteding van EU-begrotingsgelden. De hoogte van onze afdracht aan Brussel is een nationaal belang, en niet het minste. Maar de afdracht is niet identiek aan het nationaal belang.

Rechtsorde

Het nationaal belang van elke lidstaat van de Unie is samen te vatten in drie woorden: welvaart, veiligheid en recht.

De rechtsorde die de Europese Unie is, is voor ons land een essentieel nationaal belang. Zonder het cement van het recht brokkelt het Europese bouwwerk immers onherroepelijk af. En zonder dat bouwwerk zijn de welvaart en de veiligheid van ons land speelbal van de internationale krachten.

Het gevecht om verwezenlijking van de mensenrechten is nog lang niet gewonnen. Zo steekt in heel Europa het revisionisme weer de kop op. Daarom zou het goed zijn als in het Europees Verdrag een verbod wordt opgenomen op alle vormen van racisme en antisemitisme. Daarom ook zou de Europese Commissie het initiatief moeten nemen met de landen van West- en Oost-Europa om een eensgezind antwoord te geven op giftige leugens zoals de ontkenning van de holocaust.

Een effectief antwoord op de onverdraagzaamheid in Europa moet ook aandacht inhouden voor de positie van etnische minderheden. Nog altijd worden die door de Europese Unie behandeld als tweederangs burgers. Het is hoog tijd dat in het Verdrag wordt vastgelegd dat legale migranten, die tenminste vijf jaar in Europa verblijven, gelijke rechten krijgen als 'officiële' EU-burgers.

Minister Sorgdrager van justitie zei laatst zich zorgen te maken over de rechtsstaat in Europa. Ze vindt de sterke toename van de omvang van de internationale criminaliteit een bedreiging voor ons land. Zij heeft gelijk. Maar wat doet zij eraan? Is zij, en het kabinet met haar, bereid te pleiten voor een effectieve Europese aanpak van de grensoverschrijdende misdaad? Is zij dus bereid over zorgvuldig gekozen onderdelen van de politie- en justitiesamenwerking in Europa met meerderheid te laten stemmen? De andere weg, die van de unanimiteit, is immers doodgelopen. Neem Schengen: dat heeft 7 landen 10 jaar gekost om tot een non-besluit te komen. Als 15 landen het eens moeten worden - laat staan morgen 16 of 20 - dan worden ze het hooguit eens over de datum van de volgende vergadering.

“Recht zonder macht vermag niets; macht zonder recht is tyrannie”, zei Pascal. Het zou een goed motief zijn voor de intergouvernementele conferentie over de toekomst van de Europese Unie. Wij moeten bereid zijn de Unie de macht te geven het recht te dienen. Dat wil zeggen dat de Unie in staat moet worden gesteld een werkelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te voeren. Te vaak blijft het in dat buitenlands beleid nu bij toeschouwen, hoofdschudden, handenwringen en uiteindelijk schouderophalen. De veiligheid van Europa is één en ondeelbaar; het is tijd dat ons veiligheidsbeleid dat ook wordt.

Democratie is het hart van onze rechtsorde. Een democratischer Europa is essentieel als antwoord op de populistische Euro-cynici. Daarom is het wezenlijk dat bij de komende herziening van het Verdrag van Maastricht het Europees parlement het laatste woord krijgt over Europese wetgeving. Dat parlement is het symbool van de verdraagzaamheid en van de wil tot samenwerking van de volkeren van Europa. Hoe sterker dat symbool, hoe sterker Europa. Hoe sterker het Europees parlement, hoe sterker de burger. Hoe sterker de burger, hoe weerbaarder onze beschaving.

Gevaarlijk

Maar de Europese Unie spreekt niet vanzelf. Zij berust in belangrijke mate op de bereidheid van nationale politici om uit te leggen waarom Europese samenwerking nodig is. Aan die bereidheid ontbreekt het helaas steeds vaker. Te weinig maken nationale politici zich tot tolk van het gemeenschappelijk belang, zonder hetwelk nationale belangen niet te verzoenen zijn. Te vaak hebben de Euro-cynici in de eigen hoofdsteden vrij spel.

Dat is gevaarlijk. De Europese integratie is niet onomkeerbaar. Te veel onverschilligheid over de toekomst van de Europese Unie doet die Unie onherroepelijk ontrafelen. Dan doet het veto zijn verlammende werk. Dan winnen de middelpuntvliedende krachten.

Politieke partijen en hun leiders moeten kleur willen bekennen. Wij moeten nee willen zeggen tegen de nationale egoïsmen, de vooroordelen, de stereotypen. Wij moeten ja durven zeggen tegen de Europese Unie - geen kritiekloos ja, maar wel een principieel ja.

De Europese Unie is de meest ambitieuze oefening in vrede en verdraagzaamheid die dit continent ooit heeft gekend. Zij is zowel het symbool van het gemeenschappelijk belang van onze volkeren als een instrument daarvan. De EU is onmisbaar in de strijd tegen nationalisme en discriminatie.

In die strijd past geen onverschilligheid.

mailIcon print |