Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Bij het ongeluk met de Belgische Hercules waarbij vorig jaar juli op vliegbasis Eindhoven 34 van de 41 inzittenden om het leven kwamen, is niet alleen de reddingsoperatie desastreus geweest, ook in de uren en dagen erna stapelden zich fout op fout.
In de vier eindrapporten die gisteren in Den Haag zijn gepresenteerd, vallen vooral de conclusies van de Inspectie brandweerzorg en rampenbestrijding op die de afgelopen maanden heeft onderzocht hoe de verantwoordelijken zich hebben gedragen bij de afwikkeling van de ramp. Vooral de Eindhovense loco-burgemeester W. van Zon krijgt in de beoordeling de wind van voren. Terwijl deze - door de vakantie van burgemeester Welschen - hoofdverantwoordelijk was en feitelijk het 'opperbevel' had moeten voeren, is deze alleen polshoogte gaan nemen op de rampplek en heeft zich toen teruggetrokken in een crisisteam in de brandweerkazerne, dat geen enkel contact had met de militaire autoriteiten. Verstoken van informatie kon hij geen adequate beslissingen nemen, laat staan krachtdadig optreden.
Het resultaat was dat er een gescheiden besluitvorming plaatsvond en dat niemand een totaalbeeld van de ramp had, wat een snelle hulpverlening aan nabestaanden in de weg stond. Zo werden relaties van de slachtoffers na de ramp geconfronteerd met vier informatienummers op drie locaties, terwijl op geen van de nummers absolute duidelijkheid kon worden verschaft over wie zich in het ramptoestel had bevonden. Ook liet Van Zon na de zogenaamde 'driehoek' bij elkaar te roepen, een overleg waarin de officier van justitie, de korpschef en de burgemeester knopen moeten doorhakken. Anders gezegd: iedereen deed zijn best, maar van enige structuur was geen sprake.
Burgemeester R. Welschen van Eindhoven krijgt ook kritiek van binnenlandse zaken, ook al zat hij tijdens het ongeluk in het buitenland. Er was in Eindhoven namelijk wel een 'papieren' rampenbestrijdingsplan, maar daarmee is nooit op bestuurlijk niveau geoefend, waardoor, toen het eenmaal zo ver was, leidinggevenden hun plaats en taak niet kenden. De brandweer had op die oefening moeten aandringen, en Welschen is voor dat nalaten eindverantwoordelijk.
Het zeer goed bekendstaande Rampen Indentificatie Team (RIT) blijkt in Eindhoven te strikt gewerkt te hebben. Het team heeft een procedure ontwikkeld waarin binnen 24 uur de indentificatie van (vaak onherkenbare) stoffelijke resten kan worden vastgesteld. Hoewel bij de ramp met de Hercules diverse slachtoffers níet verminkt waren en door nabestaanden herkend hadden kunnen worden, stond het RIT toch op de lange procedure. Omdat los daarvan was besloten tot een herdenkingsdienst op korte termijn, waren de nabestaanden niet in staat afscheid van hun dierbaren te nemen.
Verder heeft de voorlichting aan de media veel te wensen overgelaten, aldus de onderzoekers. De Regionale Omroep Brabant is niet ingeschakeld als rampenzender. De inspectie noemt dit een gemiste kans. En er is door diverse voorlichters te terughoudend informatie verstrekt.
In een eerdere rapportage over de oorzaak en afwikkeling van de ramp is geconcludeerd dat het ongeval met de Hercules is veroorzaakt door honderden vogels op de baan, die bij de landing twee van de vier propellor-motoren deden uitvallen. Toen de piloot een 'doorstart' wilde maken, had deze niet genoeg vermogen en raakte hij met een vleugel de grond. Achteraf, stellen de onderzoekers, had de piloot beter gewoon kunnen landen. Maar de keuze voor een doorstart in zo'n moeilijk situatie, is wel een 'verdedigbare' geweest'.
In het eerste onderzoeksrapport dat in oktober werd gepresenteerd, kreeg de 'vogelman' het verwijt dat hij had nagelaten bij de aankomst van de Hercules de vogels van de baan te verjagen. In het nieuwe rapport wordt gemeld dat de verkeersleiding heeft verzuimd aan hem door te geven dat de Hercules twintig minuten eerder zou landen.
Justitie heeft bekend gemaakt dat er een gerechtelijk vooronderzoek wordt gestart naar de vraag of een of meer personen een strafrechtelijk verwijt valt te maken. De hulpverlening is namelijk 25 minuten later op gang gekomen dan had gekund omdat er sprake was van 'communicatiestoornissen'. De verkeersleiding zou aan de centralist hebben doorgegeven dat er tientallen passagiers aan boord van de gecrashte Hercules waren, maar deze heeft dat niet zo begrepen en ook niet doorgegeven aan de gewaarschuwde hulpverleners. Als de hulpverlening eerder was gestart en gericht was op het redden van passagiers, waren er mogelijk minder slachtoffers gevallen.
Eind vorig jaar zette de leiding van de luchtmacht de basiscommandant, de verantwoordelijke verkeersleider en de dienstdoende brandweercommandant uit hun functie omdat ze zouden hebben gefaald. Het drietal heeft binnen de Luchtmacht inmiddels een andere baan. Ze zijn in beroep gegaan tegen de overplaatsing.
De Koninklijke Luchtmacht heeft intern allerlei maatregelen getroffen die het falen van de hulpverlening in de toekomst moeten voorkomen. Er is nieuw reddingsmaterial aangeschaft en verbindingsapparatuur waarmee ook communicatie rechtstreeks met de civiele hulpverleners mogelijk is. Bovendien hebben alle Hercules-vliegers extra instructie gekregen hoe ze moeten handelen als zich een motorstoring voordoet op geringe hoogte. In de Hercules-toestellen waarmee de luchtmacht vliegt zijn inmiddels enkele verbeteringen aangebracht waardoor zuurstoftanks automatisch dicht gaan in geval van brand. De heftigheid van de brand in het neergestorte Belgische toestel was vooral het gevolg van een lekkende zuurstofleiding.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.