*

 
dossier

Archief

Turkije is nog steeds niet uitsluitend Turks

EILDERT MULDER − 03/01/98, 00:00

Wie eraan twijfelt of Turkije een Europees land is moet eens naar het noordoosten gaan. Aan de oevers van de Zwarte Zee kun je je met wat fantasie in Spanje wanen. Er leeft een volk, de Laz, dat een aan het Baskisch verwante taal spreekt en zich vermaakt met stierengevechten. Het is maar een klein voorbeeld dat aangeeft hoe gevarieerd de Turkse bevolking en cultuur is gebleven, ondanks harde assimilatiepogingen en de verdrijving van miljoenen Grieken en Armeniërs.

Turkije is Turkser dan zijn voorganger, het oude Ottomaanse sultansrijk, maar het is nog steeds niet uitsluitend Turks. In het Ottomaanse rijk speelden Turken de eerste viool, maar het imperium was multinationaal. Dat kon moeilijk anders met een rijk dat op zijn hoogtepunt behalve het huidige Turkije ook de hele Balkan, Hongarije, de noordkust van de Zwarte Zee en het grootste deel van de Arabische wereld omvatte. Multinationaal was ook het bestuur. Tot de negentiende eeuw drukten Griekse diplomaten een belangrijk stempel op de buitenlandse politiek van het Ottomaanse rijk. De officiële taal, het osmanli, had als basis Turks maar zat vol met Arabische en Perzische uitdrukkingen.

In de Eerste Wereldoorlog sloot het Ottomaanse Rijk zich aan bij de verliezers. Na de nederlaag trokken de Turken zich terug op wat nu Turkije is. Ze leefden in de overtuiging dat de aftakeling van het Ottomaanse Rijk, die al ver voor de Eerste Wereldoorlog was begonnen, mede het gevolg was van het stoken door de Europese vijanden onder de minderheidsvolkeren, vooral de christelijke Grieken en Armeniërs.

Daarom wilden ze voortaan in een etnisch homogeen land leven. Al tijdens de Eerste Wereldoorlog rekenden ze af met de Armeniërs. Wegens vermeend heulen met de Russische vijand dwongen ze hen in voetmarsen naar de Syrische woestijn te trekken. Honderdduizenden kwamen om. Het oude Armeense gebied staat nog vol met kerken: ruïnes of in gebruik voor andere functies. De bewoners van de voormalige Armeense dorpen, meestal Koerden, blijven vaak koppig de oude Armeense plaatsnamen gebruiken, hoewel die officieel zijn afgeschaft en hoewel Koerden destijds ijverig hebben meegedaan aan de gewelddadige verdrijving van de Armeniërs.

Met de Grieken in Turkije liep het mis in de jaren twintig. Ze dankten dat aan hun 'moederland' Griekenland, dat het in de Eerste Wereldoorlog verslagen Turkije de genadeklap wilde verkopen. Een genadeklap werd het: voor de Grieken. Bij de vrede kwam er een uitwisseling, waarbij miljoenen Grieken hun woongebieden aan de Egeïsche en Zwarte Zee en ook in Cappadocië moesten verlaten. Wel bleef er nog een flinke Griekse gemeenschap over in Istanbul. Maar in de jaren zestig was het ook daarmee goeddeels gebeurd. Door de spanningen op Cyprus tussen Turken en Grieken werd het leven voor de Grieken in de oude hoofdstad ondragelijk.

Ze namen bij hun vertrek hun sportclubs mee, zoals de Atheense voetbalclub AEK, eens opgericht in Istanbul. En allerlei Turkse uitdrukkingen, zodat je ook in Athene wel eens teëekkür ederim (dankjewel) hoort, in plaats van het Griekse efcharisto polu. En dat laatste kun je soms in Turkije horen, van moslims die van Griekenland naar Turkije emigreerden, of van de moslim-Grieken bij de Zwarte Zee. Vanwege hun geloof mochten zij in de jaren twintig blijven. In dezelfde regio klinkt ook de Armeense taal nog, want Armeniërs, die tot de islam waren bekeerd hoefden in de Eerste Wereldoorlog niet weg, en niemand die het erg vindt dat sommigen nog een ceremonie instandhouden die lijkt op de doop.

De verdrijvingen hadden geen absoluut karakter met de precisie van een boekhouder. Turkse families adopteerden soms Armeense of Griekse kinderen. Dat gebeurde ook met een Grieks meisje dat in haar pleeggezin Turks opgroeide, trouwde met een Turk en Turkse kinderen en kleinkinderen kreeg. Op haar oude dag kon ze ineens geen woord Turks meer spreken, terwijl de weggezakte Griekse woorden terugkeerden. Inarren moede gingen haar kinderen op zoek naar de verloren Griekse familie. De speurtocht slaagde en de vrouw sleet haar laatste levensjaren in Griekenland.

De verdrijving van de christelijke Grieken en Armeniërs was een slag voor het Europese karakter van Turkije. Maar door een wonderlijke speling werd toch de Europese identiteit van Turkije in de jaren daarop sterker. “Turkije is van de Turken”, zo vond Ataturk, in een andere beroemde uitspraak. Maar hij en de zijnen vonden wel dat die Turken Europeanen moesten worden. Ze geloofden dat Turkije alleen maar vooruit zou komen als het de Europese beschaving overnam.

Er kan hebben meegespeeld dat veel Turkse leiders zelf Europeanen waren, geboren in de Balkan in de verloren delen van het Ottomaanse Rijk. Ze keken op de traditionele cultuur van 'Klein Azië' misschien wel op dezelfde manier neer als waarop Fransen of Engelsen dat deden. De navolging van Europa kwam, behalve in kleding en andere uiterlijke vormen, vooral tot uiting in een keiharde scheiding tussen godsdienst en staat.

De overgebleven minderheidsvolkeren kregen te maken met een harde assimilatiepolitiek. Het doet denken aan de manier waarop de Engelsen en Fransen in de negentiende eeuw hun Keltische minderheden aanpakten. In Turkije veroorzaakte de gedwongen assimilatie vooral bij de Koerden, die een Indo-Europese taal spreken, grote spanningen, uitmondend in de oorlog van dit moment in het oosten van Turkije.

Niet iedereen was blij met de van bovenaf opgelegde ontwikkelingen. Tegenstanders vonden een nieuw woord uit. Ze noemden zich in plaats van Turk Türkiyeli, wat zoiets als 'Turkijenaar' betekent. Ze geven ermee aan dat Turkije niet alleen Turks is, maar nog veel meer. Vroeger was de term Türkiyeli vooral bij politiek links in gebruik, de laatste tijd gebruiken ook moslim-fundamentalisten hem. Godsdienst moet volgens hen het bindmiddel van een samenleving zijn, niet een taal of natie. En van de gedwongen overname van de Europese cultuur moeten ze al helemaal niets hebben.

Die dwang is een kernprobleem in de relatie tussen de EU en Turkije. De secularisatie, die de navolgers van Ataturk verdedigen, is op en top Europees. Maar de dwang waarmee ze dat doen is in Europa niet meer van deze tijd. In die zin is Turkije toch weer niet zo'n Europees land.

mailIcon print |