Zijn middelbare schoolloopbaan is een lang verhaal: de brugklas op de mavo, toen een jaar havo, weer de mavo, een particulier instituut dat het mavodiploma opleverde. “Ik kon niet tegen het idee dat ik op school gekneveld werd, dat mijn oorspronkelijkheid werd verkwanseld. En de dingen die ik deed, zoals sonnetten schrijven en ingewikkelde puzzels oplossen, die werden niet gewaardeerd. Ik denk dat ze niet wisten wat ze met me aan moesten. Ik ben ongeschikt voor de schoolbankjes.” Als negentienjarige had Doesburg uiteindelijk een onvolledig havodiploma.
Maar hij wilde liever werken en voor bedrijven was dat geen probleem. “Als je jezelf goed kunt presenteren, vraagt niemand naar je diploma's.” Doesburg - geen familie van bekende naamgenoten - werkte een tijdlang als verkoper voor een groot bedrijf, verkocht deur-aan-deur schilderijen en gaf een lokale krant uit.
Ook in loondienst voelde Doesburg zich gekneveld, dus begon hij een eigen bedrijf in de import en export. Hij bleek een aardig verkoper, maar het inkopen ging mis en een faillisement dreigde. “Ik had jarenlang in hoog tempo geleefd, toen kreeg ik voor het eerst een harde klap op m'n neus.” Hij vulde de tekorten aan door zich freelance te verhuren als verkoopleider. Maar nadat hij de plaatselijke koekfabriek de supermarkt had ingepraat en de eerste commercial van de lokale televisie had gesleten, bleef het knagen. “Maar ik kreeg gelukkig meer tijd, zodat het uiteindelijk wel duidelijk werd. Tegen vrienden had ik al jaren daarvoor wel eens gezegd dat ik advocaat wilde worden. Je kunt dan eigen ondernemer worden, bent competitief bezig en helpt mensen, terwijl het ook intellectueel boeiend is.”
Op dat laatste punt wrong de schoen, of zoals Doesburg het noemt “mijn mavotrauma. Als ik een offerte opstelde, kreeg ik moeite met d's en t's. En in mijn toenmalige vriendenkring werd het meeste gepraat over voetbal en seks, terwijl ik regelmatig tussendoor met de auto het bos inreed en een boekje ging lezen - van Erasmus tot Ludlum.”
Doesburg melde zich bij de Open Universiteit, waar je alleen 21 jaar oud hoeft te zijn om aan een academische opleiding te beginnen. Voor zijn eerste rechtententamen haalde hij een vijf. “Ik was ontmoedigd, maar iemand wees mij erop dat een vijf vanuit een achtergrond met mavo helemaal niet slecht was en dat ik hoogstens nog een beetje lui was geweest. Dat merkte ik toen ik het studieboek herlas en ontdekte dat ik alle moeilijke punten had laten zitten.” In herkansing werd het een zeven en Doesburg haalde daarna alle vakken in een keer, met minimaal een zeven. “Dat zet je toch aan het denken over de beoordeling vroeger, op de middelbare school. Ik vind tests als de cito sterk overschat. Vooral als je ziet wat het voor invloed heeft op het zelfbeeld van jongeren zoals ik toen. Ach, die tests: de ene keer ben ik heel dom en in een andere test was ik ineens hoogbegaafd.”
Vrienden sloten weddenschappen af of Doesburg zijn nieuwe activiteit twee of drie weken zou volhouden. “Het is ook best lastig om vol te houden: uiteindelijk wordt een tentamen halen een kunstje en dan verslapt mijn aandacht. Maar ik vind dat er ten onrechte lacherig wordt gedaan over studeren: het vergt heel wat van een mens om je lange tijd te concentreren. Tot die tijd leerde ik wel veel, maar zonder samenhang. Op de universiteit krijg je de fundamenten voor het gebouw.”
Inmiddels is Doesburg vier jaar bezig, overgestapt naar de avondopleiding van de universiteit in zijn woonplaats Groningen en halverwege zijn studie. Hij wil over ruim twee jaar in twee specialisaties afstuderen. Tussendoor blijft hij zich verhuren en een half jaar lang zwichtte hij voor een bedrijf dat hem een adjunt-directeurschap en een zwarte Mercedes aanbood. “Dan zwerf je weer een half jaar door Europa, maar dat is het toch niet. Maar je hebt gelukkig weer wat geld.” Want op een studiebeurs kan Doesburg als 27-plusser niet rekenen. “Best zuur hoor, als je van je achttiende tot je 25-ste gewoon belasting hebt betaald. En dat terwijl iedereen de mond volheeft over levenslang leren.”
Omdat hij zijn studiekosten niet van de belasting mocht aftrekken - want het verkoopwerk had weinig met de rechtenopleiding te maken - noemde Doesburg zich 'juridisch adviseur'. “Maar dat is nu geen inhoudsloze verandering meer. Ik adviseer bijvoorbeeld bedrijven over zaken als leveringsvoorwaren of verhuur. Of ik doe een aantal dingen op no cure, no pay basis, wat een advocaat niet mag. Zo heb ik een ondernemer die invalide werd, geholpen om zijn schuld te saneren. Dankbaar werk, maar meer dan een doos sigaren hield ik er niet aan over. Maar daarna komt er weer een bedrijf langs en houd ik ineens een zak geld over.”
Met de jongere dagstudenten praat Doesburg veel. “Als je direct na de middelbare school doorstudeert ga je de arbeidsmarkt op met 22 jaar en een ontzaglijke dosis kennis. Ik ken mensen met veel talent, maar die jongeren wordt door de universiteit veel te veel voorgehouden dat ze automatisch een goede baan krijgen. Maar zo werkt het echt niet. Zeker niet als je ziet hoeveel ze missen op het praktisch gebied: presentatie, debatteren, sociale vaardigheden. Ik pleit ervoor dat iedereen na school een jaar lang iets anders gaat doen: reizen, werken, of noem maar op. Wat je doet maakt niet veel uit. Je moet dingen doorleven.”
Ander voordeel van zijn praktische ervaring is volgens Doesburg dat de studie veel leuker wordt. “Rechten wordt vaak een droge studie genoemd. Voor mij is dat absoluut niet zo. Ik heb al eens een deurwaarder aan het werk gezien, ik heb al eens een arbeidscontract opgesteld. Daarover gaat de studie en voor mij leeft dat heel sterk.”
Of hij uiteindelijk advocaat wordt, weet Doesburg niet zeker. “Ik heb gemerkt dat ik op heel veel terreinen aardig wat kan. Ik heb een tijdje gewerkt als surfinstructeur, dat vond ik ook heel leuk. Maar ik vind het lastig om te kiezen. Als ik 's avonds maar tevreden naar bed kan gaan, dat is al heel wat. Uiteindelijk probeer ik steeds meer m'n hart te volgen.” Dat leidde tot zijn passie voor het debatteercircuit. “Door te kijken naar iemand als Ischa Meijer ben ik daar naartoe geleid. In een debatteerclub werd ik ineens hard aangepakt en door anderen omvergeblazen. Ik vind het fantastisch om zo aan mijn eigen presentatie te schaven dat ik daarin meekan.” Op het laatste wereldkampioenschap debatteren eindigde hij als zestigste van de zeshonderd.” “Debatteren was voor mij net als thuiskomen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.