*

 
dossier

Archief

Vluchtelingen Kosovo vrezen barre winter

GEORGE JAHN (AP) − 27/08/98, 00:00

SHKOZE - Een handje rijst. Een tomaat. Een korst brood. Vluchtelingen in Kosovo vragen wat ze vandaag te eten hebben gehad is een manier om hun tragedie aan af te meten.

Degenen die het best af zijn, zitten met tientallen opeengepakt in huizen in het snel slinkende gebied dat nog in handen is van het Bevrijdingsleger van Kosovo (UCK). Ze slapen op dekens op vuile houten vloeren. De minder fortuinlijken slapen in het open veld naast de huizen. De meest hopeloze gevallen - naar schatting 50 000 - zitten verspreid in de bossen en de bergen. Ze zijn de afgelopen weken gevlucht voor het offensief van de Serviërs, die hun dorpen in brand staken na ze op het UCK te hebben veroverd.

De zomer zal spoedig voorbij zijn. Omdat er niet is geoogst en het vee dood of zoekgeraakt is, zullen de vluchtelingen de winter niet op eigen kracht kunnen overleven. “Wat kunnen we doen als mensen in de heuvels blijven zitten en niet naar huis terugkeren voor de winter begint? Niet veel,” zei hulpverlener Fernando del Mundo. “We zijn bang dat de mensen gewoon doodgaan.”

Het vluchtelingendrama in Kosovo lijkt op het eerste gezicht een herhaling van de tragedie in Bosnië. Maar hoewel het aantal ontheemden in Kosovo kleiner is, zijn de kansen op een ramp groter. Omdat de frontlinies in Bosnië het grootste deel van de oorlog min of meer stabiel bleven, konden honderdduizenden vluchtelingen zich vrij snel na hun vlucht in vriendschappelijk gebied vestigen. De taak om hen te voeden en onderdak te verschaffen, werd daardoor aanzienlijk vereenvoudigd.

Vlammen

Maar de strijd tussen de Albanese rebellen en de Servische politie en het door Servië gedomineerde Joegoslavische leger kent niet zo'n status-quo. Bijna voortdurend gaan er wel een paar dorpen in vlammen op en groeit het aantal daklozen. Hulpkonvooien komen er bij aankomst op een bepaalde plaats vaak pas achter dat de vluchtelingen vanwege nieuwe gevechten alweer naar elders zijn vertrokken. Medische hulpverleners zeggen dat er kinderen met dysenterie zijn gestorven omdat hun ouders geen hulp durfden zoeken.

De Servische autoriteiten zeggen dat burgers die naar huis willen terugkeren niets te vrezen hebben, maar de vluchtelingen vertellen een ander verhaal. Agram Kryezin vluchtte een maand geleden uit zijn dorp in de centrale regio Drenica, met achterlating van tarwe- en maïsvelden, drie koeien, geiten en kippen. Doordat de oogst verloren is gegaan hebben hij en zijn tien leden tellende familie geen eten voor de winter. “Maar we kunnen niet teruggaan”, zei Kryezin (24). “De politie zit in ons huis. Ze verbranden onze akkers.” Van vijf buren die wel naar het dorp, Bubavec, terugkeerden, werden er drie gedood en zijn de andere twee spoorloos, zei Kryezin.

Als de vluchtelingen niet in de gelegenheid worden gesteld om naar hun huizen terug te keren, waarschuwde Sören Jessen Petersen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR kortgeleden, “zullen vele, vele mensen van de winter sterven”.

Maar zelfs de vluchtelingen die wel mochten terugkeren kunnen vaak niet normaal leven. Del Mundo, die ook in dienst is van de UNHCR, zei dat etnisch-Albanese boeren in Ade, ten westen van Pristina, aan een bezoekende UNHCR-delegatie hadden verteld dat de Servische politie hun niet toestond de oogst binnen te halen.

In de omgeving van Drenica is de situatie nog veel uitzichtlozer. Elke dag moet Merita Toci een kilo rijst delen met tien andere mensen. Een bezoeker die vraagt of zij geen honger heeft maant zij tot stilte, wijzend op de hologige zwerfkinderen met wie zij een houten schoolgebouwtje als onderkomen deelt. “Ik kan moeilijk ja zeggen waar zij bij zijn, is het wel?” zegt zij. Maar de tweejarige Jedmine Hoti heeft het heus wel gehoord. “Ik heb honger” jammert zij. Haar grootmoeder zegt dat Jedmine broodkorsten te eten krijgt. Zelf heeft zij die dag alleen een tomaat gehad.

Op een paar kilometer afstand wuift het mais aan zijn staken en ruist de wind door de velden met tarwe. Koeien lopen op de weg in dorpen waar Servische politieagenten de enige bewoners zijn.

“Je hebt een rijk, vruchtbaar land waarin sommige mensen van de honger omkomen omdat zij niet kunnen oogsten”, zei Del Mundo.

mailIcon print |