*

 
dossier

Archief

FINALE

PETER SIERKSMA − 23/05/95, 00:00

Van Jan Marten hoeft het even niet meer, de finale. Hij is het zat, al die overspannen aandacht voor Ajax op tv en in de bladen. Vorige week zei hij zelfs dat hij blij zou zijn als het allemaal was afgelopen. Sterker: “Ik hoop maar dat we verliezen. Ga ik straks gewoon weer naar NEC-Ajax. Niet eens uitverkocht, lekker, stil in het zonnetje.”

Ik begrijp hem wel. Hij woont in de Watergraafsmeer, heeft al jaren een seizoenkaart en nu wordt hem iets afgenomen. Ajax was klein en bijzonder en is nu weer even Massa en zelfs Art; zij het van het verkeerde genre. Dat is niet leuk voor de echte liefhebber die, beschaafd als Klaas Nuninga en Stefan Petterson ooit waren, alleen voor het voetbal en de kleuren komt.

Maar, zo probeer ik hem nu een hart onder de riem te steken, je kunt ook nog in stilte genieten van je cluppie hoor! Zo heb ik al een maand lang een stukje uit The Observer op mijn bureau liggen. Elke dag kijk ik er even naar. En denk dan aan vroeger en nu. Het gaat over Arsenal, dat op dat moment net op wonderbaarlijke wijze Sampdoria had uitgeschakeld voor de Europacup 2, maar eindigt met enkele lyrische regels over de komende 'grote finale' waarin Milaan zich voorbereidt op de ''thrilling challenge of Ajax''. 'Wat een vooruitzicht', zo luidt het allermooiste zinnetje dat ik sinds een week met rood heb onderstreept:

“What a prospect: the most bounteous young generation to emerge from Amsterdam's Academy since the Seventies against one of the greatest teams of all time, a team that refuses to decline in Europe.”

Wie dit leest, weet: hier wankelt een wereldrijk onder de druk van een teruggekeerde held. Daarom: nog even volhouden, Jan Marten!

mailIcon print |