*

 
dossier

Archief

'Zodra er iemand naast me komt rijden, knijp ik meteen in de remmen'

JOHAN WOLDENDORP − 29/08/96, 00:00

ALMERE - Het was een onwaarschijnlijk lange spurt die Max van Heeswijk in de tweede etappe van de Ronde van Nederland voor zichzelf aantrok. Vierhonderd meter voor de finishlijn probeerde de Limburger zijn collega-sprinters al uit de tent te lokken. Hij kroop in het wiel van Piziks en vergiste zich vervolgens bijna in Den Braber, die wel aanstalten maakte om te versnellen maar uiteindelijk de benen stilhield. Maar per saldo hield Van Heeswijk net genoeg ruimte over om zijn tweede seizoenzege te registreren.

“Ik moest het gat wel slaan,” sprak de winnaar na afloop. Op zich is dat geen probleem voor de naar de Raboploeg vertrekkende pupil van Hennie Kuiper. Het is zijn specialisme; alleen niet op het vlakke. Met inbegrip van allerlei pretwedstrijden in Australië (meer dan de helft van zijn erelijst), heeft Van Heeswijk in bijna twee profseizoenen en een paar maanden als stagiaire negentien koersen in zijn voordeel beslist. De meeste op identieke wijze: licht bergop sloeg de souplesserenner toe met de 'twaalf' op het achterblad. Het succes in Almere dankte hij aan het laten monteren van een zwaarder verzet. “Sinds dit jaar sprint ik met een 'elf' erop. Mijn vader heeft me altijd voorgehouden dat ik op mijn gemak de 'twaalf' moest rijden, maar je ziet tegenwoordig iedereen in een grotere versnelling sprinten.”

Die uitspraak tekent de onschuld, onervarenheid, onbevangenheid en naiviteit waarmee Van Heeswijk zijn plaatsje in de meedogenloze wielerwereld probeert te veroveren. Een aardig staaltje daarvan gaf hij gistermiddag ten beste in de perszaal, toen hij begon uit te wijden over de breuk met zijn privé-trainer Kees Vermunt. “Die heeft geld van mij in zijn zak gestoken”, wilde hij zijn relaas beginnen, waarna ploegleider Hennie Kuiper dat deel van het gesprek afkapte. “Hij is goudeerlijk”, had zijn wielervader eerder over hem verteld. “Hij is nog groen als gras.”

Van Heeswijk (23) moet als wielrenner eigenlijk 'alles' nog leren. Kuiper vergelijkt hem met Johan Museeuw. Het zal alleen nog een tijd duren voordat hij in de wedstrijden de evenknie van de Belgische klassiekerkoning is. “Max heeft net zo'n eindschot als Johan, maar het punt is dat hij er zelf in moet geloven. Hij is nog niet zo ver dat hij een hele ploeg achter zich krijgt. Daarvoor hangt hij in de finale te ver achterin. Gisteren ook. Ik riep tegen hem dat hij meer naar voren moest en maar met de andere sprinters in de ploeg moest afspreken wie er voor de overwinning zou rijden. Ik herinner me van een koers in Spanje, vorig jaar, dat hij als 35ste door de laatste bocht reed. In de eindsprint werd hij vervolgens derde. Hij is zo supersnel, hij sprint drie keer zo hard als de anderen. Als hij gaat, slaat hij ook meteen een gat.”

Ter illustratie van dat gebrek aan zelfvertrouwen wilde Van Heeswijk in Almere zijn ploeggenoot George Hincapie naar de overwinning loodsen. Dergelijke vormen van 'collegialiteit' tekenen tot nu zijn hele carrière. Pieken en dalen zijn zijn handelsmerk, letterlijk en figuurlijk. “Hij kan pieken,” zegt Kuiper, “maar daarna heeft hij weer rust nodig. Ik wijt het aan het feit dat hij vroeger fietscrosser was. Daardoor komt hij ausdauer te kort. Wedstrijden van meer dan 200 kilometer zijn nog te lang voor hem.” Dit seizoen was Van Heeswijk lange tijd uit beeld, tot hij zich in de Midi-Libre en de Dauphiné Liberé aardig in de kijker reed. De Tour de France zat er voor hem echter niet in. Daar kon de gediplomeerde autosloper uit het Midden-Limburgse Baexem heel goed mee leven. Des te groter was de teleurstelling dat ook 'Atlanta' geen haalbare kaart bleek te zijn. Hij reed in juli in Duitsland twee etappewedstrijden ter voorbereiding op de Olympische Spelen, maar worstelde in Rijnland-Palts en de Hofbrau-Cup ineens wanhopig met zijn vorm. “Het was daarom niet meer dan terecht dat ik niet naar de Spelen mocht”, zegt hij.

De Ronde van Spanje is de komende maand de volgende, harde leerschool. “Ik won”, merkt Van Heeswijk met veel realiteitszin op, “vorig jaar wel twaalf koersen, maar slechts drie ervan neem ik serieus: de twee ritzeges in de Ronde van Galicië (waar hij twee weken geleden eenmaal succesvol was - red.) en een etappe-overwinning in Luxemburg. Aan de andere kant heb ik me wel blind gestaard op al die overwinningen. Ik dacht dat ik me de afgelopen winter op dezelfde manier kon voorbereiden op het seizoen als het jaar ervoor. Dat was een misrekening. Ik moet meer renner worden, ik moet mijn basis verbreden. Ik ben voorzichtig. Zodra er iemand naast me komt, knijp ik meteen in de remmen. Ik ben niet iemand die overal tussendoor duikt.” In die zin was het verbazingwekkend dat hij uitgerekend in Almere won. Niet alleen regende het, na afloop diende Johan Capiot - vergeefs - een protest in wegens onreglementair sprinten.

Vol met ambivalente gevoelens aanschouwde Hennie Kuiper hoe de rassprinter die hij in 1994 als leerling-renner in huis haalde, zijn wijze lessen een keer in de praktijk bracht. Van Heeswijk heeft een tweejarig contract bij Raas getekend. Dat Motorola zich terugtrekt als sponsor is al geruime tijd bekend, maar het verbaast en verdriet Kuiper dat manager Jim Ochowicz er nog steeds niet in is geslaagd een nieuwe hoofdsponsor voor een zeer getalenteerde wielerploeg te vinden. De leegloop is onvermijdelijk, al heeft Ochowicz het recht iedere renner hetzelfde te bieden als nieuwe kandidaat-werkgevers wanneer hij alsnog met een geldschieter op de proppen komt. Kuiper gelooft er nauwelijks meer in.

Van Heeswijk heeft dat moment niet afgewacht. Eergisteren toonde de Limburger zich nog uitermate verguld met de komst van collega-sprinter Erik Zabel. Dat gaf hem een vrijbrief zich in de luwte op het grote werk voor te bereiden. Dinsdagavond liet de Duitser, die al een principe-akkoord met Raas had gesloten, weten dat hij toch liever bij Telekom blijft. Hij ziet op tegen de juridische pogingen die de ploeg van Godefroot zonder twijfel zal aanwenden om hem te behouden. Raas zoekt nu naar alternatieven. Blijlevens hoort daar niet bij. “Dat zou niet stroken met onze doelstelling de kwaliteit van het Nederlandse wielrennen te verbeteren”, zegt woordvoerder Van der Meijden van de Raboploeg. “In dat geval moet je die andere Nederlandse ploeg niet van zijn kopman beroven.”

Van Heeswijk ziet in Jans Koerts een goede aanvulling van het sprinterspotentieel van Jan Raas. “Want ik ben niet een renner die het volgend seizoen al kan maken in de Tour de France. Daar heb ik een paar jaar voor nodig.” Kuiper: “Het is goed voor Max dat Zabel in Duitsland blijft. Hij moet leren om te weten waar hij kan winnen. Dat lukt niet als je je achter anderen kunt blijven verschuilen.”

mailIcon print |