*

 
dossier

Archief

Verrassende historie van het Nederlands Strijkkwartet

FRANZ STRAATMAN − 09/01/97, 00:00

Het was in de jaren vijftig en zestig een befaamd viertal: het Nederlands Strijkkwartet. Nòg zijn er mensen die dan onmiddellijk zeggen: Nap de Klijn. De faam van deze violist en primarius van het strijkkwartet blijkt achttien jaar na zijn dood nog niet verwaaid.

Het vaak verrassend uit de hoek komende label Globe haakt op die herinnering in met drie uitgaven: het strijkkwartet puur met twee werken van DVORAK (GLO 6036), opus 51 en opus 96 bijgenaamd 'Uit Amerika', het strijkkwartet puur in MOZART KV 499 en 589 en het kwartet voor hobo, viool, altviool en cello (GLO 6037) en het AMSTERDAM DUO (Nap de Klijn en zijn eerste vrouw, de pianiste Alice Heksch) in MOZART (GLO 6039) met vijf sonates.

De eerste verrassing betreft de gaafheid van de opnames. Het gaat om vastleggingen uit 1954, 1955 en 1956, de tijd dat Philips heel veel Nederlandse orkesten, ensembles en solisten een plek in de zwarte groeven gunde. De (goed geconserveerde) banden van het Strijkkwartet bleken nog in het Philips-archief aanwezig; de weduwe van Nap de Klijn vond het hoog tijd geworden de opnames uit het duister te halen, maar het huidige Philips zag daar geen handel in. Dat risico neemt nu Klaas Posthuma, Globe in eigen persoon. Dat dwingt respect af, vooral omdat hij voor een sublieme verdoeking heeft gezorgd van het oude bandmateriaal naar de cd. Was het de moeite waard? Welzeker, meer dan dat zelfs. Het betreft prachtige muziek, dat behoeft geen betoog. Maar, tweede verrassing, het spel van het kwartet is prachtig en de voordracht straalt elan uit. Onder invloed van de vernieuwende uitvoeringspraktijk inzake achttiende-eeuwse werken, is stilaan het beeld gegroeid dat er 'vroeger' met te veel vibrato werd gespeeld. Maar Nap de Klijn en zijn kwartetgenoten zetten in de Mozarts een frisse, met een verfijnd vibrato aangekleurde toon neer; hun voordracht is zowel intens als edel, zoals bijvoorbeeld het adagio van KV 499 laat horen.

Wordt van Nap de Klijn uitvoerig de doopceel gelicht, over de andere spelers vermeldt het boekje niets. Vreemd, want het ensemble is hecht en evenwichtig, en de andere leden (belangrijke musici) hadden enige omschrijving verdiend. Zo kijk je verbaasd naar de foto van het kwartet met de nog jongensachtige Jaap Schröder als tweede violist, tussen de oudere vakbroeders Paul Godwin op alt-viool en Carel van Leeuwen Boomkamp. Laatstgenoemde, blijkens vermelding in het aanbevelingscomité nog steeds in leven, was solo-cellist in het Concertgebouworkest. Hij komt sterk naar voren in het Mozart-kwartet KV 581 en in Dvoraks 'Amerikaans' kwartet.

Een nog beroemder musicus was Jaap Stotijn, te horen in het hobo-kwartet (om de hobo-partij toentertijd een artistieke topprestatie die weinigen klaarden), tot 1956 solo-hoboist in het Residentie Orkest, opleider van generaties Nederlandse hoboïsten (overleden in 1970). Dat is de derde verrassing in deze uitgave: je hoort de schalmeiachtige klank die vroeger gemeengoed was in Nederlandse orkesten, de kruidige, klare toon, die de laatste decennia ronder en voller is geworden. De toevoeging 'historic recordings' op het hoesje klinkt wonderlijk naast het veelgebruikte woord 'authentiek'; dan betreft het oude instrumenten. Maar in zekere zin zijn deze vier strijkers en ene hoboïst ook 'authentiek', maar absoluut niet verouderd. De Dvorak-cd biedt subliem samenspel in een afwisseling van melancholie, lyriek en dansante folklore. Een even moedige als waardevolle heruitgave.

mailIcon print |