*

 
dossier

Archief

De gestolen koe

LIDWIEN DOBBER − 31/01/97, 00:00

De koe is verdwenen. Alles wat rest van het prachtige, zwartbonte beest (mét horens, zónder oormerk), is het blauwe touw waarmee het de vorige avond aan de papayaboom werd gebonden. De koe had het hoogtepunt moeten worden van het feestmaal dat de veldassistenten die werken in het Parc National de Taï wilden bereiden ter ere van het nieuwe jaar.

Het verlies van de koe is een ramp, want het beest heeft kapitalen gekost en bovendien worden er die middag belangrijke gasten aan tafel verwacht. Die kan je niet zo maar een bordje rijst met bladersaus voorzetten. Het geeft duidelijk geen pas dat de onderzoekster een grinnik niet kan onderdrukken, omdat dit niet de eerste tegenslag is die de feestvierende veldassistenten en hun gasten treft.

Misschien heeft al die rampspoed iets te maken met het besluit om het grootse oud- en nieuwfeest dit jaar in het dorp Ponan te vieren. Van de drie families die daar in pais en vree naast elkaar leven, is er slechts een die zonen, neven en broers in het Ivoriaanse Nationale park heeft werken.

Deze mannen verdienen daar goed geld en ze bevrienden zich met Duitsers, Nederlanders, Britten en Zwitsers. Van de andere twee families kan in goede rede niet worden verwacht dat ze zich in stilte blijven verbijten, wanneer zowel dat geld als die interessante buitenlandse kennissen twee dagen lang voor hun neus worden tentoongesteld.

Niet dat ze niet mogen meedelen in de feestvreugde. Het stond ze vrij om het grote oudejaarsfeest te bezoeken, maar omdat ze niet van de club zijn, moesten ze entree betalen. Dat deden ze morrend. Ze dansten, net als de genodigden en ze dronken, net als de genodigden. En na een uur of wat werden drank en frustratie hun teveel en begonnen ze elkaar met plastic kuipstoeltjes de hersens in te slaan.

Dus keerden alle feestvierders - genodigd of niet - vervroegd huiswaarts en volgde de ontdekking: de koe is verdwenen. Nu, the morning after the night before, zitten de assistenten in een kring en staren naar het blauwe koord met lus, waar eens een koeiekop doorheen stak. De zon is een goed uur op en ze hebben hun 'petits frères' erop uitgestuurd om de omgeving uit te kammen, want die koe kan nooit ver zijn. In de tussentijd filosoferen zij over wat er mogelijk is gebeurd en drinken het overgebleven bier op.

Niemand gelooft dat die koe zomaar is 'verdwenen'. Want zeg nou zelf. Is een koe zo intelligent dat hij zich op eigen kracht uit die lus kan wurmen? Nee dus. Iemand heeft de koe geholpen.

Nu is het tot daar aan toe als een hongerige dorpsgenoot het beest heeft meegenomen. Die zal het proberen te verstoppen en stiekem te slachten. Maar voor hij daar aan toekomt, hebben de 'petits frères' hem al lang opgespoord. Daar vertrouwt iedereen op.

Nee, het ware rampscenario ziet er anders uit. Wie de veldassistenten werkelijk een hak wil zetten, heeft de koe ontvoerd en is nu bezig om haar via een versnelde procedure heilig te verklaren. Een heilige koe maak je niet af.

De rest van haar leven zou ze door Ponan struinen, als blijvende herinnering aan dat vreselijke nieuwjaarsfeest van 1997, toen alle gasten om twaalf uur afnokten omdat er niets te eten viel. Haar aanblik zou een dagelijkse kwelling zijn.

Een trots en opgewonden klein broertje haalt iedereen uit zijn sombere overpeinzingen. Hij heeft de koe gevonden in het aangrenzende dorp: waar een aantal jongeren uit Ponan haar had gestald om haar later van de hand te doen.

Om haar niet meer kwijt te raken, heeft de jongen haar onmiddellijk aangeschoten. Aan ons het verzoek of we het bloedende beest met onze pick-up willen ophalen. Tja. Volgend jaar is het feest in Gouléako. Naar verluidt houdt men daar van elkaar.

mailIcon print |