*

 
dossier

Archief

Leerkrachten en ouders moeten door elkaars bril kijken

MIRJAM ZAAT − 29/07/98, 00:00

Veel ophef is onlangs ontstaan over de uitspraak van een kantonrechter die de gemeente Amsterdam als schoolbestuur veroordeelde tot het betalen van bijlessen en een intelligentietest voor een leerling. Maar conflicten tussen ouders en scholen zijn er veel meer dan dit topje van de ijsberg doet vermoeden. Ze gaan niet altijd over het leerniveau van de kinderen, op allerlei gebieden zijn er geschillen en misverstanden. Praten ouders en leerkrachten wel met elkaar, en hoe dan? Pedagoog Mirjam Zaat bepleit nader onderzoek naar een verklaring voor communicatieproblemen rond de school.

Achter conflicten tussen ouders en leerkrachten kan van alles schuilgaan: ouders voelen zich niet serieus genomen, een school kan niet met klachten omgaan, kinderen worden niet begrepen of verkeerd bejegend, er is iets mis de leerstof of de didactiek.

Op hun beurt hebben de meeste scholen een waslijst van problemen met ouders: ze zijn niet geïnteresseerd, hebben geen tijd, begrijpen de problemen in het onderwijs niet, verwennen en/of verwaarlozen hun kinderen.

Hoe kan het dat beide partijen zich vaak onbegrepen voelen door elkaar, hoewel ze allemaal toch het beste met de kinderen voorhebben? Zijn het meer dan incidenten, is er een bepaalde systematiek te vinden in de communicatieproblemen tussen ouders en leerkrachten? Het lijkt erop dat de problemen te frequent zijn om op toevalligheden te berusten.

Op zoek naar een verklaring stuitte ik op de systeemtheorie van de Duitse socioloog Niklas Luhmann. Als uitgangspunt is zijn theorie heel bruikbaar. Eerst een voorbeeld.

Merel, een kleuter van 4, staat te prutsen met haar jas. Ze krijgt de rits niet dicht. Haar juf kijkt het even aan, helpt haar dan. In het oudergesprek beklaagt ze zich over de onzelfstandigheid van Merel, ze krijgt nog niet eens haar jas zelf dicht. De moeder van Merel schrikt, zij vindt het leuk om 's ochtends als ze Merel naar school gaat brengen, haar te helpen met haar jas: gezellig nog even kneuteren. Onzelfstandig vindt ze een groot woord, Merel is toch nog maar 4.

Dergelijke interpretatieverschillen komen heel vaak voor in contacten tussen ouders en leerkrachten. Betekenissen die mensen aan gedrag of verschijnselen geven, zijn niet algemeen geldig.

In de systeemtheorie van Luhmann worden verschillende communicatiecontexten van elkaar onderscheiden. Hij ziet onderwijs en gezin als twee aparte contexten. In elk ervan worden andere betekenissen gegeven en verwachten mensen iets anders van elkaar.

In de context van het onderwijs is de leerstof belangrijk: een kind is iemand die dingen moet leren. Alle communicatie in het kader van het onderwijs zal hierdoor gekleurd worden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er op scholen alleen maar over 'leren' gepraat wordt. Ook sociaal-emotionele zaken komen aan de orde. Maar toch zullen deze uiteindelijk in het perspectief van de schoolcarrière geplaatst worden.

In de context van het gezin is de totale persoonlijkheid van een kind van belang: 'als zij/hij maar gelukkig is'. Communicatie in de context van het gezin is vooral persoonsgericht.

Nu kunnen zowel ouders als leerkrachten vanuit beide contexten kijken. Alleen zullen leerkrachten voor het grootste deel de onderwijscontext als uitgangspunt nemen, en ouders voor het grootste deel de gezinscontext. En dat verwachten ze ook van elkaar.

Als er conflicten zijn tussen school en ouders gaat het bijna altijd over het 'falen' van de andere partij: ouders vinden dat de school hun kind niet zó aflevert als ze graag zien; óf scholen vinden dat ouders hun kinderen niet zó afleveren als de school het graag ziet. Dat falen wordt vanuit het eigen perspectief bekeken.

Eerst de meest voorkomende situatie: ouders en leerkrachten hebben contact over de leerprestaties van de kinderen. Dan verwachten ouders van leerkrachten een onderwijsperspectief, leerkrachten verwachten dat ouders dat van hen verwachten. Ouders denken mee binnen dit perspectief.

Heel onoverzichtelijk wordt de situatie als ouders en leerkrachten in een gesprek het idee krijgen 'wat heeft dat ermee te maken?', als ze vanuit een andere context met andere betekenissen praten. Stel de leerkracht vraagt een ouder bij het afleveren van zijn kind na de vakantie, hoe het in Marokko was. Dan zal niemand zich afvragen 'wat heeft dat ermee te maken?' Het is gewoon een gesprek uit persoonlijke belangstelling voor elkaar.

Maar als de leerkracht die vraag stelt in een rapportbespreking, kan het effect heel anders zijn. De ouder verwacht dan een onderwijsperspectief en zal denken: “De meester vindt het vast niet goed dat ik daar ben geweest, want nu heeft mijn zoon een maand geen Nederlands gesproken”. En dat hoeft de meester niet zo bedoeld te hebben.

De tweede soort ingewikkelde situaties betreft pedagogische zaken. Ouders en leerkrachten hebben allebei met kinderen te maken die opgevoed moeten worden. En ze praten af en toe met elkaar over die opvoeding, ook als het gesprek over leerprestaties gaat. Er kunnen dan zeer gemakkelijk problemen en misverstanden ontstaan.

Een leerling die op school ongeconcentreerd is en andere kinderen afleidt, is soms in de ogen van de ouders 'nog speels'. Ouders zeggen dan in feite tegen de leerkracht: 'Dat is jouw probleem'. Ze wensen het onderwijsperspectief niet in het gezinsleven te betrekken: 'Laat hem maar lekker spelen'.

Bij een dergelijke communicatie over pedagogische zaken kunnen ouders opmerkingen van een leerkracht over hun kinderen ervaren als kritiek op de manier waarop ze hun kinderen opvoeden.

Dit probleem wordt nog versterkt als de leerkacht het formuleert in termen van de - door hem gewenste - manier van omgaan met elkaar in het gezin, als hij voorstelt wat de ouders thuis moeten doen.

Zoals ik een kleuterjuffrouw tegen een Marokkaanse moeder hoorde zeggen: “U moet meer met uw kind praten”. Op de omgang in een gezin heeft de leerkracht uiteraard geen enkele invloed en daar kan hij ook geen aanspraak op maken.

Conflicten waarin ook pedagogische zaken spelen, zullen niet zo snel aan de rechter voorgelegd worden, maar vormen vermoedelijk wel het leeuwendeel van de conflicten tussen ouders en leerkrachten. Meer helderheid over het verschil in perspectief dat men hanteert, kan dan helpen.

Op een dergelijke systematische manier wordt er in het onderwijs en ook door ouders nog lang niet gekeken. Laat staan dat er beleid op gevoerd wordt, of dat leerkrachten er in hun opleiding mee vertrouwd gemaakt worden. Als dat wel zou gebeuren, zou het ouders en leerkrachten heel wat zorgen, ergernis en slapeloze nachten besparen. Want er is bijna niets waar leerkrachten zich zó over kunnen opwinden als een conflict met ouders. En er is al helemaal niets waar ouders zich zo over kunnen opwinden als conflicten met de school van hun kinderen. Tot aan de rechter toe.

mailIcon print |