Amsterdam-Movies. Rotterdam-Lantaarn/Venster. Utrecht-Springhaver.
Bij de nominaties voor de Gouden Kalveren overvleugelen deze 'toneelfilms' alle andere speelfilms van het afgelopen jaar. En terecht! Want hoewel bescheiden en niet vernieuwend, slagen ze op zeer fatsoenlijke wijze in iets wat de meeste Nederlandse films maar niet lukt.
Beide maken zichtbaar hoe de mens er tegenwoordig voorstaat. Wat stelt het leven nog voor, nu er een eind gekomen is aan alle ideologieën? Waar moeten we op het moment in vredesnaam heen met onze wensen, verlangens en dromen?
Het omcirkelen van actuele vragen deed ook het mislukte 'Oude Tongen', over de Oude Pekela-affaire, van Gerardjan Rijnders en Toneelgroep Amsterdam. Om van een trend te spreken is wat voorbarig. Wel geven deze films aan waar de Nederlandse speelfilm, die vaak terecht een gebrek aan straatrumoer verweten wordt, nieuwe impulsen vandaan kan halen.
Boermans bleef voor zijn filmdebuut dicht bij huis, hij kent '1000 Rosen' van haver tot gort. Met Ernst bewerkte hij dat op één locatie spelende en door lange teksten gedragen stuk tot een iets minder talig scenario dat meerdere lokaties bestrijkt. Ook liet hij de acteurs uit de toneelversie (Marieke Heebink, Jaap Spijkers, Bert Geurkink, Marisa van Eyle en Rik Launspach) de belangrijkste filmrollen vertolken.
Een grauw industriestadje, ergens in de provincie. De plaats- en tijdsaanduiding is bewust vaag: West-Europa, tussen 1945 en 1990. Het stadje is afhankelijk van een noodlijdende fabriek. Die wordt door Amerikanen overgenomen. Even lijken fabriek, stad en bewoners op te bloeien. Al snel echter volgt de ontmanteling en rest de wanhoop.
Het belangrijkste personage is de ambitieuze Gina (Heebink). Zij drijft een verloederd zaakje in tuinartikelen. Als de Amerikanen de fabriek overnemen, bouwt ze met boekhouder Kernstock (Geurkink) haar winkeltje uit tot ultramoderne 'doe het zelf'-zaak. Wanneer de fabriek sluit, valt de grond onder haar bestaan weg. Rond Gina en Kernstock dwarrelen nog meer personages die krampachtig, tegen beter weten in, zelfs tot de dood erop volgt, hun illusies blijven koesteren. Gina's weinig getalenteerde minnaar Harry (Spijkers) bijvoorbeeld. Hij volhardt in zijn liefde, ook al heeft Gina daar geen boodschap meer aan. En Kernstocks vrouw Rita (Van Eyle) wringt zich in vernederende bochten in een poging hem aan zich te binden.
De film drijft op de gruwelijk-prachtige teksten van Ernst. Boermans vestigt daar de aandacht op door zijn acteurs Nederduits te laten spreken en dat te ondertitelen. Met de belangrijkste teksten speelt hij bovendien een ijzersterk spel. Wat de personages zich wensen, horen we eerst via hun innerlijke stem. Als sommigen elkaar in de armen sluiten spreken ze diezelfde teksten tegen elkaar uit. Door die dramatische vondst krijgt de film eenheid en wordt het thema onontkoombaar.
Voor zijn debuut hield Boermans de vormgeving van zijn film bewust eenvoudig. Daarmee sorteert hij een wisselend effect. Honderd procent film lukt hem nog niet. Het terugkerende doolhof-motief ter illustratie van de uitzichtloze situatie der moderne mens, bijvoorbeeld, of het door asfalt en ramen barstende groen als metafoor voor de cultuurvernietigende natuur - het is net te abstract, te theatraal om als film te overtuigen. Maar er zijn ook prachtige momenten. Ze maken voelbaar dat Boermans, mits hij tijd neemt en krijgt, ook als filmregisseur de top kan halen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.