De ministers Sorgdrager en Van Mierlo hebben zich vorige week beklaagd over acties vanuit de Tweede Kamer, in het bijzonder de VVD-fractie, om D66 te beschadigen. Daaruit blijkt hoe overgevoelig deze partij nog altijd is, sinds zij in het tweede kabinet-Van Agt door onervarenheid met de regeermacht in grote problemen raakte en electoraal een reuzesmak maakte. D66 is nu groter, de verhoudingen in de coalitie zijn evenwichtiger, maar het trauma uit het begin van de jaren tachtig is kennelijk nog niet verwerkt.
Zolang dat niet gebeurt, kan de beduchtheid van D66 tussen zijn coalitiegenoten te worden gemangeld, gaan werken als een selffulfilling profecy. Daarmee zou de partij een grote risicofactor voor het voortbestaan van het kabinet-Kok worden. Niet voor niets riep premier Kok, wiens taak het is het evenwicht in de coalitie te bewaren, Sorgdrager afgelopen vrijdag tot de orde. Dat was niet overdreven.
Door hun openlijk beklag hebben de twee D66-ministers een zeer gevaarlijk element in de coalitieverhoudingen gebracht. Het uiten van wantrouwen in de motieven van de coalitiegenoten, tast immers de vertrouwensbasis aan. Bovendien hebben beide ministers het dualisme geen dienst bewezen. In het verkeer tussen regering en parlement behoort het om politiek-zakelijke argumenten te gaan.
Tot slot, de beschuldigingen kunnen gemakkelijk op henzelf terugslaan. Staan ze met hun zaak soms niet sterk genoeg?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.