Dit artikel steunt op een evaluatie binnen de Werkgroep Midden-Oosten van de Raad van Kerken (Werkgroep PAIS). Enkele PAIS-leden waren onlangs in Israël en in de 'Gebieden' op werkbezoek. Ook hun ervaring is verwerkt. De auteurs van dit artikel zijn beiden lid van PAIS.
Helaas, de twee situaties verschillen sterk. De Klerk en Mandela waren het eens over hun einddoel: de apartheid moest weg. Maar Rabin en Arafat zijn het over het einddoel grondig oneens. Dus bleef men dubbelzinnig: Palestijnen kónden uit de DOP-tekst hoop putten op een onafhankelijke, volwaardige, democratische Palestijnse staat, bestaande uit de Westoever, Gaza, een corridor tussen deze twee gebieden en met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Maar de tekst bevatte geen harde toezegging. Israël gaf zijn visie op het einddoel niet prijs: het wilde pas na twee jaar gaan onderhandelen over een permanente oplossing - over zaken als nederzettingen, grenzen, vluchtelingen en de status van Jeruzalem.
De afspraken uit het DOP-akkoord werden al snel geschonden. Gaza en Jericho werden autonoom, maar veel later en moeizamer dan gepland. Gevangenen zouden snel vrij komen; het is nog maar ten dele gebeurd. Er zouden ná terugtrekking van Israëls leger uit de 'gebieden' Palestijnse verkiezingen komen. Maar Israël wil het leger slechts uit steden terugtrekken en grote delen van de Westoever en zelfs Hebron, bezet houden. De gestelde tijdschema's tellen allang niet meer. Israël dicteert de voorwaarden voor het proces - Arafat accepteert ze.
Met mensenrechten in de 'gebieden' gaat het nog steeds slecht. Organisaties als B-Tselem en Al-Haq beklemtonen dat Israël mensen langdurig zonder aanklacht gevangen blijft houden, martelt, Palestijnse huizen vernielt en land onteigent. Daar komen nu schendingen van Palestijnse zijde bij.
Amnesty International laakt hier vooral het Hof voor staatsveiligheid. Dit gerechtshof veroordeelt Hamas-aanhangers tot strenge straffen zonder hun rechten op een eigen advocaat of op hoger beroep te eerbiedigen. Zijn rechtszaken vinden in het geheim plaats, vaak 's nachts.
De Palestijnse Autoriteit (PA) hanteert zorgelijke controlemethoden. Ze mocht in Gaza 8 000 man politie hebben, het zijn er al 18 000. Ze heeft nu negen (!) veiligheidsdiensten, die elk mensen mogen oppakken en verhoren. Ministers worden op politieke gronden (Arafat-getrouwheid) benoemd. De wetgeving is chaotisch. Net als onder de Israëlische bezetting zijn wetten uit de Ottomaanse tijd, uit de Britse mandaatstijd, Jordaans recht (op de Westoever), Egyptisch recht (Gaza) en Israëlische militaire orders naast elkaar van kracht. Ze worden naar willekeur toegepast.
Geleidelijk wordt zichtbaar hoe Israël de toekomst ziet. De kaart die Trouw op 29 juni jl. onder de kop 'Palestijnen wacht eilandenrijk' publiceerde, geeft er een beeld van. Israël lijkt de controle over de huidige oostgrens (de Jordaan) en over de belangrijke waterbronnen niet te willen opgeven. Het wil de meeste nederzettingen behouden en wil een Groot-Jeruzalem. Israël blijft zelfs nederzettingen bouwen - en verbindt die nu onderling en met Israël via een wegennet.
De Westoever raakt zo opgesplitst in drie van elkaar gescheiden kantons (twee in Noord, één in Zuid) die samen met Gaza de Palestijnse autonome gebieden gaan vormen. Die kantons omvatten slechts de dichtstbevolkte Palestijnse woongebieden en zijn vergelijkbaar met Gaza nu: overbevolkt en economisch niet levensvatbaar. Onopgelost blijft het probleem van de terugkeer van miljoenen Palestijnse vluchtelingen in vooral Libanon en Jordanië.
In Gaza en op de Westoever reageert men vooralsnog verschillend op het vredesproces.
In Gaza zijn veel mensen blij dat de bezetting voorbij is: geen avondklok en geen Israëlische patrouilles meer, de vijand is uit het straatbeeld weg. De economische situatie is er echter verslechterd. Naar schatting 80 000 tot 100 000 mensen hebben sinds september 1993 hun baan in Israël verloren. Zo raakten veel gezinnen hun enige bron van inkomsten kwijt. Meer dan ooit houdt Israël mensen en goederen tegen. Rond de Gaza-strook staat nu een elektronisch hek - het maakt Gaza volgens sommigen de grootste gevangenis ter wereld. De sfeer is er nu rustig, maar of dat zo blijft is zeer de vraag. De werkloosheid is hoog, de bevolkingsdruk is groot, de infrastructuur is verouderd, economische vooruitzichten zijn er nauwelijks. Dat alles geeft weinig hoop dat sociale onrust op den duur te vermijden is.
Heel anders is de stemming op de Westoever. Palestijnen daar zijn diep gefrustreerd en niet alleen door landonteigeningen, de voortgezette bouw van nederzettingen en de Israëlische Groot-Jeruzalem politiek. Dieper nog raakt het gebrek aan perspectief. Men lijkt slechts de keuze te hebben uit twee kwaden: een weinig democratische Palestijnse Autoriteit (PA), die de gewenste oplossing niet kan afdwingen, en een Hamas die met haar gewelddadige acties evenmin resultaat kan boeken. En al ontstaan er in de marge al wel andere politieke groeperingen, velen verliezen het vertrouwen in de politiek, en proberen hun eigen positie veilig te stellen.
Palestijnse non-gouvernementele organisaties (NGO's) hebben problemen met de autoritaire PA, die hen onder controle tracht te krijgen. Tegen die controle kunnen ze zich wel verzetten, maar kritiek op de vredespolitiek van de PA ligt moeilijker: Arafat kan hen dan van een anti-vredeshouding gaan betichten, wat heel hun functioneren kan bedreigen.
De Palestijnse nationale beweging staat er nu dus zwak voor. Toch kan dat een tijdelijke zaak zijn: men heeft uit de intifada-tijd geleerd, dat de leiders volgen, als men zelf in actie komt.
Aanvankelijk was er onder de Israëlische bevolking veel steun voor het vredesproces. Ontmanteling van nederzettingen was kort na het bloedbad dat de kolonist Goldstein in Hebron aanrichtte, zelfs een serieus gespreksthema. Rabin liet deze kans echter liggen. Inmiddels is de weerstand tegen het beleid van Rabin toegenomen, mede als gevolg van Hamas-geweld.
Toen enkele mensenrechtenactivisten van Meretz in 1991 onder Rabin minister werden, verloor de Israëlische vredesbeweging het initiatief. Ze raakte in een crisis. Pas sinds kort neemt de kritiek weer toe, zoals rond de bouw van nederzettingen. Wel laten de Israëlische NGO's zich over het vredesproces positiever uit dan hun Palestijnse collega's, wellicht omdat veel joodse vredesgroepen vooral vreedzame coëxistentie nastreven, en minder oog hebben voor de voorwaarden die Palestijnen daaraan stellen.
Joodse kolonisten voeren harde oppositie. Zij trachten elke vorm van Palestijnse autonomie op de Westoever te dwarsbomen.
Het vredesklimaat is in de voorbije twee jaar verslechterd. De vergelijking met Zuid-Afrika valt negatief uit. Daar investeert de regering, met Mandela als grote inspirator, veel tijd en aandacht in nationale verzoening. Op dit punt schieten Rabin en Arafat echter zeer tekort. Zowel in de Israëlische als de Palestijnse bevolkingsgroep zijn de interne tegenstellingen toegenomen. Van pogingen die te overstijgen is nauwelijks sprake.
Evenmin streeft men naar verzoening tússen de partijen. Hier hadden Rabin en Arafat met vertrouwenwekkende maatregelen kunnen tonen dat het hen ernst was met het vredesproces. Arafat had de Israëlische behoefte aan veiligheid tot ook zijn thema kunnen maken, maar deed het niet. Rabin, de machtigste van de twee, had op vele manieren begrip kunnen tonen voor de behoefte aan gerechtigheid en aan perspectief onder de Palestijnen. Maar hij doet het tegendeel, bijvoorbeeld met zijn streven de Palestijnse politieke aanwezigheid in Oost-Jeruzalem te frustreren, en zo de status quo nog te veranderen, terwijl al onderhandelingen over de toekomst van de stad zijn toegezegd.
De verkiezingen van oktober 1996 in zowel Israël als de VS werpen hun schaduwen vooruit. In Israël houden Labour en tegenstander van het vredesproces Likoed elkaar in evenwicht. In de VS, wier politiek van oudsher van grote invloed is op het beleid van Israël, staan de Republikeinen er momenteel sterk voor. Hun standpunten inzake het Midden-Oosten hebben zich de laatste tijd verhard. Het ziet er voor het vredesproces slecht uit als in Israël Likoed en in de VS de Republikeinen de verkiezingen gaan winnen.
Voor de nabije toekomst hebben groeperingen in Israël en onder Palestijnen die vrede nastreven, het politieke tij niet mee. Daarom zijn impulsen van buitenaf - van ieder die de toekomst van beide volkeren ter harte gaat - harder nodig dan ooit. Buitenstaanders kunnen geen politieke oplossing opleggen of propageren. Wel kunnen ze zich op basis van uitgangspunten die ook door Israël en de Palestijnen worden onderschreven - zoals de VN-resoluties 242 en 338 - inzetten voor een rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden-Oosten. De belangrijkste van die uitgangspunten zijn:
- recht van het Palestijnse volk op politieke en sociaal-economische zelfbeschikking;
- land (en water) in ruil voor vrede;
- inrichting van democratische samenlevingen voor joden en Palestijnen;
- respect en handhaving van mensenrechten.
Van groot belang is verder dat buitenstaanders de noodzaak van verzoening blijven benadrukken. Het huidige diepe wantrouwen moet worden doorbroken: waar elektronische hekken staan, kan geen vrede zijn, niet er achter en niet ervoor.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.