*

 
dossier

Archief

Schermsport maakt kennis met eerzucht en sociaal gevoel

NICOLIEN VAN DOORN − 16/04/94, 00:00

DEN HAAG - Het gaat goed met de Nederlandse schermsport. In korte tijd hebben zich zevenhonderd nieuwe leden aangemeld bij de bond (KNAS). Volgend jaar worden de wereldkampioenschappen sabel, degen en floret in Den Haag gehouden. En uit verschillende schermscholen duiken plotseling jeugdige, veelbelovende talenten op.

Jarenlang stond de Koninklijke Nederlandse algemene schermbond bekend als een armlastig clubje met nog geen tweeduizend leden. Aan topsport werd nauwelijks aandacht besteed, want daartoe ontbraken de financien. De enkeling die bereid was zich suf te trainen om aan buitenlandse toernooien te kunnen deelnemen, werd bijkans voor gek verklaard. Een van schermen bezeten maitre als Kasper Kardolus, die herhaaldelijk aantoonde dat het mogelijk was om Nederlandse wereldtoppers op te leiden, werd openlijk verketterd. 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg': als die uitdrukking niet allang had bestaan, dan zou de KNAS hem alsnog hebben uitgevonden.

De buitenstaander die dit kortzichtige gedoe met verwondering gadesloeg, wachtte geduldig op het moment dat de Nederlandse schermtop van pure ontbering zou uitsterven. In een Zoetermeers reservaat scheen nog een laatste exemplaar te trainen. Het zag er echter naar uit dat er na Pernette Osinga slechts goedwillende liefhebbers zouden overblijven. De bondsvertegenwoordigers leken er niet mee te zitten: “Ach ja, schermers zijn nu eenmaal individualisten”, zeiden ze vertederd. “Die zijn niet zo makkelijk op een lijn te krijgen. Laat staan dat ze bereid zijn met elkaar samen te werken.”

In een Haags hotel werden gisteren de contracten getekend voor de WK, die volgend jaar juli in Houtrust Sport worden gehouden. Langs zijn neus weg vermeldde KNAS-voorzitter Bert van de Flier dat het evenement is begroot op zo'n 1,2 miljoen gulden. “Zoals het er nu naar uitziet, krijgen we dat wel rond”, stelde hij tevreden vast.

Een komma twee miljoen gulden: “Dat krijgen we wel rond.” Wat is er in hemelsnaam gebeurd met de bond, die bij ieder uit te geven kwartje vroeg of het alsjeblieft niet wat goedkoper kon? “Wij willen het schermen promoten”, zegt Van de Flier heldhaftig. “De meeste mensen kunnen nog geen floret van een breinaald onderscheiden. Wij willen ze laten zien dat schermen een leuke sport is.”

Voor de organisatie van de WK, waar 800 schermers uit 65 landen worden verwacht, roept de KNAS de hulp in van de Nederlandse schermscholen. Al die individualisten zullen worden aangesproken op hun sociale gevoel, waarvan altijd is beweerd dat schermers dat niet hadden.

Het gaat goed met de Nederlandse schermsport. In een Haags hotel keken gisteren drie piepjonge beloftes toe, hoe de zakelijke afwikkeling van de WK werd afgehandeld. Florettiste Indra Angad Gaur (20) eindigde op de WK junioren op een elfde plaats. Bij diezelfde gelegenheid werd de even oude degenschermer Wouter den Otter achtste. Paul Sanders (25) steeg in een half jaar tijd zestig plaatsen op de wereldranglijst floret en staat nu 68ste. Op zich zijn die prestaties niet uniek. Door de jaren heen zijn er altijd Nederlandse schermers geweest die af en toe een uitschieter hadden. Wat echter wel uniek is, is dat de prestaties van Angad Gaur, Den Otter en Sanders niets te maken hebben met uitschieters en alles met keihard werken. Ze trainen twintig uur per week en zijn uit op de internationale top. Angad Gaur verbleef drie jaar bij de befaamde Duitse club FV Tauberbischofsheim. Het was een harde leerschool: “Op iedere training was het knokken. Wie dat volhoudt, komt een stuk verder.” Er zullen weinig studenten zijn, aan wie de OV-jaarkaart zo besteed is als aan haar. Wekelijks pendelt ze heen en weer tussen Rotterdam, Delft, Amsterdam en Arnhem: in iedere stad zit wel een trainer of een sparringpartner die haar iets te bieden heeft. Paul Sanders stippelt zijn sportieve loopbaan al even nauwkeurig uit. In de loop der jaren heeft hij een begeleidingsteam om zich heen verzameld, waar een profvoetballer jaloers op zou zijn. Een trainer, een mentale begeleider, een fysiotherapeut en zelfs een sponsor houden zich met zijn topsportcarriere bezig. Afvaardiging naar Atlanta, zeggen ze alle drie, krijg je niet cadeau. Daar moet je wat voor over hebben. De tijd dat Pernette Osinga en Kasper Kardolus op de lijst van bedreigde sportsoorten stonden, is voorbij.

mailIcon print |