*

 
dossier

Archief

Hartelapjes

JAN GREVEN − 09/11/96, 00:00

Vorige week pleitte ik, naar aanleiding van de discussie over 'de armen in ons midden' op deze plek voor het gezonde verstand, de ratio, als basis voor solidariteit. In plaats van het geweten. Ik deed dat om historische redenen. In de jaren zestig en zeventig had mijn, in de oorlog of direct daarna, geboren generatie solidariteit vooral als een gewetenskwestie gezien.

De meeste beschrijvingen van die jaren schetsen ze als jaren van bevrijding. En terecht als het gaat om bevrijding van al te vanzelfsprekend aangenomen autoriteit en van een benauwende seksuele moraal (dat laatste dan wel dankzij de pil, die in die jaren op de markt kwam). Minder genoemd daarentegen wordt het conformisme, dat merkwaardigerwijs hand in hand ging met het slaken van de als zo benauwend ervaren traditionele clusters. Compleet met de daarbij horende maatmeterij. Hoeveel meer vrijheid die jaren ook gebracht hebben, het 'Gij moet' klonk er niet minder krachtig dan in de jaren ervoor. Zij het dat de ge- en verboden er anders uitzagen.

Dat kwam doordat de jaren zestig, ondanks de hartstochtelijkheid waarmee nieuwe paden gezocht werden, toch meer leken op de eraan voorafgaande jaren dan in de meeste terugblikken op die tijd naar voren komt.

Zo makkelijk maak je niet schoon schip. In plaats van het leven consequent voor eigen verantwoordelijkheid in te richten, wist het progressieve deel van de jaren-zestig-generatie niet hoe snel het zich, na afbraak van de oude heilige huisjes, weer bij een nieuw collectief moest aansluiten.

Er kwamen andere geestelijke leiders, maar structureel was er op de keper beschouwd niet zo veel verschil met vroeger. Het is ook nog maar de vraag of er wel zo veel minder vooringenomen was dan voor die tijd. Immers, niet alles hoefde zich intellectueel te rechtvaardigen; wat eenmaal het keurmerk van de progressieve intelligentie had gekregen, hoefde zich verder niet meer te bewijzen.

Achteraf, maar dat is allemaal achteraf, kun je het betreuren dat er niet meer kritische distantie was tegenover de hartelapjes van progressief Nederland van die tijd. Behoefte om me van de keuzes die toen gemaakt werden te distantiëren, heb ik niet. Maar wat meer distantie had meer grijs en minder zwart-wit gegeven. Minder 'wie niet voor is, is tegen' en meer nuances. Dat had veel teleurstelling voorkomen, toen later bleek dat de anti-koloniale bevrijdingsbewegingen, eenmaal aan de macht, er een grote puinhoop van maakten. Het had de ogen kunnen openen voor schofterigheden, die ook de zo bejubelde guerrilla-bewegingen in hun strijd begingen.

Het had, om in eigen land te blijven, de discussie over de verzorgingsstaat niet tien jaar opgehouden, omdat er absoluut niet gepraat mocht worden over misbruik van sociale voorzieningen. Het belemmert nóg het onbevangen debat over asielzoekers en belast het integratieproces dat allochtonen moeten doormaken nog steeds met een hypotheek. Het had ook wat meer zicht geboden op mensen en groepen, die zich, zij het met minder grote radicaliteit, wat 'reformistischer', inzetten voor verandering van hun situatie.

Maar bovenal zou zo'n grotere nuancering verhinderd hebben dat er een waanidee ontstond, als zouden er plekken op deze wereld zijn waar honderd procent goeden streden tegen honderd procent slechten. Alsof er geen streep licht was tussen de rechtvaardigen aan de ene kant en de smeerlappen aan de andere zijde.

Natuurlijk ook toen was er wel een besef dat de wereld natuurlijk zo niet in elkaar zat. Maar toch, van de ene kant kon alleen maar goed en van de andere alleen maar kwaad gehoord worden.

Was er zoveel verschil met vóór de jaren zestig, toen de wereld ook bestond uit de eigen groep, die het bij het rechte eind had en alle anderen die dwalend een verkeerde keus hadden gemaakt? Achteraf lijkt het allemaal zo naïef. Een naïviteit die ik wijt aan het feit dat solidariteit niet liep via de (normale) ratio, maar via het geweten. Kritisch zijn op de 'goede' zaak, betekende de 'andere' kant in de kaart spreken en dat was slecht. Het was gewetensvol om niet kritisch te zijn. Of liever om de kritiek slechts naar één kant te richten. Het is geen steen om je voor een tweede keer aan te stoten.

mailIcon print |