*

 
dossier

Archief

OM zwaar onder vuur met kroongetuige zaak Kobus

ADRI VERMAAT − 11/02/97, 00:00

DEN HAAG - Heeft het openbaar ministerie in Rotterdam in 1993 een juridisch verantwoorde deal gesloten met Helio S., 'kroongetuige' in de strafzaak tegen drugsbaron Kobus L.?

Deze cruciale vraag wordt vandaag beantwoord, als het gerechtshof in Den Haag uitspraak doet in het mega-proces tegen L. Het is nauwelijks voorstelbaar, maar juristen noemen de kans reëel dat bijna honderd uur na het toch eclatante succes van de officieren van justitie Teeven en Witteveen in het Hakkelaar-proces, de euforie binnen het openbaar ministerie zal plaatsmaken voor gegronde twijfel.

De voorgeschiedenis toont aan dat justitie al sinds begin jaren '80 belangstelling koestert voor Kobus L., die zich op grote schaal zou bezighouden met de invoer van drugs in Nederland alsmede het witwassen van deze uit criminaliteit verkregen gelden. Politie en justitie kampen echter met een aanzienlijk probleem: de bewijzen tegen L. zijn flinterdun. Pas begin 1993 gloort nieuwe hoop dat de drugsbaron alsnog kan worden aangepakt. Helio S. wordt wegens zijn mogelijke rol in een drugszaak aangehouden. De politie vindt bij hem een vuurwapen, dat afkomstig blijkt Kobus L., voor wie hij enige jaren heeft 'gewerkt'.

Het onderzoek dat volgt brengt aan het licht dat S. in de periode dat hij voor L. actief was, zélf mogelijk ernstige strafbare feiten heeft begaan. De hasjkwestie waarvoor hij is aangehouden heeft niets te maken met de activiteiten van L.. Dit brengt justitie op een lumineus idee. Officier van justitie mr. M. Witteveen, dezelfde als van het Hakkelaar-proces maar dan nog werkzaam in Rotterdam, is als eerste 'in beginsel' bereid om van de vervolging van S. af te zien, waar het zijn vermeende criminele praktijken in de 'Kobus-periode' betreft.

De volledige immuniteit waarvan de bereidwillige S. zich vanaf dit moment weet verzekerd, zal, met zijn instemming, pas worden opgeheven, wanneer mocht blijken dat hij een aandeel zou hebben in mogelijke liquidaties. In totaal legt hij tien, voor Kobus zeer belastende verklaringen af. Eén aspect, de persoonlijke bescherming van kroongetuige S. door justitie, is dan nog niet geregeld. Op 6 december 1993 wreekt zich dit: voor zijn woning in Schiedam wordt S. doodgeschoten. De onbekende daders zijn nooit achterhaald.

In juni 1995 wordt L. veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar en een boete van één miljoen gulden. In haar vonnis noemt de Rotterdamse rechtbank de verklaringen van S. dermate betrouwbaar, dat zij belangrijk bewijs zijn. Maar ook is de rechtbank het met de verdediging van L. eens dat de afspraak van het OM met S. wel degelijk als een deal moet worden uitgelegd. Dit tot spijt van het OM, dat vindt dat de afspraak met S. niet is afgerond en daarom niet als deal kan worden aangemerkt.

Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft advocaat-generaal mr. C. Flint-Van Noort de afgelopen maanden 'open' kaart gespeeld. Refererend aan het standpunt van kabinet en Tweede Kamer, die een 'kroongetuige-regeling' afwijzen maar ruimte willen houden voor afspraken met criminelen, zei zij in haar requisitoir van 7 januari: 'Die afspraken zullen dan echter niet als tegenprestatie een volledige immuniteit van ernstige strafbare feiten mogen inhouden. Als je het zo bekijkt lijkt het erop dat Helio S. onder de paraplu van de kroongetuige is gebracht'. En verder: 'Het is aan het hof om deze deal, of het voornemen daartoe, te toetsen en uit te spreken of de toen gemaakte afspraak ook nu verantwoord is'.

Uiterste sanctie

Mocht het hof de deal met S. afwijzen, dan nog hoeft er in de visie van de advocaat-generaal geen crimineel overboord te zijn. Immers, zo is haar redenering, aan de opsporing en de uiteindelijke vervolging van L. ging een lange, moeizame weg vooraf. De 'uiterste sanctie', want zo wordt het middel van de deal beschouwd, was noodzaak, waar zelfs een voor de Rotterdamse rechtbank verborgen gehouden infiltratie-actie in het kamp van L. jammerlijk faalde. Dat S. door zijn dood niet zelf voor de rechters heeft kunnen verklaren, kan toch moeilijk aan het OM worden verweten, betoogde mr. Flint-Van Noort bovendien.

Aangezien juist de verklaringen van 'kroongetuige' S. voor het bewijs tegen L. van onschatbare waarde zijn, stond het OM als eerste met de rug tegen de muur. Het afzwakken van S.' getuigenissen bood geen enkel soelaas, waar het overige bewijs tegen de drugsbaron ook nu nog flinterdun lijkt. De tientallen getuigen en mede-verdachten die de rechters aan zich voorbij zagen trekken, waren het zonder uitzondering op één punt roerend met elkaar eens: L. handelde niet in drugs, sterker, zij kenden deze man niet.

Ongeacht hoe het hof vandaag oordeelt, zeker is wel dat de commissie-Van Traa er bijzondere belangstelling voor heeft. De zaak-Kobus L., en dan met name het gebruik maken door justitie van 'deals' en 'kroongetuigen', vormde voor Van Traa c.s. tenslotte de aanleiding om deze fenomenen aan een analyse te onderwerpen.

mailIcon print |