*

 
dossier

Archief

Nederland te klein voor Van Velde

JOHAN WOLDENDORP − 29/01/96, 00:00

ASSEN - Een van de aardige aspecten van golf is de handicap. Daardoor kan ook een minder begaafde sporter een heel aardig partijtje meeblazen. Golf hoort niet tot de geliefde bezigheden van Gerard van Velde, maar het inbouwen van handicaps voor zichzelf is hem op het lijf geschreven.

Talrijk zijn de uitglijers en hele en halve misslagen in het repertoir van de Gelderlander. Twee jaar geleden ging de slagerszoon op de NK sprint wel erg ver in het creëren van een spanningsveld, door op de tweede 500 meter te veel risico te nemen. Hij viel en had zodoende niets aan drie overtuigende afstandszeges. In Assen deed Van Velde ook weer zijn best om de harten van opwinding sneller te laten kloppen. Zaterdag voerde hij in het zicht van de finish van de kilometer een wonderlijk soort pirouette uit. Gisteren liet hij op de 500 meter de laatste slag lopen. Per saldo maakte het niets uit: zijn vierde nationale sprinttitel was er wederom één met overmacht. Ruim anderhalve punt bedroeg het verschil met nummer twee, Jakko Jan Leeuwangh. Niet iets om van uit je dak te gaan, zo'n verplicht nummer. “Toch wel,” laat de schaatser in kwestie weten. “Het staat toch allemaal weer in de boeken. Ik zou verschrikkelijk hebben gebaald als ik het niet had gehaald.”

Nederland is te klein voor een sprinter van zijn kaliber. Het talent van de 24-jarige Heerdenaar is onomstreden. De kortste afstand is te weinig gepolijst (de opening kan sneller, de bocht een stuk secuurder), maar op de kilometer duldt hij weinigen boven zich. Vijf om precies te zijn, waarvan er nog twee (de Japanners Yasonuri Miyabe en Toshiyuki Kuroiwa) aktief zijn. Wanneer hij vorig jaar in Calgary geen diskwalificatie aan de broek had gekregen, was zijn beste score geen 1.12,50 geweest, maar een wereldrecordtijd.

Desondanks wacht Van Velde al vijf jaar lang op een podiumplaats in internationale wedstrijden. In 1992 was hij er op de Olympische Winterspelen van Albertville heel dichtbij. Acht-honderdste van een seconde scheidde hem in de Franse Alpen van goud, één-honderdste slechts van brons. Het wachten is dus al een tijdje op de echte doorbraak. In Nagano (1998) moet het zeker gebeuren. Mocht het in Japan misgaan, dan is gezien zijn leeftijd Salt Lake City (2002) nog een reëel toevluchtsoord. Wat is het ware perspectief? Van het bondsbeleid met betrekking tot de sprint moet Van Velde het niet hebben. Dat lijkt alleen maar remmend op zijn carrière te werken.

Van enige consistentie is immers weinig te bespeuren. Van Velde is sinds 1990 kernploegschaatser, maar nog geen jaar was de structuur dezelfde. Of er was überhaupt geen sprake van een nationale sprintploeg, of hij deelde het genoegen met één of meer vrouwen, of hij werd - zoals vorig seizoen - als eenling op een hoop met zeven allrounders gegooid. Nu is hij een van de zes leden van de nieuwe kernploeg mannen sprint waarin ook dakloze, geflipte allrounders die het op de middenafstanden aardig doen, een tehuis hebben gevonden. Trainers sleet hij in hetzelfde tempo.

Met alle respect voor de betrokkenen, maar het sprinten wordt niet erg serieus genomen wanneer de ontwikkeling en begeleiding wordt toevertrouwd aan twee vut-ters (Floor van Leeuwen en Leen Pfrommer) die over veel vrije tijd beschikken. Van Leeuwen komt er eerlijk voor uit dat zijn bagage beperkt is. De oud-trainer van het gewest Noord-Holland/Utrecht, die Van Velde vorig jaar naar wereldbekerwedstrijden in het verre oosten en Canada en Amerika vergezelde, is de eerste om plaats te maken wanneer een kwalitatief betere coach opstaat. “Zolang iedereen het leuk vindt, wil ik het wel blijven doen. Als ze specifieke kennis vragen, dan is mijn verhaal afgelopen en koop ik weer gewoon een kaartje.” De buitenlanders liggen echter niet voor het oprapen, omdat slechts weinigen zich in het engels kunnen uitdrukken; iets dat Van Leeuwen een logische voorwaarde vindt. “Moeratov is een goede, maar als je tegen hem good morning zegt, begint hij al niet begrijpend te grinneken. En Peter Mueller (na bondscoach van de Fransen - red) begrijpt de Europese cultuur niet. Dan ben je al bijna uitgepraat.”

Is zoveel zelfkennis als Van Leeuwen ventileert, binnen de KNSB al een schaars goed, even opmerkelijk is zijn advies aan Van Velde om 'commercieel' te gaan wanneer hij het beter kan krijgen dan in de kernploeg. Van Leeuwen schildert een triestig verhaal over beperkte trainingsmogelijkheden in eigen land, om het woord 'onmogelijk' niet in de mond te nemen. Hij, Van Leeuwen, kreeg laatst mot met de ijsbereiders in Heerenveen omdat Van Velde nog even een tempootje van 800 meter ging trekken, terwijl de baan al vrij was gemaakt voor de Zamboni. “Maar,” verontschuldigt de bondscoach zich, “het was de enige gelegenheid dat Gerard dat kon doen.”

“We zijn al veel te vaak aangewezen op matig ijs,” vervolgt hij zijn relaas. En pleit in dezelfde adem voor een nationaal trainingscentrum waar de toppers met voorrang en zonder hindernissen kunnen trainen. “Je kunt niet iedere keer naar Calgary vliegen. Maar zit Gerard daar veertien dagen en hij heeft goed ijs, dan zie je hem elke dag sneller gaan.”

Van Velde is geen lastige klant voor de bond. Hij stelt op facilitair gebied een aantal eisen en als die redelijkerwijs worden ingewilligd, hoor je hem niet piepen. Het salaris noemt hij van secondair belang. Van Velde spreekt ook sectiebestuurder Jan Augustinus niet tegen, wanneer die zegt niets van problemen te weten. “De coach maakt het programma, daar oefenen wij nooit invloed op uit. Wanneer hij problemen heeft, moet hij bij ons komen.” Optimaal trainen in Nederland is onbetaalbaar, voegt Augustinus er veelbetekenend aan toe. “We hebben er wel eens over gesproken om in de zomer een ijsbaan open te houden. Maar Gerard kan in dat geval veel goedkoper naar Calgary vliegen. Die vrijheid heeft hij ook van ons.”

Van Velde is eigenlijk een beetje verlegen met de openhartige bui van zijn trainer. Hij prijst hem vanwege zijn flexibele opstelling. “Je kunt alles wel in een trainer zoeken, maar de schaatser moet het toch voor tachtig procent zelf doen. Hij vindt het nu niet de tijd om over een toekomst in de kernploeg of de equipe Ritsma te praten. Soms is het niet geven van antwoorden veelzeggender.

mailIcon print |