Niet iets om trots op te zijn, noemden de officieren van justitie Teeven en Witteveen het, dat ze in het Hakkelaar-proces kroongetuigen hebben moeten inzetten. Dat is nog zwak uitgedrukt: een openbaar ministerie (OM) dat alleen zó een zaak rond kan krijgen, maakt inbreuk op fundamentele rechtsbeginselen en stelt de rechter bovendien voor het niet geringe probleem de waarde te bepalen van een 'gekocht' getuigenis.
Toch hoeven we over dit concrete geval niet rouwig te zijn. Het ging om een keuze tussen twee kwaden. Zoals het OM het voorstelt: of de leider van een criminele organisatie vrijuit te laten gaan, dan wel - hoe kwalijk op zichzelf ook - een deal te sluiten met een andere godheid in de criminele hiërarchie. Onze voorlopige indruk van het proces is dat er voor het OM inderdaad niets anders opzat: zonder kroongetuigen zou de Hakkelaar de dans ongetwijfeld zijnontsprongen.
Waarmee allerminst is gezegd dat de Hakkelaar ook daadwerkelijk veroordeeld zal worden. De rechtbank zal immers nauwkeurig moeten wegen of het 'gekochte' getuigenis als bewijs kan en mag worden toegelaten. Dat zal geen gemakkelijke afweging zijn, want waar de grenzen van het toelaatbare liggen staat allerminst vast.
Inmiddels is (een deel van) de wetgever het OM te hulp gesneld. Minister Sorgdrager presenteerde, zeker niet toevallig, deze week haar voorstellen voor het sluiten van deals met criminelen. Dat mag vindt zij, tenminste zolang de verdachte maar niet echt vrijuit gaat. Van een kroongetuige in de strikte betekenis is dus geen sprake. De deal die het OM heeft gesloten past in het voorstel van Sorgdrager.
De voorstellen van de minister zien er redelijk uit. Met de IRT-affaire dreigde een situatie dat het OM met lege handen zou komen te staan. Met de mogelijkheid om deals te kunnen sluiten krijgt het OM in ieder geval de beschikking over een wapen. Al blijft het oppassen geblazen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.