*

 
dossier

Archief

Als ik met veel geld uit Europa terugkom, heb ik een kans

EILDERT MULDER − 23/08/96, 00:00

Een overtocht naar Fort Europa kost al gauw een jaarinkomen en is levensgevaarlijk. Maar niets kan koperslager Moestafa weerhouden van een tweede poging, want het 'betere leven' is te vinden aan de overkant.

Moestafa woont in een Marokkaanse binnenstad, in een huis dat nog is gebouwd door Spaanse Arabieren, in de zeventiende eeuw door de katholieke inquisitie weggejaagd uit Spanje, de 'Moren' waartegen onze middeleeuwse ridders vochten en die later onder Nederlandse leiding zeeroverij bedreven tot in New Foundland. Veel van deze Spaanse Arabieren zijn zich hun afkomst goed bewust, ze vormen hier en daar nog een afzonderlijke groep onder de benaming Andalusiërs.

Het huis ziet er niet armoedig uit. Het is er tijdelijk een puinhoop, vanwege de grote schoonmaak ter gelegenheid van de geboortedag van de profeet Mohammed. We eten de Marokkaanse harira-soep; in een restaurant kost die 60 cent, je kunt op twee koppen een hele dag draaien, bij mensen thuis smaakt die zo mogelijk nog beter. Moestafa behoort niet tot de armste sloebers van zijn land. Maar ook zeker niet tot de 'verfijnde, rijke en corrupte' elite, zoals een Spanjaard het uitdrukt. Hij probeert als koperslager een bestaan op te bouwen, of beter gezegd geld te sparen voor de overtocht. De herinnering aan het bloedstollende avontuur van zijn eerste poging om Spanje te bereiken zal hem niet weerhouden van een tweede waagstuk. Want het 'betere leven' is te vinden aan de overkant van de Straat van Gibraltar. Met vrienden heeft hij een spaarclubje opgericht. Een overtocht kost al gauw een jaarinkomen.

Water Moestafa meende een paar jaar geleden een goedkopere weg naar het beloofde land te hebben gevonden. Moestafa: “Wij groeien hier van jongsaf met water op, we kunnen ongelooflijk goed zwemmen. Ik had gehoord van die mensen die het Kanaal overzwemmen tussen Dover en Calais. Dat is verder dan van Ksar Sghir naar Spanje. Ik heb een binnenband van een tractor op de kop getikt, heb die gestoffeerd met jeansstof, zodat het een soort boot werd. Met een vriend schafte ik zwemvinnen aan. De tocht naar Ksar Sghir was nog het lastigste vanwege de talloze politiecontroles, want er was juist een terreuraanslag gepleegd”.

Ksar Sghir was niet een toevallige bestemming. Dit zeestadje veertig kilometer ten oosten van Tanger ziet er opvallend welvarend uit. Het lijkt erop dat hier het 'Marokkaanse Californië', waarvan optimisten dromen, al werkelijkheid is geworden. Het is de plaats die het dichtste bij de Spaanse kust ligt, smokkelaars van mensen en drugs hebben hun fortuinen omgezet in weelderige villa's en bungalows.

Moestafa en zijn vriend lieten hun vaartuig na zonsondergang te water en begonnen met hun zwemtocht, die hen in zo'n tien uur aan de overkant had moeten brengen, volgens hun berekening. Het pakte anders uit. De vriend kon na twee uur niet meer. Hij ging in de boot slapen, Moestafa ploeterde verder. Moestafa: “En wat denk je, na uren zwoegen kijk ik over mijn schouder en wat zie ik, geen Spanje maar Tanger!” Erger was dat de zeestroom, die hun de overtocht naar Spanje had belet, hen onweerstaanbaar richting Amerika dwong. Ook Moestafa was aan het einde van zijn krachten en ging eveneens slapen. “Toen we wakker werden zagen we zee en nog eens zee”.

Een grote golf kieperde hun vaartuigje om zodat ze hun proviand kwijt waren. Ze begonnen zeewater te drinken. Moestafa: “Toch heb ik niet alleen maar zee gezien. Prachtige kusten waren er, magnifieke eilanden. Wat heb ik vaak gedacht dat we gered waren”. Het waren luchtspiegelingen of hallucinaties. Moestafa: “Of al die schepen, die ons passeerden en waarnaar we om hulp riepen echt waren of niet durf ik niet te zeggen”.

Echt Het Amerikaanse schip, dat hen uit het water viste toen ze ernstig overwogen om er een eind aan te maken, was wel echt. Ze bleken in vier dagen ruim honderd kilometer richting Amerika te zijn afgedreven, de kans dat ze toch nog op de Portugese of Spaanse kust zouden zijn terechtgekomen was nihil. Het schip vervoerde hen naar de Griekse havenstad Piraeus. Een vliegtuig bracht hen terug naar hun vaderland, maar de vriend sprong tijdens een tussenlanding van een vliegtuigtrap en leeft nu als een illegale god in Frankrijk.

Wat beweegt iemand die zo op een haar na aan de dood is ontsnapt om nog eens zo'n waagstuk uit te halen? Moestafa: “Deze keer pak ik het anders aan. Met vijf vrienden spaar ik voor een eigen boot. De boot zelf heb je voor 2000 gulden. Een buitenboordmotor kost 4000. Dat is 1000 gulden per persoon, minder dan wat je aan een mensensmokkelaar betaalt. En je bent eigen baas. Je kunt andere routes proberen, niet perse vanuit Ksar Sghir. Je kunt ook je eigen tempo bepalen. Die mensensmokkelaars hebben altijd haast, het enige waaraan ze denken is geld innen en zo snel mogelijk terug zijn”.

“Ja, ik ben doodsbang geweest. Maar welke kansen heb ik hier? Vandaag heb ik 15 dirham verdiend (drie gulden), gisteren niets. De huur van een huis in de medina (oude stad) is 2000 dirham per maand. Over buiten de medina praat ik niet eens, of je moet die illegale wijken aan de rand van de stad bedoelen, daar heb je huren van 750 dirham. Maar dan nog, en bedenk dan eens de transportkosten”.

“Ik houd ook niet van de mentaliteit in de medina. Dat bekrompene, elk meisje met een korte jurk is voor die lui een hoer, dat soort dingen. En die botte grappen. Ik wil een beter leven en dat bereik ik hier niet. Behalve als ik vanuit Europa met een smak geld terugkom, dan heb ik een kans”.

“De verhouding tussen man en vrouw is hier ook niet goed. In geldzaken is het een ramp. Ik heb het verschil gezien bij mijn tante in Frankrijk. Ze is met een Fransman getrouwd. Beiden werken ze, ze leggen hun geld bij elkaar en maken een plan. Zo kom je verder. Maar bij ons kopen vrouwen meteen sieraden, als statussymbool. Zo blijf je in de puree”.

Stoplichten “Ja, ik weet dat het ook in Frankrijk niet de hemel op aarde is. Maar ik heb daar een tijdje bij stoplichten ruiten van auto's schoon gemaakt, zo illegaal als de pest, maar wel 600 franc per dag. Daarvoor werk je in Marokko een maand. Ja, dat racisme in Frankrijk is een probleem. Ze minachten me daar. Maar hier kijken ze net zo goed op me neer en daar krijg ik er tenminste geld voor”.

Moeten jullie in Marokko niet gewoon een tijdje ophouden te zeuren en een generatie lang keihard werken? Gaat het dan niet vanzelf veel beter?

Moestafa: “We komen nu in politiek vaarwater en dan moet ik op mijn woorden letten. Het komt erop neer dat ze niet willen dat wij het beter krijgen. Wie 'ze' zijn? Tja, dan wordt het weer politiek. De koning deugt wel, maar veel van die lui om hem heen niet”.

mailIcon print |