Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Euthanasie zal nooit uit het wetboek van strafrecht worden geschrapt. Als de wet op dit punt ooit wordt gewijzigd, zal het gaan om een andere redactie, waarbij onder handhaving van de algemene strafbaarheid in de wetstekst voor artsen een rechtvaardigingsgrond wordt opgenomen. Maar het zal nog jaren duren voor het zover is.
Dit zei minister Sorgdrager van justitie gisteren bij de presentatie van het kabinetsstandpunt over het onderzoeksraport Euthanasie en andere beslissingen rond het levenseinde van de hoogleraren Van der Wal en Van der Maas. Voor een wijziging van het wetboek van strafrecht vindt Sorgdrager het te vroeg. Daarvoor is volgens de minister het meldingspercentage van euthanasie door artsen nog te laag en de procedure nog te nieuw. Bovendien zullen eerst ook de mogelijkheden voor palliatieve zorg (stervensbegeleiding) en voor consultatie door artsen bij in euthanasie gespecialiceerde consulenten moeten worden verbeterd. Sorgdrager: “De discussie is nog steeds: hoe ver kun je gaan en is er wel voldoende openheid en toetsbaarheid? Je kunt nog niet zeggen dat rond euthanasie een stabiele toestand is bereikt.”
Het kabinet neemt de suggestie in het euthanasierapport over om onderscheid te maken tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding 'op uitdrukkelijk verzoek' enerzijds en levensbeëindiging 'niet op verzoek' anderzijds. Voor beide komen er aparte meldingsprocedures. Bij euthanasie op verzoek zullen artsen hun handelen achteraf moeten laten toetsen door regionale toetsingscommissies, samengesteld uit artsen, juristen en ethici. Die zullen moeten beoordelen of de arts al of niet strafrechtelijk dan wel tuchtrechtelijk moet worden vervolgd. Hun oordeel, dat volgens Sorgdrager zeer zwaar moet wegen, sturen zij op naar het college van procureurs-generaal. Het uiteindelijke besluit om al dan niet te vervolgen blijft een zaak van justitie.
Voor levensbeëindiging 'niet op verzoek' komt een centrale landelijke beoordelingscommissie. Volgens Sorgdrager kan dat, omdat het aantal gevallen beperkt is. Bovendien vindt het kabinet dat levensbeëindiging 'niet op verzoek' slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen mag gebeuren, bijvoorbeeld als het gaat om pasgeborenen.
De reacties op het kabinetsstandpunt zijn overwegend positief. De regeringspartijen PvdA, VVD en D66 zijn tevreden. D66-woordvoerder Van Boxtel is blij dat het kabinet uitzicht blijft bieden op wetswijziging, waardoor in de wet een rechtvaardigingsgrond voor artsen wordt opgenomen. De CDA-fractie en de kleine christelijke fracties zijn juist erg kritisch. Het CDA vindt het niet goed dat de eigen beroepsgroep van artsen mee gaat beoordelen of een arts juist heeft gehandeld. Deze fractie is het er ook niet mee eens dat de positie van het openbaar ministerie bij de toetsing van euthanasie ernstig wordt verzwakt. Hetzelfde bezwaar brachten gisteren ook de fracties van SGP, GPV en RPF naar voren.
De artsenorganisatie KNMG reageerde gematigd positief. Deze organisatie is het eens met de instelling van toetsingscommissies, maar betreurt het dat in het wetboek van strafrecht niet nu al een bepaling wordt opgenomen dat artsen die voldoen aan de eisen van zorgvuldigheid worden gevrijwaard van strafvervolging. Het KNMG vreest dat de toetsingscommissies niet voldoende zijn om de angst bij artsen weg te nemen dat ze zullen worden vervolgd, als ze euthanasie plegen. De NVVE, de organisatie voor vrijwillige euthanasie, is teleurgesteld dat euthanasie in principe strafbaar blijft.
- Pagina 4: Niet melden euthanasie moet onbehoorlijk worden
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.