*

 
dossier

Archief

De onrijpe vrucht van een nerveuze scorezucht

ANNE VAN DER MEIDEN − 16/04/94, 00:00

De auteur doceert public relations aan de Utrechtse universiteit

En wat doen u en ik ermee? Precies meneer, ik zeg maar zo, waar rook is, is vuur nietwaar? Wat doet zo'n man als Brinkman bij dat bedrijf? En we zien nog niet de helft, een topje van de ijsberg. Ze doen maar, die hoge heren, en dat noemt zich christelijk!

En zo worden we allemaal slachtoffers van de tirannie van de suggesties.

De KRO-voorzitter wringt zich in bohten. Sommige politici roepen dat de pers natuurlijk helemaal vrij is (die moeten zelf ook nog scoren) en de journalistiek roept dat je natuurlijk niet de journalistiek van alles de schuld kunt geven: die is slechts de boodschapper en doet niets anders dan registreren.

Maar intussen komt er een veenbrandje van verzet op gang tegen dit type journalistiek. De grenzen zijn bij sommige mensen bereikt. Ik hoop dat het ditmaal tot iets leidt. Tot een gezonder verhouding tussen media en publiek.

We hebben met minstens drie kernproblemen te doen.

1. De mediawereld is door de 'commercialisering' gedwongen agressiever te opereren. Uiteindelijk draait alles om kijk-, waarderings- en balanscijfers.

2. De media-ethiek, ik volg die nu ruim dertig jaar, is een van de zwakste items in de media-wereld. Vaak beschouwd als een luxe artikel voor ouder wordende journalisten die niet meer behoeven te scoren. De interne ethische reflectie in het vak is mager. Altijd overruilen zakelijke belangen de ethische afwegingen, de morele grenzen schuiven op; 'wat kan' wordt een steeds groter domein. Ook de ethici hebben zich in Nederland nauwelijks met het fenomeen mediaethiek beziggehouden, op enkele uitzonderingen na. Ik denk dat men het een beetje 'ordi' vindt. Veel te praktisch ook.

3. Binnen de mediawereld zelf is de kloof groter geworden tussen de bonafide journalistiek die eigenlijk walgt van de meeste produkten van de collega's, maar ze zwijgt erover, uit solidariteit, zwakte of opportunisme.

Mijn eerste conclusie: binnen de journalistiek heeft de ethische reflectie op het eigen vak geen gelijke tred gehouden met de groei van de verleidingen die het vak bedreigen. Althans: de burger merkt daar niets van.

Boodschapper

Het is een oude (en gewaardeerde) traditie in de journalistiek uit te gaan van de onafhankelijke, objectieve journalistiek, die doorgeeft wat gecontroleerd kan worden: de feiten. De betrouwbare journalist als boodschapper past wederhoor toe voor hij/zij publiceert. Goed herkenbaar en apart afgedrukt geeft hij zijn commentaar. Het komt niet te pas zo'n boodschapper te doden als zijn bericht ongunstig is. Hij doet zijn plicht als waakhond.

Een dergelijke goed afgewogen berichtgeving was in dit geval gepast geweest: de vrije uiting is niet aangetast, de journalist heeft zijn 'primeur' en niemand reageert waarschijnlijk geschokt, als de nadruk in de publikatie wordt gelegd op het feit dat de zaak in onderzoek is. Over de feiten dat het onderzoek in een bedrijf is gestart en dat Brinkman daar commissaris is behoeft niet gezwegen te worden. Zolang het onderzoek loopt, past zwijgen en afwachten.

Ik weet het: zo'n prachtig ideaal werkt nauwelijks meer in onze commu-entertainment maatschapppij. En eerlijk gezegd is er waarschijnlijk ook geen brood meer in te verdienen.

Vertegenwoordigers van een moderne journalistiek verleggen voortdurend de grenzen, om duidelijke redenen: de verkoopbaarheid, de kijkcijfers en de kijkwaardering. Kennelijk uitgaande van de gedachte dat de mensen zichzelf moreel ook steeds meer permitteren, schuift men op in de richting van het grijze niemandsland van feitachtige zaken, die met suggesties vermengd en verpakt in gedurfde beelden een boeiend verkoopbaar mixture bieden. De morele grenzen, het kan niet anders, worden door verkoopbaarheid, sensatie, timing (primeur!) bepaald.

Klop-op

De receptuur van de sensatiepers is eenvoudig: pas op dat je niet gepakt wordt wegens laster, je herhaalt dat er natuurlijk geen aanklacht tegen Brinkman is ingediend, dat doe je drie keer en dan denkt het publiek: er is iets aan de hand met die man. Maar wat kun je er nu als betrouwbaar boodschapper aan doen dat het publiek zoiets gaat denken? Vervolgens stort je de suggestie-saus over hem uit, laat vele mensen (vooral journalisten) commentaar geven. Je interviewt politici zonder precies te zeggen waar het over gaat, weer een scheut suggestie van vermoedelijke dubieuze praktijken en dat dis je op. In de oorlog had je zo'n gerecht: klop-op heette het, meen ik. Je moest er de ramen en deuren bij dicht houden, want het stortte bij elk zuchtje tocht in.

Huiverig

Is de boodschapper aan te pakken? Dat is de vraag die ik de laatste weken nogal eens te horen krijg. Na de tweede wereldoorlog is er een trieste rij acties ondernomen via zwaar opgetuigde commissies om de relatie tussen publiek en media beter te regelen. Het resultaat: Nederland kent nauwelijks enige regeling. En wat er aan wettelijke beperkingen van de media en regelingen is, is bij het publiek vrijwel onbekend. Advocaten zijn huiverig - en ik begrijp dat - Brinkman te adviseren naar de rechter te stappen. Dat ligt in Engeland en Amerika anders. Een beetje kiene advocaat en Brinkman zou verder stil kunnen leven! Het zou voor Brinkman en de media-ethiek trouwens goed zijn indien er een klacht werd ingediend, als straks blijkt dat hem geen blaam treft. Een slachtoffer mag ook wel eens scoren. Gaat het publiek dan geheel vogelvrij door het leven? Als het om gedrukte media gaat kan men zich met klachten wenden tot de Raad voor de Journalistiek, maar dat is sinds jaar en dag een vrij onmachtig college; het heeft geen sanctie-mogelijkheid. In het geval van de radio en tv is er de rechter die kan ingrijpen. Maar dan moet het wel heel bont en duidelijk zijn. Laster, duidelijke schadeberokkening en onrechtmatige daad laten zich moeilijk bewijzen. Tenslotte zijn er de redacties van de bladen en de directies van de omroepen zelf, die kunnen rectificeren. Dat is een vorm van zelfregulatie, die of preventief, of achteraf werkt. Er zijn kranten die dat keurig doen. Maar van de tv heb ik dergelijke publieksvriendelijke acties nog niet vaak gezien.

Er is het een en ander in beweging. Een wolkje als eens mans hand?

1. Om te beginnen in de journalistiek zelf. In bepaalde kringen in het vak wordt evenzeer met ergernis gesproken over de zogenaamde journalistiek die het ambacht in diskrediet brengt. Het probleem is: er is geen eenheid in de journalistieke wereld. Men heeft geen behoefte aan onderlinge sanctie-mogelijkheden. Er is geen strikte code-binding. De journalistieke wereld heeft nooit aan 'het volk' een code aangeboden, op grond waarvan men klachten kan indienen. Dat is in andere landen wel het geval.

2. De burger wordt alerter, om allerlei redenen, maar zeker ook omdat de journalistiek brutaler wordt. Men ergert zich vaker, omdat de strijdmethoden ont-menselijken. Alles moet buigen voor die zogenaamde uitingsvrijheid. Opvallend daarbij is de justitiele toon die aangeslagen wordt door journalisten die op het scherm verschijnen. Als je niet beter wist staat er een openbare aanklager tegen je aan te praten. Ik begrijp nog steeds niet waarom ondervraagden in een tvuitzending soms niet gewoon opstaan, een lange neus trekken en meedelen dat ze gaan vissen. De zedenmeesters van het scherm beleren ieder die onder hun ogen komt op een toon van verontwaardiging. Vooral de bijna-fraude en nog-niet-helemaal-duidelijk-schandalen doen het daarbij goed.

Bijna geen Nederlander weet dat de vrijheid van meningsuiting in de grondwet voor elke burger vastligt. Er staat niets over een apart recht voor de journalistiek. Dat hebben we zelf in een goede democratie geschapen en zo hoort het ook. Maar met een gegund recht kun je verschrikkelijk aan de haal gaan, zodat je je tegenover de burger opstelt en de suggestie wilt wekken dat je het namens hem doet.

3. Het is nog niet vaak vertoond dat zoveel mensen hun lidmaatschap van een omroep opzeggen en zeker kamerleden zijn er voorzichtig mee. Hun pakkans neemt er door toe. Hun moed moet worden geprezen.

Excuus

Het zou te wensen zijn dat men een excuus aanbiedt omdat men het werkelijk verkeerd gedaan heeft. Ook al zou blijken dat Brinkman wel betrokken is geweest mag men hem niet behandelen zoals men het deed. Nooit is het toegestaan mensen te beschadigen die niet als misdadigers zijn veroordeeld. En ook dan nog past terughoudendheid en menselijk respect. Als men zich maar niet excuseert omdat het leden 'kost'.

Nu er toch een nieuw kabinet gaat komen: dames en heren politici kijk nog eens naar die nota's die sedert de tweede wereldoorlog zijn verschenen om de verhouding burgermedia te regelen.

mailIcon print |