*

 
dossier

Archief

'Godsdienstige identiteit bij fusies overboord'

Door: redactie − 11/01/96, 00:00

Van onze kerkredactie AMSTERDAM - De godsdienstige identiteit blijkt regelmatig het kind van de rekening bij fusies van maatschappelijke instellingen. Het gaat daarbij dikwijls om fusies die op financiële en organisatorisch-technologische gronden door nationale, provinciale of gemeentelijke overheden worden opgelegd. Pragmatisme, zakelijkheid en no-nonsense denken winnen het te vaak van het besef dat zingeving belangrijk is voor mens en samenleving.

Dit stelt het Interkerkelijk contact in overheidszaken (CIO) in een brochure 'De identiteit van instellingen in de samenleving'. Het CIO is een samenwerkingsverband van achttien kerkgenootschappen. Men heeft de brochure aangeboden aan de voorzitters van Eerste en Tweede Kamer.

Het CIO is tot de uitgave gekomen omdat bij recente fusies van instellingen in het onderwijs, de verzorgingssector, het maatschappelijk activeringswerk en andere sectoren, de kerken worden geconfronteerd met een onderwaardering van de godsdienstige identiteit. Te snel ontstaat de neiging om bij een fusie van de klassieke drie instellingen in een bepaalde regio of sector - de rooms-katholieke, protestants-christelijke en algemene - één instelling te maken met een neutraal karakter.

Overigens wijst de brochure erop dat de onderwaardering van de confessionele identiteit niet alleen de schuld van de diverse overheden is. Ook kerkleden zelf zijn er voor verantwoordelijk doordat zij bij fusiebesprekingen de godsdienstige identiteit niet voldoende inbrengen.

Het CIO attendeert op het maatschappelijk belang van zingeving. Deze zorgt voor verbanden binnen de samenleving, helpt haar inrichten en draaiende te houden. De maatschappelijke instellingen die hun bestaan hierop baseren, worden, volgens het CIO ten onrechte, min of meer als institutionele machtsfactoren gezien, “waardoor zij ongewild ook betrokken raken in de politieke strijd”.

“Bij voorkomende beoordelingen in de maatschappij van de wenselijkheid van een godsdienstige signatuur van instellingen wordt nog steeds veelvuldig positie gekozen op basis van de gemengde gevoelens, die een mogelijke of veronderstelde gestructureerde macht van de godsdienst blijkbaar blijft oproepen (. . .). Godsdienstige identiteit lijkt in verband met die associatie zonder goede gronden nog steeds als een soort steen des aanstoots onderhevig aan enige nauw verholen irritaties.”

mailIcon print |