De auteur is lid van de SGP-jongeren.
De eerste vijf hoofdstukjes van de info-schets beschrijven op een goede manier de historie en de ideologie van extreem-rechtse groeperingen. Het venijn zit 'm in de staart. Daar komt de auteur van dit geschrift, mr. drs. W.A. Zondag, op dubieuze wijze redenerend vanuit het SGP-gedachtengoed tot stellingnames die in kringen van Centrum-democraten gemeengoed zijn.
Volgens hem is het essentieel dat de motivatie verschilt. Geen racistische of economische, maar religieuze drijfveren liggen aan zijn standpunt ten grondslag. Zondag is daarmee echter een wissel gepasseerd die hem op onbijbels spoor heeft gebracht. Want volgens het staatkundig-gereformeerd beginsel dienen óók religieuze motieven èn hun consequenties getoetst te worden aan de Bijbel. Die proef op de som heeft Zondag niet genomen.
Deze fundamentele omissie leidt tot curieuze opvattingen over het begrip geestelijke vrijheid. Volgens de auteur is zelfs een calvinistische dictatuur niet ondenkbaar 'vanwege de intolerantie tegenover andere godsdiensten die inherent is aan de theocratie'. Ten Hooven schetst met woorden van Bilderdijk de erbarmelijke gevolgen van een dergelijke 'theocratie' voor islamieten, maar ziet over het hoofd dat de schrijvende SGP-jongere buiten het SGP-spoor gaat.
In de eerste plaats blijkt dat Zondag in zijn theoretische beschouwing de theocratie tot een binnenwereldlijke aangelegenheid maakt. In bijbelse zin kan theocratie niets anders zijn dan de regering van God over alle dingen. Dat is een volstrekt bovenaardse zaak, waar geen mens aan te pas komt. God draagt Zijn heerschappij nooit over op mensen. Serieuze pogingen die ooit in het verleden zijn ondernomen om de Godsregering via mensen op aarde concreet vorm te geven, leidden tot evenzovele mislukkingen. De reden is dat menselijke doeleinden altijd verschillen van wat God wil.
SGP'ers doen er goed aan dit te beseffen. Te allen tijde moet duidelijk zijn dat een eventuele SGP-regering nimmer de pretentie mag hebben een vormgeving van Gods regering op aarde te zijn. Theocratische politiek is niet pretentieus, maar intentioneel: ze is erop gericht in het publieke leven de Naam van God tot meerdere erkenning te brengen en het welzijn van de burgers te dienen.
In het verlengde hiervan heeft de SGP altijd eraan vastgehouden dat machtspolitiek en theocratisch denken niet met elkaar verenigd kunnen worden. In het schema van Zondag blijkt dat echter wel te kunnen! Ik besef dat zijn betoog het in sommige kringen (niet alleen in enkele van de SGP) goed zal doen. Het inzetten van politieke machtsmiddelen ten koste van de islam en ter bevordering van het christendom: zulke taal doet het goed. Maar is het ook bijbels-verantwoorde taal?
Nee. Volgens Romeinen 13, een heel bekend bijbelgedeelte in dit verband, ontvangt iedere overheid de volmacht van God om te regeren. Een christelijke overheid zal die volmacht gebruiken naar het voorbeeld waarmee Christus de Hem gegeven volmacht uitoefent. En hoe doet Christus dat? Roeit Hij al Zijn tegenstanders direct uit? Integendeel. Hij geeft Zijn discipelen de opdracht het Evangelie te verkondigen, opdat godvergetenden behouden worden. Zijn wijze van werken heeft niets met geweld van doen. Van dwang is geen sprake, wel van aandrang, omdat het menens is. Want Christus zelf zegt de Waarheid te zijn.
De consequentie is dat het tolereren van anders-gelovigen geen onverschillige toegeeflijkheid ten opzichte van de ander is, maar een positief verdragen van de ander. In de Bijbel hebben we met een God van doen die de mens als zondaar, kwaaddoener verdráágt. De Heere dwingt niet, maar overtuigt. Daarbij is er ruimte voor het 'nee' van de mens die niet wil geloven, maar verkiest ongehoorzaam te blijven. Geloof komt niet door kracht of geweld, maar door Gods Geest tot stand.
Godsdienst is vóór alles een zaak van dienen, niet van heersen. Anders vervalt zij tot een dwangmatige ideologie, waarin voor gewetensvrijheid geen enkele ruimte is. Dan wordt het zicht op de goedheid van God en het heilzame karakter van Zijn geboden belemmerd. En daar is de eervolle Naam van God niet mee gediend.
Volgens de Heidelbergse Catechismus (een gereformeerd belijdenisgeschrift) wil een oprecht christen zijn leven, gedachten, woorden en werken zo 'schikken en richten', dat Gods Naam niet wordt gelasterd, maar veeleer geëerd en geprezen. Wie de strekking hiervan doorheeft, komt nauwelijks toe aan een beoordeling van 'de vreemdeling die zich zal moeten schikken naar de dienst van de Heere'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.