De auteur is Stichts lid van het CDA.
Hoewel bestuurlijke doelmatigheid en efficiency natuurlijk zwaarwegende argumenten dienen te zijn in de discussie over de reorganisatie van ons openbaar middenbestuur, valt steeds weer op dat waarden als maatschappelijke verscheidenheid, cultuurhistorie, en provinciale identiteit vrijwel geen rol in de discussie spelen. Dat is zorgelijk in een steeds onoverzichtelijker wordende samenleving met afnemende sociale en maatschappelijke samenhang. Zorgelijk te meer, daar de argumenten van bestuurlijke doelmatigheid en efficiency voor deze grootschalige operatie tot nu toe allerminst tot eenduidige en herkenbare voordelen leiden. Wellicht met uitzondering van de bestuurlijke problemen in relatie tot Rotterdam met haar grote zeehaven en Amsterdam met haar grote luchthaven verkeren de meeste bestuurskundigen in twijfel over het nut van deze miljoenen verslindende operatie.
Daar komt bij dat de overgangsperiode om te komen tot de instelling van een stadsprovincie grote nadelen van bureaucratie en bestuursverdichting laat zien in de vorm van een niet rechtstreeks gekozen vierde bestuurslaag. Bovendien ontstaat bij de ambtelijke organisaties van provincies en gemeenten grote en langdurige onzekerheid over de toekomstige organisatorische vormgeving met alle gevolgen voor de kwaliteit van hun werk. Maar voor de kleinere gemeenten in de gebieden van de toekomstige stadsprovincies lijkt die overgangsperiode niettemin aantrekkelijk in het kortzichtig perspectief van het gezamenlijk kunnen overnemen van taken van de provincies en van de bereidheid van grote steden als Amsterdam en Rotterdam om zich in een aantal kleinere gemeenten op te delen tot het verkrijgen van een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van de randgemeenten.
Onvoldoende is bij de kleinere gemeenten het besef doorgedrongen dat bij de definitieve vorming van een stadsprovincie ook taken van de gemeenten moeten worden overgedragen. En verder dat een stadsprovincie met een rechtstreeks gekozen bestuur door de kleinere schaal niet alleen dichterbij het bestuur van de gemeenten komt te staan, maar ook de autonomie van de gemeenten zal beperken. Gegeven dat de grenzen van een stadsprovincie bij uitstek worden bepaald door economische samenhangen en door sturingsmogelijkheden van verstedelijking roept een stadsprovincie een eenzijdig economisch en planologisch gekleurd beeld op. Meer van hetzelfde, maar wel voor sommigen aantrekkelijk als bestuurlijk beheersbare torens van Babel! En nog meer van hetzelfde, wanneer daarna de door stadsprovincies verscheurde huidige provincies zich ook tot mini-provincies of regio's zouden moeten omvormen, zoals in eerdere ideeën over 25 bestuurlijke regio's is geopperd. Misschien wel efficiënt, maar niet doelmatig.
Het is een opvallend verschijnsel dat het verzet tegen de grote stadsprovincies Amsterdam en Rotterdam vooral ook uit de bevolking is gekomen. De burgers van Amsterdam en Rotterdam kiezen voor het behoud van hun bestuurlijk ondeelbare grote steden met hun eigen cultuur en identiteit. En waarom ook niet? De vestiging van mensen laat een veelkleurige variatie zien naar verstedelijkte en plattelandsgebieden. Een variatie ook naar maatschappelijk, cultureel en historisch bepaalde samenlevingsverbanden en groeperingen. Niet in de laatste plaats ook een variatie naar voorzieningen op het terrein van zorg, welzijn en cultuur.
Vele provincies hebben een lange en markante historie in het ontstaan van ons land en een grote verscheidenheid naar cultuur ook binnen de provincies zelf. De provincie Utrecht mag zich sedert 1579 de bakermat van de Nederlandse staat noemen. Het provinciale identiteitsgevoel is echter in de ene provincie minder ontwikkeld dan in de andere. Vaak historisch bepaald, maar soms ook bepaald door gerichte beleidskeuzen die de provinciale identiteit versterken. Maar hun geografische schaal is over het algemeen van een grootte dat zij op gelijke afstand van de gemeenten en het rijk staan en dat zij gebieden besturen met een grote verscheidenheid en daardoor op evenwichtige wijze belangen van ruimtelijke ordening, natuur, milieu, economie, zorg, welzijn, cultuur en bestuurlijke samenwerking tussen gemeente kunnen behartigen. Uitbreiding van hun bevoegdheden om regionale bestuursproblemen te kunnen oplossen, verdient ernstige overweging. Hun bestuurskracht is de laatste jaren aanmerkelijk toegenomen, niet alleen door hun steeds zwaarder geworden takenpakket, maar ook door de discussie over vermeende bestuurlijke vernieuwing waarin hun zelfrespect is gegroeid. Maar er is nog geen reden voor zelfgenoegzaamheid. Die komt pas in beeld wanneer de gemeenten en de burgers van de provincies in beweging komen en pleiten voor de ondeelbaarheid van hun provincies.
Het kabinet leek een verstandige stap te hebben gezet in de slepende discussie over bestuurlijke vernieuwing. Het is vurig te hopen dat de Tweede Kamer met de CDA-fractie voorop het rationele karakter van die stap als positief herkent en zich niet laat meeslepen door vermeende vernieuwingsideeën uit de vorige zittingsperiode. Als het nut van een voorstel niet te bewijzen valt, wordt zo'n voorstel tot een vernieuwende mogelijkheid die bij herhaald noemen voor waar wordt gehouden. Daarom terug naar 'af'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.