Van onze correspondente BERLIJN - Het aftellen is begonnen voor de Treuhand, het bedrijf dat in opdracht van de Duitse staat de afgelopen jaren Oost-Duitsland aan de man heeft gebracht.
Gisteren presenteerde directeur Birgit Breuel de cijfers waarmee haar bedrijf denkt af te sluiten. Zelf blijft ze nog tot 31 december 1994 in dienst, maar het kan zijn dat ze de laatste maanden van dit jaar alleen overblijft. De Treuhand doekt op, zodra er voor de laatste 193 ondernemingen nog een bevredigende bestemming is gevonden. Vanaf 1995 zal de Treuhand onder andere voortbestaan in kleinere clusters - contractmanagementsorganisaties - die controleren of de koopcontracten, zo'n 40 000, wel nageleefd worden.
Ook zal de afdeling die verantwoordelijk is voor de verkoop van onroerend goed (TLG) blijven bestaan en het deel dat verantwoordelijk is voor de verkoop en beheer van landbouwgrond in Oost-Duitsland. Ongeveer honderd bedrijven blijven ook na 1994 direct of indirect eigendom van de Duitse overheid. Breuel verwacht dat de economie van Oost-Duitsland na opheffing van de Treuhand langzaam uit het dal zal komen.
Birgit Breuel presenteerde de werkzaamheden van de Treuhand gisteren weer eens als een groot succes: 13 372 bedrijven zijn geprivatiseerd, 14 000 objecten van onroerend goed zijn verkocht, 1,5 miljoen arbeidsplaatsen bleven behouden, de kosten van 275 miljard mark blijven binnen de begroting en dankzij de Treuhand is 184 miljard mark in het oosten van Duitsland geinvesteerd.
Intussen heeft de Treuhand ook drie miljoen banen 'afgebouwd' en viel er behalve succesvolle privatiseringen een grote reeks van blunders te incasseren. Maar die zijn voor Frau Breuel nooit bespreekbaar geweest. “Waar gehakt wordt, vallen spaanders”, is haar lijfspreuk. Voor lastige vragen verwijst ze naar de regeerders in Bonn. Die hebben haar per slot van rekening aangesteld.
Hoewel Breuel de privatiseringscontracten gisteren 'stabiel' noemde - wat ze daar ook mee bedoelt - is er voor de medewerkers die na 1994 blijven om de naleving van de contracten te begeleiden, een hoop werk. Met name in het begin heeft de Treuhand veel slechte contracten afgesloten, waarbij investeerders vrijblijvend beloftes deden, die niet zijn ingelost. Veel geldschieters kochten gehele Oostduitse ondernemingen louter als speculatieobject voor grond en onroerend goed. Sinds begin 1992 is dat beduidend beter geworden en heeft de Treuhand meer waterdichte afspraken gemaakt met investeerders over behoud van arbeidsplaatsen en verplichte investeringen in het te kopen bedrijf.
Maar volgens Hinrich Kuessel, die voor de SPD in de parlementaire onderzoekscommissie van de Treuhand zit, is de privatisering alleen bij de kleine ondernemingen die een regionaal afzetgebied hebben, redelijk gelukt. “Bij de grotere bedrijven loopt het eigenlijk nergens goed”, zei Kuessel gisteren in de Berlijnse krant Der Tagesspiegel. De parlementaire-enquetecommissie onderzoekt de gevallen waarin de Treuhand aanwijsbaar of mogelijk steken heeft laten vallen. Dat onmiddellijk na instelling van deze controlecommissie een groot aantal van de Treuhand-archieven topgeheim is geworden, wekt niet veel vertrouwen.
De commissie onderzoekt bijvoorbeeld de verkoop van 26 Treuhand-bedrijven aan de Goppinger ondernemer Wolfgang Greiner. Hoewel al in mei 1992 bleek dat Greiner en zijn bedrijf Bellino GmbH de betaling in termijnen niet nakwamen, 'schonk' de Treuhand hem nog de Saksische Staal- en Machinefabriek (Stamag) met zeshonderd werknemers. Schade voor de Treuhand - en dus voor de belastingbetaler - 24 miljoen mark. Deze affaire ligt inmiddels bij het openbaar ministerie.
Ook zijn juridische consequenties te verwachten voor de verkoop van de gereedschappenfabriek GRW in Teltow. De waarde van deze onderneming werd door de Treuhand zelf geschat op 170 tot 270 miljoen mark. De Frankfurter miljardair Claus Wisser kreeg GRW, inclusief onroerend goed en grond, in handen voor 1 mark. De Treuhand-directeur Harald Lang, die hiervoor verantwoordelijk was, vloog weliswaar de laan uit maar kon meteen aan de slag als directeur van het Treuhand-bedrijf HGS, dat huishoudelijke apparaten fabriceert. Ook daar kreeg hij het openbaar ministerie op bezoek. Dan zijn er nog de genoemde 'rammelende' contracten van voor 1992, die de Treuhand zonder controle van de Duitse overheid heeft kunnen afsluiten. Tot instelling van de enquetecommissie had de Treuhand geheel de vrije hand. De snelheid waarmee de privatiseerder zijn werk heeft willen doen betekende, zo blijkt, nu het te laat is, een groot risico voor de zorgvuldigheid. Met de gevolgen daarvan - onder andere Oostduitse werkloosheid van soms meer dan dertig procent en verkeerde investeringen - moet Duitsland nog lang leven. Birgit Breuel, ontegenzeggelijk de machtigste vrouw van Duitsland, ambieert zelf geen nieuwe topbaan in 1995: “Ik blijf daarna voorlopig thuis om te verwerken wat ik hier heb meegemaakt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.