DOETINCHEM - Gedreven door ontevredenheid met wereld en met mensheid een ark gezocht om daarmee het zeegat uit te kunnen. Dat verhaal is al eens verteld en beschreven, maar viert deze zomer opnieuw hoogtij bij het Nijmeegse theatergezelschap Teneeter.
De ark is het binnenschip 'Nooitvolmaakt' uit 1934, waarmee Teneeter tot eind augustus via Maas, Waal, Rijn, IJssel en Oude IJssel door het land trekt. Voor regen hoeven spelers en toeschouwers niet bang te zijn; een stortbui kan de dramatiek van het steeds maar niet vertrekkende schip juist theatraal onderstrepen. Warmte vormt eerder een vijand: als de temperatuur de 30 graden overschrijdt, vervallen de zondagmatinees omdat je in de Teneetertent dan gauw op apegapen komt te liggen.
De familievoorstelling 'De bark van No Way' speelt zich letterlijk tussen wal en schip af. Het met balen en koffers opgetaste dek van de 'Nooitvolmaakt' is de speelvloer, de toeschouwers zitten op de rand van de kade. Met een tentdoek overhuift een scheepslaadboom zowel de spelers als het publiek.
De bemanning van de 'No Way' bestaat uit zes figuren die over dierlijke kenmerken blijken te beschikken. Ze communiceren wel met elkaar, maar praten doen ze nauwelijks. Juist de overvloedig op het tentdoek kletterende regen zorgde er tijdens de repetities voor dat de regisseurs Rinus Knobel en Andrea Fiege de meeste tekst overboord zetten. Onderling konden de spelers elkaar al amper verstaan.
Op een schip dat op het punt van vertrek staat, heerst bedrijvigheid en kabaal - dat weet nog elke zoetwatergarnaal. De houten luikjes van de vierkante partijspoorten klapperen open en dicht, waarachter je de bemanning ziet tandenpoetsen, wekkers ophangen of stelen, liedjes zingen, elkaar hardvochtig 'goejemorgen!' verwensen, het haar met een pannetje melk wassen of - zoals Mevrouw Kip - een ei leggen of de onmogelijkste monden trekken.
De mafiose dronkenlap (Meneer Varken) blijkt al te kunnen lezen, want hij verkneukelt zich in zijn hut om een Bert & Ernie-album. Het is een prettig getikt zootje, daar op de bark van No Way. Ze proberen elkaar in letterlijke valkuilen te lokken, pootje te haken of juist te versieren. Ondertussen tiert ruilhandel welig, of het nou om een Spaanse pop, een appel of een flesje bier gaat.
Meneer Mol, die volgens de overige opvarenden ook Meneer Pinguin of Meneer Lama is, waggelt met een enorme tang rond om daarmee de dieselmotor aan de gang te krijgen. Zodra het dreinende gepomp van de zuigers weerklinkt, deinen de passagiers in dezelfde ritmiek en met misschien wel koptische nekgebaren mee. Ongeveer op de maat van drummer Animal uit de Muppetshow. En eten dat de opvarenden kunnen! Dat is amper proppen of schrokken meer, hoe ze appels en pruimen als gehaktmolens verorberen.
Het subtiel hoogtepuntje vormt de ruzie tussen Meneer Varken en Meneer Mol inzake de authentieke manier van lezen tegenover het gebruik een bliepende elektronische agenda. Meneer Mol ergert zich aan die flipperkastgeluiden van Meneer Varken, en doet pestenderwijs alsof het boek dat hij aan het lezen is, ook die kermisklanken kan maken. Meneer Varken trapt erin, en ruilt zijn zogeheten organiser voor een klassiek boek, dat in zijn handen jammerlijk niet pingelt. De wraak is zoet en de scène sierlijk afgerond als met verdraaide stem quasi-mechanisch het Wilhelmus uit het klassieke boek weerklinkt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.