Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - De bouwplaatsen worden veiliger. In vergelijking met vijf jaar geleden is het aantal ongelukken in de bouw met achttien procent gedaald. Dat betekent dat nog altijd jaarlijks 25 000 van de 175 000 bouwvakkers tijdens hun werk letsel oplopen.
De gunstige ontwikkeling blijkt uit het jaarverslag van Arbouw, de arbodienst voor de bouwnijverheid. Uit onderzoek van de dienst blijkt, dat vijf jaar geleden vijfduizend ongevallen meer werden genoteerd dan nu. De belangrijkste daling van het aantal ongelukken komt omdat veel minder werknemers - tachtig procent in vergelijking met vijf jaar geleden - worden getroffen door een vallend voorwerp. Het aantal bouwvakkers dat zich verdraaid of vertild is met bijna tweederde teruggebracht.
Opvallend is dat maar weinig van de ongevallen worden gemeld bij de Arbeidsinspectie. Dat concluderen de onderzoekers van Arbouw na een inventarisatie. De ondervraagden zeiden in een kwart van de gevallen niet te weten of er iets doorgegeven was. In twintig procent van de gevallen waren ze er zeker van te zijn dat dit is gebeurd. Ongeveer de helft wist dat de werkgever niets over het ongeluk aan de inspectie had doorgegeven.
Geen belang
Directeur L. Akkers van Arbouw: “Dat komt omdat na de privatisering van de Ziektewet, de werkgevers er geen belang bij hebben dat een ongeluk bekend wordt gemaakt. De werkgever moet toch betalen.”
Bovendien heeft een werkgever in de bouw er geen trek in te boek te staan als een baas waar veel gewonden vallen. “Ze moeten ongelukken natuurlijk wel melden en dat zou ook eerder gebeuren als we hetzelfde zouden doen als in Duitsland. Daar krijgt de werknemer als hij zich ziek moet melden door een ongeluk, een hogere uitkering. Die zit zijn baas wel achter de broek om de inspectie te informeren.”
De daling van het letsel dat door vallende troffels, bakstenen en dergelijke, doet Arbouw niet rustig achteroverleunen. De vermindering is een succes van de aangescherpte wetgeving, denkt Akkers. “En we hebben minder te maken met de macho-cultuur. Bijna iedereen zet nu wel een helm op en doet beschermende schoenen aan.”
Uit het onderzoek blijkt dat twintig procent van de ongelukken is te wijten aan een vallend object. Bij vijftien procent van de ongelukken, valt de bouwvakker zelf. Zich snijden en struikelen zijn andere oorzaken voor verwondingen (beide tien procent).
De ongelukken veroorzaken het meest voet-, enkel- en beenletsel (veertig procent). Bij een kwart gaat het om de hand of de pols. Hoofd en/of oog en romp scoren vijftien procent; bij tien procent gaat het om arm en schouderverwondingen. Het herstel van de verwondingen duurt doorgaans niet al te lang. Een kwart kan gewoon doorwerken. Een derde verzuimt een weekje en één op de tien doet er twee weken over om te herstellen.
Een kwart van de bouwvakkers die een ongeluk krijgen, wijt dat aan nalatigheid van de werkgever. Zestig procent geeft zelf toe onvoorzichtig geweest te zijn. Een derde vindt dat het ongeluk voorkomen had kunnen worden met betere veiligheidsmaatregelen.
Voorts blijkt dat van de jongeren beneden de 25 jaar in de periode '96/'97 bijna een kwart een ongeval heeft gehad. Bij de groep van 45 jaar en ouder was dat in dezelfde periode nog geen tien procent. Niet alleen leeftijd, ook binding met het bedrijf houdt verband met de risico's. Van degenen die korter dan vijf jaar in de branch werken, heeft bijna twintig procent een ongeval gehad. Voor bouwvakkers die langer in de bedrijfstak aan het werk zijn, loopt tien procent jaarlijks een verwonding op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.