*

 
dossier

Archief

Tien miljoen voor opgraven van nederzetting

HARO HIELKEMA − 29/09/94, 00:00

AMERSFOORT - Archeologen van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) kunnen de komende twee jaar op kosten van Rijkswaterstaat een nederzetting uit de Midden Steentijd langs de Hoge Vaart in Flevoland opgraven. Het prehistorische kampement, dat als een unieke vindplaats wordt beschouwd, ligt op het tracé waarover de A 27 zal worden aangelegd. Met de opgravingen is een bedrag van tien miljoen gulden gemoeid.

Het is de grootste geldsom die ooit in Nederland is betaald door een dienst of firma die een groot bouwproject wil realiseren en daarbij een belangwekkend archeologisch project dreigt te vernietigen. Onder het motto 'De vernieler betaalt' dragen instellingen en bedrijven al op verschillende plaatsen financieel bij aan noodopgravingen van de ROB. Zo wordt archeologisch onderzoek bij Wijk bij Duurstede en Houten (de locatie van het vroegmiddeleeuwse Dorestad) mede gefinancierd door het Bedrijfsfonds van Nederlandse gemeenten. De ROB heeft ook al een convenant gesloten met de Nederlandse Spoorwegen, waarin bepaald is dat de NS de opgravingen op het tracé van de Betuwespoorlijn voor een groot deel zal bekostigen.

Het project Hoge Vaart is niet ver verwijderd van de Stichtse Brug tussen Blaricum en Almere. Op de rivierduinen van de oude Eem. die hier vroeger naar zee stroomde, is een nederzetting gevonden die dateert van ongeveer 8000 voor Chr. Bij proefonderzoek zijn bewoningsresten aangetroffen over een gebied van 5 500 vierkante meter. “Niet de datering is bijzonder, maar het feit dat het een gave vindplaats is”, zegt projectleider Willem Jan Hogenstein. “Op de zandgronden zijn dergelijke nederzettingen vaak aangetroffen, maar daar zijn nauwelijks grondsporen meer te herkennen en zijn de meeste ecologische resten zoals botten en zaden grotendeels verdwenen. Het bijzondere van dit project in Flevoland is, is dat de vindplaats heel diep ligt en overdekt is geraakt door veen. De sporen van bijvoorbeeld in de grond gegraven palen zijn daardoor niet uitgewist. Dat geeft ons de kans om te reconstrueren hoe het landschap er destijds uitzag, waarmee de mensen zich voedden en in welke seizoenen zij daar leefden.”

In de Midden Steentijd leefde de bevolking nog niet van landbouw, maar hield zij zich in leven met wat de jacht, de visvangst en de bomen opleverden. Hogenstein: “Men had toen nog geen permanente verblijfplaats, maar trok rond. Ze waren constant onderweg. Ze wisten al dat ze in de winter in de buurt van open water moesten zijn, in de zomer vingen ze zalm, steur en harder. In het najaar verzamelden ze hazelnoten en andere bosvruchten.”

Het bedrag van tien miljoen gulden wordt niet alleen gebruikt voor opgravingen, maar ook voor voorzieningen om archeologische vondsten op het tracé van de A 27 te beschermen. Zo wordt er in het dijklichaam een ruimte uitgespaard op de plaats waar een zeer goed geconserveerd scheepswrak in de grond ligt. Dank zij technische voorzieningen wordt voorkomen dat het schip in elkaar gedrukt wordt; zo kan het later worden opegraven.

Hogenstein is gelukkig met de financiële regeling, waarbij de vernieler betaalt voor de schade die hij aanricht aan het archeologisch erfgoed. “De archeologie wordt eindelijk serieus genomen”, stelt hij vast, “al is het nog te vroeg om echt tevreden te zijn. Je moet je ook realiseren dat het budget van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek voor het uitvoeren van noodopgravingen iets meer dan één miljoen gulden bedraagt, voor het hele land. Dat is een belachelijk laag bedrag, als je ziet dat voor een project als Hoge Vaart alleen al tien miljoen gulden nodig is. En daar wordt dan nog door de verstoorder betaalt. Maar met dat miljoen kun je niet uit de voeten, als je ziet hoeveel unieke terreinen verloren dreigen te gaan door bijvoorbeeld verlaging van de grondwaterspiegel of door een boer die zijn land omploegt. Zo gaat er enorm veel historische informatie naar de knoppen. En tegen die sluipende erosie van het archeologisch erfgoed is nog geen enkele oplossing gevonden”, zegt Hogenstein.

De opgraving Hoge Vaart zal volgens ir. A. van de Nadort van Rijkswaterstaat directie Flevoland niet leiden tot vertraging van de werkzaamheden aan de A 27. Medio 1999 zal de rijksweg volgens de plannen voltooid zijn. “De bijzonderheid doet zich voor dat het archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd op het oude zandpakket van de Eem-oever, een paar meter beneden het maaiveld. Alle troep die daarboven op ligt, moet eruit, maar we hoeven niet bank te zijn voor zettingen als we daarna aan het werk gaan met de A 27: dan zitten we op het zand.”

Van de Nadort kijkt met spanning uit naar de resultaten van het bodemonderzoek. Plannen om de rijksweg om te leiden en de archeologische locatie te sparen waren niet haalbaar. “En een viaduct er overheen bouwen kon ook niet, want die plek is zo groot als een voetbalveld. Dus bleef er niets anders over dan deze noodopgraving. Want volgens de directeur van de ROB is dit archeologisch gezien zo'n belangrijke locatie dat daarvoor geld en tijd moet worden uitgetrokken. Ik hoop dat hij dat ook aangetoond krijgt, maar dat is de verantwoordelijkheid van de ROB. Wij zijn nieuwsgierig of ze leuke dingen vinden.” In de buurt van de opgraving, langs de Vogelweg, wordt een informatiecentrum ingericht over de resultaten van het onderzoek.

mailIcon print |