AMSTERDAM - Een op de tien patiënten die op het spreekuur van de huisarts komt, heeft hypochondrie. De medische consumptie van deze bezoekers aan de huisarts is ongeveer tweeënhalf keer zo hoog als van een doorsnee patiënt.
Vijf procent van de bezoekers van een polikliniek interne geneeskunde lijdt aan hypochondrie. Het leidt bij dokters vaak tot gevoelens van machteloosheid en irritatie. In het jongste nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde pleit een groep onderzoekers van de vakgroep psychiatrie van de Vrije Universiteit voor een voortvarende behandeling voor deze groep patiënten die (te) vaak naar de dokter gaan. Onder hypochonders zijn er die vaak naar de dokter lopen, maar er zijn er ook die juist geen onderzoek durven te laten verrichten, uit vrees dat er echt een ernstige ziekte wordt gevonden.
Het is geen aanstellerij: een patiënt die lijdt aan deze aandoening is er oprecht van overtuigd dat hij aan een ernstige ziekte lijdt, ook al verzekert de dokter hem na zorgvuldig onderzoek dat dit niet het geval is. De helft van de hypochondrische patiënten lijdt ook aan een depressieve stoornis. Twee op de tien hebben bovendien een angstoornis.
De onderzoekers noemen het voorbeeld van een 33-jarige vrouw, die al vanaf haar vijftiende jaar snel denkt dat ze een ernstige ziekte onder de leden heeft: longkanker of een hersentumor. Daarom gaat ze eens per drie weken naar de dokter en vraagt zij vaak om verwijzing naar en specialist. Dat lukt niet altijd. Daarom bezoekt zij dikwijls de vervangers van haar eigen huisarts.
Ook al stelt de specialist haar gerust, dan nog denkt zij dat ze iets mankeert. De patiënte leest veel medische bladen en sport zo weinig mogelijk om een hartinfarct te voorkomen.
Nadat de huisarts haar wees op de onwerkelijkheid van haar klachten kwam zij bij een psychotherapeut terecht. Daar bleek zij inderdaad aan hypochondrie te lijden. Door haar ervaringen te noteren in een dagboek en vervolgens haar gedachten te toetsen aan de werkelijkheid, werd de patiënte minder angstig. Ze deed ontspanningoefeningen en zij ging ook sporten. Na twaalf psychotherapeutische sessies bleek dat zij zich geen zorgen meer maakt over haar gezondheid.
Hypochondrische klachten ontstaan soms als gevolg van een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven of wanneer een familielid een ernstige ziekte blijkt te hebben. Hypochondrie kan deels erfelijk zijn, want mensen met de aandoening komen vaker uit gezinnen waar ook één van de ouders hypochondrisch is. Als kind hebben zij vaak weinig emotionele warmte ervaren, behalve wanneer zij lichamelijk ziek waren.
De onderzoekers van de VU denken dat hypochondrie door de huisarts kan worden behandeld. Al kan de degene die eraan lijdt, moeilijk invoelen dat er een psychologische verklaring voor de (als reëel ervaren) klachten is. Soms is er toch aanvullend medisch onderzoek nodig.
Wanneer de hypochondrische klachten niet verdwijnen is hulp van psychiater of psycholoog zinvol, tenminste als de patiënt daarvoor open staat. In uiterste gevallen beveelt de onderzoeksgroep psychofarmaca aan, in een hogere dosering dan bij een depressie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.