*

 
dossier

Archief

En weer gaan ze aan spanning ten onder

FRED BUDDENBERG − 08/02/97, 00:00

BOEKAREST - Dertien jaar moesten de Roemeense tennissers wachten op hun terugkeer in de wereldgroep van de Davis Cup. Na de eerste dag van het duel tegen Nederland heeft het er alle schijn van dat zij hun verblijf in de hoogste categorie van het landentoernooi met minimaal een jaar verlengen. De twee enkelspelen leverden Roemenië een 2-0 voorsprong op.

Na het tijdperk van Ilie Nastase en Ion Tiriac maakte het Roemeense tennis een moeilijke tijd door, zowel in het internationale circuit als in de Davis Cup. Met de opkomst van Adrian Voinea en Andrei Pavel lijkt er een einde te komen aan die succesloze periode, hoewel het tweetal op de wereldranglijst nog niet kan tippen aan hun Nederlandse tegenstanders van gisteren. In Davis Cup-tennis zeggen die klasseringen niets. Voinea staat twintig plaatsen lager dan Paul Haarhuis, maar was gisteren heer en meester: 4-6, 6-1, 6-3, 6-3. Het verschil op de ranglijst tussen Pavel en Jan Siemerink is nog veel groter (135 tegen 21), maar de enige cijfers die er toe deden waren de winnende setstanden van de Roemeen: 6-2, 6-1, 4-6 en 6-4.

Het dubbelspel van vandaag is de strohalm waar Nederland zich nog aan kan vastklampen. De vooruitzichten zijn echter verre van vrolijk. Viermaal sloot de formatie van bondscoach Stanley Franker de eerste dag af met een 2-0 achterstand en viermaal werd die schade niet hersteld. Niet tegen Duitsland (in 1990), niet tegen Zwitserland (1992), niet tegen Zweden (1993) en niet tegen de Verenigde Staten (1994). Nu zijn de Roemenen op papier minder sterk dan dat kwartet landen, maar de Davis Cup heeft een onverklaarbaar verlammende werking op de Nederlandse tennissers. Ze hebben titels achter hun naam staan, ze verslaan spelers uit de top tien, maar hun Davis Cup-diploma hebben ze nog altijd niet gehaald.

Vorig jaar rond deze tijd ging Nederland in Jaipur roemloos ten onder tegen India en gisteren kwam het klamme zweet in Boekarest opnieuw uit de poriën van Haarhuis en Siemerink. Een promotie-degradatie-duel in september lijkt na het dubbele debacle van gisteren niet meer af te wenden. Het dubbel kan vandaag wellicht voor enige verlichting zorgen, maar morgen begint Siemerink tegen Voinea, van wie hij vorig jaar op een identieke ondergrond als in Boekarest, verloor. Het slechtst denkbaar mogelijke draaiboek op de eerste dag kwam hard aan in het Nederlandse kamp. Zeker bij Franker, die in de Roemeense hoofdstad misschien wel aan zijn laatste wedstrijd in de wereldgroep bezig is. Na dit jaar geeft hij de Davis Cup-vlag over aan Michiel Schapers.

“Ik hoop op het Spanje-scenario”, zei Franker, doelend op de wedstrijd uit 1993 in Barcelona toen Haarhuis en Mark Koevermans op de slotdag een 2-1 achterstand ombogen in een 2-3 zege. Ervan uitgaande dat Haarhuis en Jacco Eltingh vandaag het dubbel winnen, dient het eerste probleem zich morgen aan met de wedstrijd Siemerink-Voinea. Na zijn nederlaag tegen Pavel ('Jan is gewoon overklast', vond Franker) zat de Rijnsburger er helemaal doorheen. “Het doet vooral pijn dat ik het team heb laten zitten”, zei Siemerink, die de tranen met heel veel moeite achter de oogkassen kon verbergen. Hij ontkende dat het verlies iets met de Davis Cup of met het 'landsbelang' had te maken. “Het heeft gewoon met mezelf te maken. Ik geef die jongen het vertrouwen in de wedstrijd en dan maak je het jezelf erg moeilijk.”

Zonder twijfel flitste de wedstrijd van vorig jaar tegen India door de gedachten van Siemerink. Door twee 'nullen', tegen Bhupati en Paes, legde hij toen de basis voor de uitschakeling. In de uitzinnige sporthal realiseerde Siemerink zich gisteren dat hij opnieuw had gefaald op het hoogste podium van de Davis Cup. “Donderdagavond heb ik er met Franker over gesproken”, mompelde Siemerink, het droeve hoofd verborgen achter de grote microfoon. “We zijn ervaren genoeg om met bepaalde situaties om te gaan. Zolang je maar het vertrouwen in jezelf houdt. Daarom vind ik het des te vervelender dat ik deze partij heb verloren.” Als kopman had hij op de eerste dag voor een punt moeten zorgen tegen Pavel, de Roemeense nummer twee. “Ik was deze week niet zoekende naar mijn vorm, daarom is dit zo pijnlijk.” Over de verwachte winst in het dubbelspel toonde Siemerink zich niet zo optimistisch. “De Roemenen weten dat ze het kunnen afmaken, dus zullen ze er met 110 procent tegenaan gaan. Het dubbel is nog lang niet gewonnen. Ik hoop alleen dat ik zondag een kans krijg om mij te revancheren.”

Als we één potje winnen van Voinea dan zit het wel goed, filosofeerde Haarhuis op de dag van de loting. Die woorden kon hij gisteren niet in daden vertalen. Met al zijn ervaring moest de bijna 31-jarige Brabander het afleggen tegen het opportunistische tennis van zijn negen jaar jongere opponent. In zijn analyse luidde de terechte conclusie van Haarhuis dat hij verdiend had verloren. “Na de eerste set haalde hij zijn niveau omhoog”, erkende hij. “Ik ging minder serveren en kon vanaf de achterlijn niet voldoende druk maken.” Na de eerste set kon Haarhuis het tempo van Voinea niet meer volgen. “Hij kon makkelijk de ballen vanuit de hoeken dirigeren. Ik had niet het niveau om het hem moeilijk te maken.”

Het gebrek aan wedstrijdritme en zelfvertrouwen speelde Haarhuis parten. Hij was niet in staat het spel van Voinea te ontregelen. Omdat zijn service niet lekker liep en hij een aantal malen niet goed volleerde, zag Haarhuis er ook geen heil in wat vaker de achterlijn te verlaten. “Voinea is een allrounder, die overal wel een antwoord op heeft”, zei Haarhuis over zijn tegenstander, van wie hij een keer eerder, in 1995 in het Parijse sportpaleis Bercy, had gewonnen. Eerder dat jaar brak Voinea een paar wijken verderop in de hoofdstad van Frankrijk, op de gravelbanen van Roland Garros, internationaal door. Als qualifier haalde hij destijds de kwartfinales van zijn eerste Grand Slam na ondermeer een zege op Boris Becker.

Haarhuis wentelde zijn nederlaag tegen Voinea niet af op het luidruchtige publiek en het slechte niveau van de lijnrechters, die een paar maal ook hun eigen speler dupeerden. Een keer probeerde hij de 5500 toeschouwers in de oude sporthal uit, door bij een opslag net zo lang te wachten tot het helemaal stil was. “Ik deed dat ook een beetje om Voinea uit zijn spel te halen”, legde Haarhuis uit. Zijn 'stilte-protest' haalde niets uit. De Roemenen bleven met decibellen smijten en Voinea handhaafde zijn niveau. Een keer vocht Haarhuis een arbitrale beslissing aan, bij 4-3 in de vierde set. De krachtterm die hij gebruikte kwam hem op een waarschuwing te staan van de Duitse umpire Sören Friemel. Een game later was het spel over en uit, toen Haarhuis op het vijfde matchpoint van Voinea een backhand buiten de lijnen sloeg. Op het moment dat hij de perskamer verliet, was de lijdensweg van Siemerink al bijna ten einde. De Roemenen hadden eindelijk weer eens wat te vieren.

mailIcon print |