*

 
dossier

Archief

Eén strijdmacht, maar niet één beleid

Door: redactie − 10/12/99, 00:00

Op zichzelf is het niet vreemd dat een economische grootmacht als de Europese Unie ernaar streeft ook op het gebied van veiligheid en defensie haar invloed in de wereld te doen gelden. En als Europa kan bijdragen aan een meer stabiele en veiliger wereld, al is dat nog maar aan de boorden van Europa, dan is dat zelfs toe te juichen.

Vandaag en morgen komen de Europese regeringsleiders en staatshoofden in Helsinki bijeen om zich onder meer te buigen over plannen voor de vorming van een autonome Europese strijdmacht, die uiteindelijk de kern moet vormen van een eigen Europese defensie.

Zeer waarschijnlijk zullen ze daarover op papier een akkoord bereiken. Maar het is zeer de vraag wat die strijdmacht in feite zal voorstellen, omdat de diverse landen geen bereidheid tonen daarvoor hun defensiebudget te verhogen.

Als ze dat niet willen, zal die strijdmacht een lege huls blijken, die wel veel verwachtingen wekt bij de slachtoffers van mogelijke crises aan Europa's grenzen, maar die niet inzetbaar is om die crises het hoofd te bieden. Zodat toch weer teruggegrepen moet worden op het Navo-bondgenootschap in het algemeen en de Amerikaanse superieure inbreng in het bijzonder.

Dat zou voor de verhoudingen binnen de Navo desastreus kunnen uitpakken. Het verklaart ook de Amerikaanse scepsis jegens de Europese plannen.

Om die redenen was Nederland lang geen voorstander van de plannen. De recente Defensienota van minister De Grave rept er ook niet over. Maar Nederland is plotseling een groot voorstander geworden en dat doet twee vragen rijzen. Wat kan er nog overblijven van die Defensienota, die toch zo'n tien jaar mee zou moeten? En vooral: wordt in Den Haag op dit punt soms per week 'beleid' gemaakt?

Enige scepsis ten aanzien van die Europese strijdmacht is dus geboden. En dit temeer omdat er in de Europese Unie volstrekt geen sprake is van een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid, dat toch vooraf zou moeten gaan aan beslissingen omtrent zo'n strijdmacht.

Integendeel: Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland hebben elk zo hun eigen, geheel verschillende, redenen om die strijdmacht in het leven te roepen.

mailIcon print |