*

 
dossier

Archief

Botha voor de rechter na weigeren getuigenis

Door: redactie − 08/01/98, 00:00

KAAPSTAD (AP, Reuters) - Zuid-Afrika's voormalige president P.W. Botha moet voor de rechtbank verschijnen, omdat hij weigert te getuigen voor de Waarheidscommissie. De commissie, ingesteld om politieke misdaden te onderzoeken die zijn begaan gedurende het apartheidstijdperk, wil Botha horen over de vervolging van zwarten onder zijn bewind.

“Ik heb besloten dat vervolging in dit geval gerechtvaardigd is, niet alleen wettelijk maar ook in het algemeen belang”, aldus Frank Kahn, procureur-generaal in de provincie Westkaap. Als Botha schuldig wordt bevonden, hangt hem een straf van maximaal twee jaar boven het hoofd wegens het niet verschijnen voor de waarheidscommissie.

Kahns beslissing houdt een enorme zege in voor de Waarheidscommissie, wier geloofwaardigheid in het geding zou zijn gekomen als Botha niet was vervolgd. Commissievoorzitter Desmond Tutu vroeg het openbaar ministerie op 19 december tot vervolging van Botha over te gaan, nadat hij tot drie keer toe had geweigerd voor de door hem als “circus” aangemerkte commissie te verschijnen.

Volgens Botha voert de commissie, die onderzoek doet naar politieke misdrijven die ten tijde van de apartheid door alle partijen zijn begaan, een heksenjacht tegen het voormalige blanke-minderheidsbewind.

Botha zal op 23 januari voor de rechter moeten verschijnen, die vervolgens de datum zal vaststellen waarop het proces tegen de ex-president begint. Botha's advocaten hebben Kahn laten weten dat hun cliĆ«nt gehoor zal geven aan zijn dagvaarding. De vice-voorzitter van de Waarheidscommissie, Alex Boraine, zei te hopen dat de zaak niet hoeft door te gaan. “Zelfs op dit elfde uur doe ik een beroep op meneer om Botha om van gedachte te veranderen en voor de Commissie te verschijnen.”

De commissie wil Botha, de op een na laatste president van het apartheidsbewind, met name horen over de activiteiten van de Staatsveiligheidsraad. In dit orgaan overlegde de president met topfunctionarissen van leger, politie en veiligheidsorganen over het veiligheidsbeleid. Duizenden zwarten zijn in Botha's tijd omgekomen bij botsingen met de politie, die onder de staat van beleg de vrije hand had; tienduizenden werden gedetineerd zonder aanklacht. In documenten aan de commissie ontkent Botha te hebben geweten dat tegenstanders van de apartheid door ordetroepen werden gemarteld en vermoord.

mailIcon print |