*

 
dossier

Archief

musical

FRANK VERHALLEN − 26/08/95, 00:00

T/m 1/10 Carré, Amsterdam. Daarna tournee, Den Haag (14 t/m 25/11) en Rotterdam (9 t/m 21/1).

Aan het einde van de eerste helft krijgt de musical voor het eerst een dramatische wending. De eigenaar van de travestieclub 'La Cage aux Folles' krijgt de politiek leider van 'De partij voor Traditie, Familie en Moraal' op privébezoek. Om die goed te stemmen, doet hij zich voor als een getrouwde burgerman. Zijn levenspartner, de ster van de club, moet een dag onderduiken en ervaart het alsof hij wordt uitgegumd. Dus zingt hij, bij het live-orkest: 'Ik ben wat ik ben. Het is mijn keus géén verstoppertje te spelen.' Aangezien hij niet alleen in de club, maar ook in het dagelijks leven voor een travestierol kiest, verstopt hij zich natuurlijk wèl. Als zich later een moment voordoet waarop hij zich 'gewoon' als man moet presenteren, blijkt zelfs hoe ver hij al afstaat van wie hij in werkelijkheid is.

Dit gegeven, zelf-acceptatie en je geaccepteerd weten, komt in vele facetten terug in 'La Cage aux Folles'. Dat maakt de musical thematisch intrigerend. Bovendien speelt Jacco van Renesse zijn hoofdrol met verve. Hij vindt het evenwicht tussen tragiek en kwetsbaarheid enerzijds en raffinement en weerbaarheid anderzijds. Ramses Shaffy zou zijn partner, de directeur van de club, spelen, maar trok zich tijdens de repetities terug. In de scènes waarin de liefdesrelatie van deze twee oudere mannen centraal staat, besef je welke extra dimensie Shaffy aan die rol had kunnen geven. Fred Butter, die hem verdienstelijk vervangt, is oud geschminkt, maar oogt voortdurend te jong en te vitaal.

Al zou 'La Cage aux Folles' met Shaffy aan kracht hebben gewonnen, daarmee zou de musical nog niet geslaagd zijn. Het grootste manco is de onevenwichtigheid van de produktie, waarin de thematische kracht moet concurreren met een overdaad aan showelementen en een te luchtige aanpak. De grote aandacht voor de visuele pracht van dansnummers en overdadige verkledingen en decorwisselingen, werkt vertragend op het musicalverhaal. Toch verlegt dat de aandacht fraai van de schijnwereld van glitter en glamour in de club naar het leven erachter.

Hinderlijker is het gegeven dat de meeste scènes zich presenteren als de klucht waarop het Amerikaanse musicalorigineel is gebaseerd. Buiten de beide hoofdrolspelers om komt dan ook geen enkel karakter tot ontwikkeling en die rollen zijn overwegend storend stereotiep. Dat geldt het meest voor de zoon van de clubeigenaar, die het produkt is van zijn vaders eenmalige contact met een variété-artiestje. Hij verloochent zijn vaders vriend en geaardheid. Als hij later beseft dat hij zijn vader en diens geliefde moet accepteren zoals zij zijn, komt dat louterende inzicht onwaarachtig over.

Die zoon is niet de enige zwakke schakel van de in totaal 22 spelers en dansers. De middelmatige samenstelling van de cast wekt vooral verbazing, omdat op alle andere fronten kosten noch moeite zijn gespaard. Het lijkt soms of er met deze groep niet meer eer viel te behalen voor de goede vertaling van Seth Gaaikema en de regie van Shireen Strooker. Hun belangrijkste handicap is echter dat 'La Cage aux Folles' in de jaren tachtig dan wel een zeer succesvolle Broadway-musical was, maar dat een bewerking ervan voor Nederland niet interessant genoeg is, gezien de tegenvallende muzikaliteit en de gebrekkige structuur.

mailIcon print |